Christen zijn "door-de-week” (2)
1976-01-02
Ik moet gewoon doorgaan met lesgeven; dat is het dagelijkse werk, dat vlakbij is. Een tijdje geleden kwam van diezelfde Racine, waar, over ik al eerder schreef, het werk "Athalie" aan de orde. U weet wel, dat is het verhaal van de goddeloze koningin-moeder Athalie, dochter van Achab en Izebel, die het rijk van de twee provincies (zo zeg ik het dan maar) alle afstammelingen van David wilde uitroeien. En ze meende daarin geslaagd te zijn, maar de priester en zijn vrouw hadden de kleine Joas als enige uit het algemene bloedbad gered. Zo kon toch de belofte van God, die inhield dat de dynastie van David in het zuidelijke rijk op de troon zou blijven, waarheid worden.- Jaargang 20
- nummer 1
Maar hebben die twee mensen, die de kleine Joas redden, daaraan op dat ogenblik gedacht? Ik weet het niet, maar ik denk dat ze alleen maar spontaan reageerden op dat moment, omdat ze het niet konden aanzien, dat de kleine kleuter werd afgeslecht. Maar met mensen als middelen, zorgt God ervoor, dat Zijn plan doorgaat.
Als je het ze zo heel gewoon zegt: "Kijk, dat en dat zit er achter, het is eigenlijk een verhaal met een dubbele bodem" dan zit heel de klas begrijpend te knikken. Daaruit volgt, naar het mij voorkomt ook, dat je niet te krampachtig moet zijn. Je weet wel, dat ze niet bij de Bijlbel zijn opgegroeid, en je moet daarmee rekenen. Maar soms kun je niet doen, of je het vergeet en samen gelijk over de Bijbel denkt: "Zie je wel, dat God zo Zijn belofte vervuilt?"
En ze zeggen "Hé, ja!"
Als je voor de klas staat en er komt een leerling vloekend, binnen, omdat hij nog niet bijgekomen is van de onvoldoende, die hij zopas in ontvangst moest nemen en die hem bij die overgang wel eens de kraag kan kosten, wat doe je dan? Laat je hem dan de Tien Geboden uit het hoofd leren of 50 keer overschrijven? Ik niet!
Wij bidden wel: "Uw naam worde geheiligd", maar wij vermanen niet al de vloekers. Blijven wij daarmee in gebreke? Ik denk het wel. Maar hoe doet U dat, meneer, met uw collega's op kantoor en U, mevrouw, als u in de winkel staat en de klanten bedient?
U moet toch ook wel eens in dergelijke omstandigheden hebben verkeerd. Sóms doe ik het wel: ik hoef tenslotte niet alles over mijn kant te laten gaan. Dus als bet al te grof wordt, zeg ik er wel eens wat van, soms vriendelijk, een enkele keer ook wel eens een beetje boos. Maar ik sta ook in een ziekere gezagsverhouding tegenover mensen, die veel. jonger zijn: dan wordt zoiets gemakkelijker.
Maar het zal toch nodig zijn, dat er iets blijkt van onze christelijke levensopvatting; en dat niet alleen in het zeggen van: "Dat mag je niet doen". Het moet niet alleen uitkomen in het negatieve. We moeten onze naaste eigenlijk ook zeggen, wat hij wel moet doen, bij voorbeeld: de Bijbel lezen en naar de kerk gaan en bidden. Dit zijn voor ons zulke vertrouwde begrippen, maar voor buitenkerkelijken zeggen ze zo weinig. Misschien juist omdat wij er zo zelden over spreken, misschien vooral doordat wij er in onze levenspraktijk zo weinig van terecht brengen. Die twee dingen zijn, geloof ik, beide belangrijk , erover praten en ernaar doen.
Een goede kennis van mij heeft mij het vuur eens na aan de schenen gelegd. Hij zei: "Jij bent een belijdend christen, dat weet ik en dat respecteer ik. Ik ben geen christen, maar humanist. Volgens jou komt het dus met mij niet goed. Dus moet jij mij waarschuwen.
Waarom doe je dat dan niet?" Ik kreeg het er wel eens beetje benauwd mee, dat wil ik U wel zeggen, want de man had gelijk.
Als de gelegenheid zich voordoet, dan mogen we onze monden niet dicht houden. Dat valt mij wel eens moeilijk het is duidelijk, dat een gesprek over de politiek veel vrijmoedigheid laat zien en een gesprek over het geloof veel schuchterheid.
Inderdaad we kunnen ons ook teveel verontschuldigen en al te schuchter zijn. Wel drommel, het is toch geen schande om christen te zijn? We kunnen beter doen alsof het heel normaal is, want da t is het toch eigenlijk ook, nietwaar?
We mogen ook wel eens in de aanval gaan. Ze lezen Wolkers en zeggen, dat hij een goed schrijver is, maar hij mag dan op een duidelijke manier beschreven hebben, hoe beroerd het er met de moderne mens voorstaat, de oplossing geeft hij niet. Dat zeg ik mijn leerlingen ook wel eens, als het gaat oom Camus, die kort na de oorlog met zijn roman "De Pest" zijn miljoenen heeft verslagen in heel de wereld; ze wilden als het ware allemaal wel hun handtekening zetten onder dat werk, het was hun uit het hart gegrepen.
En het is waar, deze roman mag m.i. worden gerekend tot het beste wat er in Europa de laatste tientallen jaren geschreven is, maar ook déze schrijver laat verstek gaan, als we hem vragen waar dan de weg is naar het heil. Camus weet het ook niet, want hij acht het beneden de waardigheid van de mens om christen te zijn.
Dat wat Christus daar deed voor de mensheid, toen Hij stierf op Golgotha, nu, van hèm hoeft het niet. En ja, dan zijn we uitgepraat.
Dan zal de mens helemaal op eigen kracht verder moeten, dat valt niet mee!
"Want, zei ik laatst eens tegen klas 5, eens komt de tijd, dat (zelfs) jullie het niet meer weten.
Dat mag je nu onwaarschijnlijk lijken, maar die tijd komt. En dan helpen ook die drugs niet meer."
(Het druggebruik op onze school is "normaal", dat wil zeggen in overeenstemming met het landelijk gemiddelde, dus in de hoogste klassen omstreeks 11% van de leerlingen!) En als wij dan in de angstaanjagende eenzaamheid verkeren, dan kormt Jezus van Nazareth voorbij en Hij steekt de hand uit. Hoe zal: nu de mens reageren?
"Praatjes, zegt Sartre, God bestaat niet eens". Nogmaals, dan zijn we uitgepraat, dan moèt hij het ook zelf maar opknappen.
Want de moderne mens is bang, dat zien we ook aan zijn kunstuitingen, aan het absurdisme bij voorbeeld. Als ze en zolang ze Ionesco niet goed begrijpen, of Becket, dan lachten ze om hun werk en ze vinden het maar malle meneren. Maar zodra ze erachter komen, wat er zo al inzit (of kàn inzitten), dan worden ze stil. Toen we onlangs het slot behandelden van Ioneseo's stuk La lecon, werden ze een beetje wit om de neus.
Ja, vogels van diverse pluimage heb je zo in de klas. Toen het enige tijd geleden ging over het christendom en ik dus even heel kort moest uitleggen, wie Christus was (!), was er maar één die spottend glimlachte en wat bromde.
Laat ik nu net van déze leerling weten, dat hij gedoopt is. Maar ik heb ook een communist in de klas. Hij is het op vrijwel alle punten met mij oneens, maar hij begrijpt goed, wat een absoluut standpunt is. Zo'n jongen heeft een ideaal, eigenlijk moet ik zeggen: een geloof. Slechts één partij is goed, alle andere zijn fout.
Daarom heeft zijn partij ook het recht om andere het zwijgen op te leggen ik zei tegen hem, dat hij dus geen democraat was; hij gaf het toe. Maar het is duidelijk, dat deze jongeman ergens van bezield is en ik ben wel eens bang, dat echte bezieling bij onze jonge mensen niet of nauwelijks meer voorkomt. Zou die lauwheid een welvaartsverschijnsel zijn? Een gevolg van het feit, dat men niet meer, zoals velen dat vroeger moesten, behoeft te vechten voor de primaire levensvoorwaarden?
Misschien wel, maar het is een verontrustende zaak.
Uit het bovenstaande moet vooral niet geconcludeerd worden, dat ik bijna elke dag sta te "preken" voor de klas, ik geloof trouwens, dat dit onjuist zou zijn, al was het alleen hierom, dat je daarmee waarschijnlijk het omgekeerde zou bereiken van wat het doel is.
En woorden zijn goedkoop, het komt op de daden aan.
Dat weten deze leerdingen heel goed; ze kijken naar je en ze willen weten, of je mooie verhalen in de praktijk ook meent, of je het in je leven ook laat zien. Door onze handel en wandel moeten we de, naaste trekken. Wie moeten het goede voorbeeld geven. Maar dan worden we een beetje rustiger, dan blazen we niet zo hoog meer van de toren. Want in het persoonlijke lieven geldt, dat ook de verstgevorderde nog niet verder is gekomen dan een heel klein begin.
En wat het georganiseerde kerkelijke leven betreft, staan de zaken ook al niet veel beter: hele kerken spatten uit elkaar, nota bene. Dacht u, dat ze dat niet lazen?
Nu, leg dat maar eens uit! Ik begin er niet aan; ik zeg ronduit, dat het slecht is.
Als het dan zo is, dat Gods naam door ons nauwelijks geprezen wordt, laat het dan toch nog zo zijn, dat Hij door ons niet gelasterd wordt. Maar helaas we weten het wel, het is niet zo best. En daardoor gaat er weldicht meer kapot dan wij vermoeden.
Het kan voorkomen, dat bij een literatuurles de levensbeschouwelijke problemen op een vrij ongezochte manier aan de orde komen.
Dan gebeurt het wel eens, dat een schrijver dingen verkondigt, waarmee ik het helemaal niet eens ben.
En zo'n kans laat je natuurlijk niet lopen, Dan ontspint er zich een klassegesprek, waarin ze alles mogen zeggen, als het maar een beetje binnen de perken van het fatsoen blijft. En dat doen ze dan ook! Ze nemen geen blad voor de mond.
Ze vinden het onzin om iets te geloven, wat niet bestaat, dus geloven ze niet in God. En de kerk, dat is ook maar zo'n zootje. Bovendien, er zijn er tientallen, welke heeft er nu eigenlijk gelijk?
En als er dan een God is, waarom zijn er dan oortogen? Er staat toch in de Bijbel, dat je niet mag doden?
Als God alles kan, waarom zorgt Hij er dan niet voor, dat er geen oorlogen komen?
En die christenen zijn ook zulke beste mensen niet! Die moet je net zo goed in de gaten houden!
Precies, die zit. Daar hebben ze groot gelijk in. En daarom geloof ik ook, dat we er met praten niet komen, maar we met onze daden moeten laten zien, dat het ons ernst is. Als ons leven niet met onze leer in overeenstemming is, dan helpt praten niet, dan beschouwen ze het als huichelarij en nemen er aanstoot aan.
Als het waar is, dat het met die christenen extra oppassen is (en soms is dat waar) en als het inderdaad hopeloos is met de kerk (soms ben je geneigd dat te geloven), dan mogen wij ons wel eens afvragen, of wij nog wel een "zoutend zout" zijn.
Wij moeten, ieder op zijn plaats, zijn dagelijks werk heel gewoon en zo goed mogelijk doen. We moeten het maar niet al te hoog in het hoofd hebben; wij zullen niet even de wereld voor Christus veroveren.
Mijn dagelijks wenk is heel gewoon les geven. Dat kan betekenen: thema's nakijken en de leerlingen voorbereiden op het examen.
Maar er wordt ook verondersteld, dat je zoiets bent als opvoeder en dat is een beetje griezelig.
Want wie ben jezelf, dat je een ander zegt, wat hij moet doen en laten?
Toch hoort het bij het vak. En daarom probéér ik de levensbeschouwelijke zaken wèl vanuit christelijk standpunt te belichten, maar ik moet het geloof er niet al tijd te pas en te onpas bij halen, dat werkt averechts.
We moeten al het mogelijke doen om te voorkomen, dat Gods naam door ons toedoen zou worden gelasterd in plaats van geprezen.