Het boek Daniël

1976-01-02
  • Jaargang 20
  • nummer 1

Een stukje geschiedenis

Over de tijd waarin de strijd met de vorst der Perzen en de vorst van Griekenland is gevoerd, werd in hoofdstuk acht (het gezicht van de ram en de bok) al gesproken.
Heel in het kort worden in hoofdstuk 11 nog enkele dingen daaraan toegevoegd.
De vierde koning van Perzië is de uit het boek Esther bekende koning Ahasveros of Xerxes, die getracht heeft Griekenland aan zich te onderwerpen. Hij is niet de laat ste Perzische koning geweest, maar de 10 na hem regerende vorsten worden stilzwijgend voorbijgegaan, omdat alle aandacht wordt gericht op het conflict tussen Perzië en Griekenland. Koning Xerxes heeft door zijn grootheidswaan de vloedgolf van het Hellenisme, de "vergrieksing" van het hele leven, over Azië doen komen. De heldhaftige koning, die met grote heerschappij zal regeren en zal doen wat hem goed dunkt, is Alexander de Grote van Macedonië, die het Perzische rijk ten val heeft gebracht en die zijn aanval op dit rijk heeft gerechtvaardigd met een verwijzing naar het on recht door Xerxes bedreven.
Slechts kort heeft zijn heerschappij geduurd, niet meer dan 13 jaar.
Maar de gevolgen van wat hij in deze jaren heeft gedaan zijn onberekenbaar gebleken.
Na zijn dood hebben zijn veldheren ruim twintig jaar elkaar bestreden, totdat in het jaar 301 v. Chr. een verdeling in vieren tot stand kwam. Over twee van de vier delen wordt in Daniël 11 gesproken; de geschiedenis van deze rijken kent 5 Syrische oorlogen om de macht in Palesnina. Zonder enige kennis van deze geschiedenis is het verstaan van dit elfde hoofdstuk niet mogelijk.
Bij de verdeling van de erfenis van Alexander werd Palestina, het Sieraadland (vers 16) toegewezen aan Seleucus, de koning van het Noorden. Hij was generaal onder Ptolemeus, één van de bekwaamste veldheren van Alexander, die zichzelf tot koning van Egypte had uitgeroepen. Ondanks het feit dat Seleucus een rijk wist te stichten dat heel Voor-Azië tot aan de Indus omvatte, bleef Palestina in de macht van de koning van het Zuiden.
De opvolgers van beide koningen probeerden tot een vergelijk te komen door een politiek huwelijk. De koning van het Noorden, Antiochus 11 stuurde zijn eigen vrouw weg om een huwelijk te kunnen aangaan met de dochter van Ptolemeus 11. Na de dood van Ptolemeus, nam Antiochus zijn vrouw weer tot zich: zij evenwel was zó gekrenkt, dat ze uit wraak haar man vergiftigde en het kind van haar rivale vermoordde. (vers 6).
Uit wraak ondernam Ptolemeus 111, een broer van de tweede vrouw van Antiochus een veldtocht naar het Noorden, waarbij hij grote buit behaalde. (vers 8) Enige tijd later nam Seleucus 11 Egypte, waarbij hij echter na een revanche door een tocht naar 'nederlaag onverrichter zake moest terugkeren. (vers 9).
Twee van zijn zonen maken toebereidselen om opnieuw Egypte aan te vallen; na de dood van de éne weet de andere, Antiochus 111, in Egypte door te dringen (vers 10).
Ptolemeus IV weet het geweldige leger van zijn tegenstander verpletterend te verslaan (vers 11), maar buit de gelegenheid niet verder uit; trots op zijn overwinning gaat hij op zijn lauweren rusten. (vers 12).
Zo krijgt Antiochus 111 gelegenheid zich te herstellen. Na een aantal overwinningen in het Oosten en in Klein-Azië trekt hij weer op tegen Egypte. (vers 13).
De kans schijnt gunstig, want in Egypte zelf zijn opstanden uitgebroken en onder de Israëlieten zijn Syrisch- en Hellenistisch-gezinden, die zich tegen de overheersing van Egypte verzetten. Ze werken mee aan de verzwakking van de macht van de koning van het Zuiden en bevorderen daarmee de macht van de Seleuciden. Zo brengen ze de verwerkeling van Daniëls gezicht naderbij, de verdrukking onder Antiochus IV. (vers 14).
Antiochus 111heeft inderdaad succes.
Hij belegert de Egyptische troepen in de stad Sidon en nadat hij dezen tot overgave heeft gebracht drijft hij het vijandelijke leger steeds verder terug (vers 15) zodat heel Palestina in zijn macht komt en hij een triomfantelijke intocht kan houden in Jeruzalem, waar hij door velen met vreugde wordt begroet. Zo is het Sieraadland gekomen onder de Syrische overheersing (vers 16).
Een poging om ook heel Egypte bij zijn rijk in te lijven, bestaande in het uithuwelijken van zijn dochter Cleopatra aan Ptolemeus V,. loopt op een mislukking uit. Ptolemeus en zijn raadsheren vertrouwen deze plotselinge toenaderingspoging niet en Cleopatra weigert zich dienstbaar te maken aan de plannen van haar vader; zij kiest partij voor haar man en haar nieuwe vaderland (vers 17).
Antiochus 111 trekt dan naar het Noordwesten, waar hij na tal van veroveringen in Klein-Azië, zijn leger in Griekenland doet landen.
De smadelijke wijze, waarop hij de overwonnenen behandelt, wordt hem betaald gezet door de Romeinen, die hem een zware nederlaag toebrengen en hem diep vernederen door het opleggen van een enorme oorlogsschatting (vers 18).
Het einde van de grote Antiochus laat niet lang meer op zich wachten; na het plunderen van een rijke tempel om geld voor de hem opgelegde schatting te krijgen, wordt hij door de woedende bevolking van die streek gedood.
(vers 19).
De troonopvolger, Seleucus IV zond zijn dienaar Heliodorus door heel het rijk om de benodigde gelden bijeen te brengen. Niet door toorn, maar door sluipmoord gepleegd door de genoemde Heliodorus, kwam het einde voor deze vorst (vers 20).
Dan komt de man, die in Daniëls gezichten zo'n grote plaats inneemt: Antiochus IV Epifanes.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief