Hebreeën - meer preek dan brief
1975-06-20
Onze 'brief aan de Hebreeën' is eigenlijk geen brief in de gewone zin van het woord. We zouden hem beter kunnen betitelen als een preek, een geschreven preek om voor te lezen in de gemeentelijke samenkomsten van joodse Christenen.- Jaargang 19
- nummer 25
Waar deze hebreeuwse Christenen woonachtig waren is niet met zekerheid te zeggen. Wel duidelijk is dat ze het )bijzonder moeilijk hadden. Ze moesten veel 'tegenstand, smaad en verdrukking lijden van de kant hunner vijandige en fanatieke joodse volksgenoten.
Daardoor waren ze ook aan allerlei verzoekingen blootgesteld. Velen dreigden tot moedeloosheid, ja tot onverschilligheid en afval te geraken.
Zo leren we ook de bedoeling en inhoud van de preek beter verstaan: een preek vol vermaningen en waarschuwingen. leder bemerkt aanstonds dat bet een echte Christusprediking is. De prediker geeft de joodse hoorders duidelijk te toestaan, dat hun voorvaderen in bet dienen van de HERE nog niet tot de volmaaktheid gekomen waren; dat hun middelaars en priesters en offeranden nog maar voorlopige middelaars en priesters en offeranden waren. Maar dat Jézus van Nazareth de verwachte Messias was; de volmaakte Middelaar, de volmaakte Hogepriester en de volmaakte offerande. Daarmee was dan ook het thema van de preek gegeven.
En de drie punten van de preek kunnen aldus geformuleerd:
a. Jezus, de Christus in zijn volmaakt Middelaar zijn,
b. Jezus, de Christus in zijn volmaakt priesterschap, en
c. Jezus, de Christus in zijn volmaakte offerande.
Met als toepassing: Ziet zijn heerlijkheid - houdt Hem gelovig vast - zijt bereid om met Hem smaadheid te lijden steunt en helpt en bemoedigt elkaar in het gelovig volharden tot het einde. U ziet: een volmaakte preek.
Zo begrijpen we ook waarom in Hebreeën 11 7.0 een uitvoerige opsomming gegeven wordt van de geloofsgetuigen uit de oude bedeling. Ze worden met name genoemd. Het zijn even zovele supporters in het strijdperk van het leven om de gelovigen aan te moedigen om te volharden in de wedloop: Houdt moed! Niet opgeven! Houdt het oog gericht op Jezus, op wie ons geloof van het begin tot het eind steunt. En zo verstaan we ook de nadrukkelijke aansporingen, waarschuwingen en laatste instructies in Hebreeën 12 en 13.