Vrijheidsberoving als argument

1976-01-02
  • Jaargang 20
  • nummer 1
Naast bankovervallen, roofmoorden, verkrachtingen en andere uitingen van bruut geweld kent ons land nu ook gijzelingen van nabij. Het begon vorig jaar met de bezetting van een boerderij en een gevangenis.
Waarbij personen, die niets met misdadigers uitstaande hadden, als levend onderpand werden vastgehouden. Onderpand tot meerdere zekerheid voor af te dwingen faciliteiten ten behoeve van wetsovertreders.

Dit jaar kregen we eerst de gijzeling, gedurende vijf weken, van een Nederlands industrieel in Ierland. Direct daarna de gijzeling van een complete trein met passagiers en een ambassadegebouw. Als intermezzo kwam nog even de gijzeling van een echtpaar in London, De gijzeling van een boerenfamilie was eigenlijk alleen ten behoeve van een paar gezochte misdadigers. Ze stelden het dilemma: geef ons de kans om te ontvluchten, dan spaar je onschuldige levens; of val ons aan, maar dan doden wij de gijzelaars. In onze sociale denkwereld is de keus duidelijk: terwille van de onschuldigen worden schuldigen gespaard; of ze later door list overmeesterd worden is een volgend vers.

De gijzeling van een zangkoor in een strafgevangenis hield hiermee verband. Door onschuldigen met de dood te bedreigen trachtten schuldigen aan hun straf te ontkomen - maar bovendien enige politieke winstpunten in de wacht te slepen. Alleen door een bezonnen en goed voorbereid optreden van onze mariniers werd de noodlottige cirkel doorbroken.

De gijzeling van de Nederlandse industrieel in Ierland had een meer samengesteld karakter: het ging om werkgelegenheid, maar vooral om politieke doeleinden van de IRA. Omdat de gijzelaar toevallig psychologisch getraind was en de hele affaire mentaal beter beheerste dan zijn beide overweldigers, hield hij het het langst vol. Door uitputting en moreel faillissement moesten beiden zich overgeven.

Het drama met de trein te Wijster had veel ernstiger aspecten. Het begon met het doodschieten van de treinbestuurder. Vervolgens werden enkele passagiers achter elkaar doodgeschoten - of beschoten en ternauwernood gemist. Twaalf dagen lang werden tientallen mensen in koude en doodsgevaar vastgehouden onder primitieve en onterende omstandigheden.

Bijna tegelijk kwam de bezetting van een Indonesische ambassade in Amsterdam. Hoe de omstandigheden daar zijn weten we op dit ogenblik nog niet; al zijn ze vermoedelijk weinig minder primitief en onterend. Maar ook daar is iemand gedood en zijn anderen gewond.
Op mensenlevens wordt dus niet gekeken.

Niet in een beter, niet in een milder licht. Want de eisen van de Zuidmolukkers mogen ideëel zijn - ze zijn gebaseerd op bruut geweld, terreur, roofovervallen en verboden wapenbezit. Dat wast alle vaderlandsliefde ter wereld niet af.


Het is een opgave, deze moderne verschijnselen zuiver te bezien. Soms raken we zo vertrouwd met beestachtigheden, dat we de normen uit het oog verliezen. Bij de bevrijding in 1945 wilden we de gevangenen wel dezelfde behandeling geven als wij hadden ondergaan.

De laatste weken wisten vredelievende mensen de hardste straffen te bedenken voor de terroristen. Maar op die wijze worden ónze normen bepaald door misdadigers!

Een van onze dagbladen sprak steeds over het "executeren" van gijzelaars.
Men stond er niet bij stil dat het om "vermoorden" ging; executeren immers is het voltrekken van een gerechtelijke straf; en hier was van geen straf en geen recht sprake. - Zelfs het woord "gijzelaar" was aan sommige verslaggevers niet duidelijk: men verwarde terroristen en hun slachtoffers. Een gijzeling is immers: iemand onder lijfsdwang in onderpand nemen (of aanvaarden), als zekerheid voor het nakomen van zekere verplichtingen of ter voorkoming van bepaalde maatregelen. En de man die onder lijfsdwang in onderpand wordt genomen is de "gijzelaar"; de andere partij is hier de misdadiger, de terrorist. Want hij doet een wederrechtelijke, zeer strafbare daad. Zo is er ook geen "onderhandeling" mogelijk tussen het wettig gezag en de wetsovertreders hoewel het woord "onderhandelaar" uitentreuren werd gebezigd door onze vakpers. Onze minister van justitie gebruikte terecht het woord "contactpersonen". Want onderhandelen kun je alleen op voet van gelijkheid; maar een minister van justitie kan met wetsovertreders niet aan tafel gaan zitten.

Het is beklemmend, dat de Zuidmolukse terroristen al die dagen en nachten een viertal ministers in continu beraad hielden; alsmede een hele apparatuur van justitie en leger, van Rode Kruis en doktoren, van ziekenhuizen en Journalisten, van contactpersonen en restaurants. Enkele desperado's, met de hoogst mogelijke vrijheidsstraffen voor ogen, konden broodjes en soep bestellen, brutale monden geven, waanzinnige politieke eisen dicteren en ons land de adem benemen. We mogen dankbaar zijn, dat onze regering geen enkele maal door de knieën is gegaan; indien de berichten juist zijn. Was dat wel het geval geweest, dan zou de deur bewust zijn opengezet voor volgende gevallen.

Maar over de contactpersonen valt anders te oordelen. De Zuidmolukse "bemiddelaars" vertegenwoordigen niet onze regering - maar stonden, de een duidelijker, de ander voorzichtiger, aan de kant van de terroristen; tilden voor hun deel mee aan de "Molukse zaak" en hadden "hun" jongens volstrekt niet onder appèl. Ze waren alzo partijdig, sympathiseerden met het doel van de bezetters, brachten hun wensen en eisen over, stonden kritisch tegenover de weigerachtige Nederlandse regering en maakten zich allerminst bemind bij ons volk. Toen minister van Agt verzuimde hen expressis verbis te bedanken, waren de Zuidmolukkers nog hogelijk beledigd ook.

Want wat is de doelstelling bij de Zuidmolukkers? Niet minder dan de medewerking van onze regering af te dwingen, teneinde de theoretische staat der Zuidmolukkers in praktijk om te zetten. Een onmogelijke eis, aangezien de erkende Indonesische regering daar ginds meer zeggenschap heeft dan de Nederlandse, welke laatste haar voormalige koloniën onder druk van de wereldopinie heeft losgelaten. Wat er ook beloofd mag zijn - het kan eenvoudig niet. En hoe zeer deze mensen ook door de eeuwen trouw geweest zijn aan ons koningshuis - zij kunnen op generlei wijze ons land dwingen, ijzer met handen te breken. Dat zij in het verleden tot onze beste KNIL-soldaten mochten worden gerekend, geeft hun in Nederland geboren kinderen geen recht op oorlogvoering tegen het bewind. Al hebben onze vaderen hun vaderen in het verleden uitgebuit - dat geeft hun niet het recht, ons hele volk klem te zetten voor hun verlangens. En last not least: laten we niet vergeten, dat nog maar kort geleden de gijzeling van onze koningin als serieus programmapunt nauwelijks kon worden verijdeld. Dat het deze knapen bloedige ernst is, weten we nu allemaal. Of ze zelf de draagwijdte van hun optreden doorzien of niet (en hun bewogenheid na het doodschieten van een gijzelaar doet het beste hopen) ze. zijn van jongsaf militair opgevoed door oud-KNIL-soldaten; hebben in de Molukkenghetto's weinig anders ingedronken dan oorlogstraining en omgang met wapens; weten van hun valerland alleen dat het een ideaal paradijs is, dat zucht onder vreemde bezetting en dat bidt om bevrijding; waartoe ze bereid zijn alles te offeren.

Deze jongens zijn overigens niet gek. Ergens zitten ze vol idealen - iets, waar veel Nederlandse jongeren niet meer aan toe komen. Ze hebben sterke moed, zelfverloochening, offeren hun jeugd, gaan individueel de gevangenis in - maar hebben hun doel bereikt: dat heel Nederland, de Indonesische ambassade incluis, geschrokken is ten aanzien van het onrecht, de Zuidmolukkers aangedaan. Zij zijn displaced persons, vreemdelingen en bijwoners in een vreemd land, ballingen met heimwee naar hun eigen warme land, dat deel is van "de gordel van smaragd, die zich slingert rond de evenaar", om met Multatuli te spreken.

Bovendien zijn ze Oosterlingen: lieden bij wie gevoel en temperament dikwijls doorslag geven boven westers inzicht. De wijze waarop ze publiekelijk van hun gevoelens blijk geven - u hebt dat voor de televisie gevolgd - ligt dan ook buiten onze nationale golflengte, slaat soms nauwelijks bij ons aan. Het gevolg daarvan is onbegrip bij ons volk, direct gevolgd door onrust en woede. Ze mogen van ons gáán naar hun mooie eilanden en ze krijgen misschien het heilige kruis na!

Maar dat gaat niet. Bij dat heilige kruis staan we nog even stil. In "Het Zoeklicht" van 6 december is deugdelijk geschreven over de terreuractie van de Wereldraad van Kerken contra een aantal europese banken. De schrijver J. Kits eindigt met: "kruis en boycot behoren, in welke kwestie dan ook, nooit bij elkaar". Om die laatste zin gaat het.

Want de Zuidmolukkers zijn, dank zij onze zending, een christenvolk.
Een van hun contactpersonen is een predikant. In de gijzelaarstrein zijn psalmen gezongen. De terroristen hebben tranen vergoten - waaruit het besef van een conflict tussen hun leer en wandel kan blijken. Zulke mensen geven we nooit "het heilige kruis na" - een term immers, die voor de Satan en zijn rijk blijve gereserveerd. Integendeel. Ons christelijk volksdeel mag zich wel terdege inspannen om de verlangens van deze ballingen te verstaan en er - zo enigszins mogelijk - mee te rekenen.

En eindelijk. Onze regering heeft de ontwikkeling van deze dingen geweten en gedoogd. Heeft geweten van militaire training der jongeren, geweten van massaal wapenbezit, geweten van gijzelingsplannen, geweten van de enorme frustraties, geweten van beloften, in het verleden gedaan. Dat maakt ons samen aansprakelijk. Ons volk zal iets moeten doen; niet omdat ir Manusama het zegt, maar omdat ons laatste beetje fatsoen het zegt. En de gijzelingen, hoe strafwaardig ook, zijn noodsignalen geweest. Als argumenten onaanvaardbaar. Maar naar hun inhoud geloofwaardig.
n bij deze laatste twee gijzelingen zijn uitsluitend politieke motieven aanwezig. Hetgeen de misdrijven in een ander licht zet dan van gelddorst of ongebreidelde lusten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief