Kerk in een veranderende cultuur
2012-08-18
Na de val van het bewind van Ceausescu beleefden de Gereformeerde Kerken in Roemenië een grote verandering: het was weer mogelijk om mensen met het evangelie te bereiken, om in vrijheid te evangeliseren. Heeft de kerk kunnen inspringen op de veranderingen die zich hebben voorgedaan of is er een kans verloren gegaan? - Jaargang 56
- nummer 16
In de beginjaren van de omwenteling in Roemenië was ik samen met Bert van de Burg, docent journalistiek aan de Evangelische Hogeschool Ede, en een aantal van zijn studenten in Kolozsvár (Cluj Napoca) om opnamen te maken in verband met de bouw van een kerk in wijk Kolosztor. We hadden een interview met prof. dr. Juhász Tamás, hoogleraar dogmatiek aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Roemenië. Op mijn vraag wat de belangrijkste verandering was na de omwenteling, gaf hij mij als antwoord: de vrijheid om te reizen en de vrijheid om informatie uit te wisselen. Daar had het de mensen aan ontbroken tijdens het bewind van Ceaușescu, en nu konden ze alles met elkaar delen, ook het evangelie van onze Heer Jezus Christus. Het was weer mogelijk om mensen met het evangelie te bereiken, om in vrijheid te evangeliseren.
Wat is er van die vrijheid terechtgekomen?
Wat van de veranderingen die zich in Midden- en Oost-Europa in sneltreinvaart hebben voltrokken, op economisch, politiek, cultureel, maar ook in levensbeschouwelijk opzicht?
Heeft de kerk kunnen inspringen op de veranderingen die zich hebben voorgedaan of is er een kans verloren gegaan?
Kansen
Voor de kerk lagen er na de omwenteling in Hongarije en Roemenië geweldige kansen om mensen met het evangelie te bereiken. Was de kerk in de communistische tijd gemuilkorfd in het verkondigen van het evangelie, na de omwenteling was er een vrijheid, die ongekend was. De kerk kon op allerlei manieren weer vrijuit spreken, had weer toegang tot de media en kon dus brede lagen van de samenleving bereiken. Vooral de vele jongeren die zonder het evangelie waren opgegroeid, maar ook de generatie die in de jaren ’60 en ’70 geboren was konden bereikt worden.
Al moet ik daar een kanttekening bij maken. De (gereformeerde) kerkleiding, zowel in Hongarije als in Roemenië, heeft lange tijd aan de leiband gelopen van de communistische overheid; predikanten werden door hun eigen mensen verraden. De kerk liet zich ook muilkorven, al waren er gelukkig ook die zich tegen het regime verzet hebben en die dat helaas met de dood hebben moeten bekopen.
Maar de kerk is niet een tegenover van de overheid geweest. Het profetisch getuigenis werd in die tijd node gemist.
Traditie
De kerk was, en is nog, heel erg traditioneel.
Het kerkelijk leven heeft, dankzij de communistische overheersing, een halve eeuw stilgestaan. Met name geldt dat voor de dorpen. Veranderingen en vernieuwingen worden nauwelijks of niet doorgevoerd en dat betekent dat na de omwenteling er wel een massief gebouw staat, maar is er ook een levende gemeente?
Ik ben in de loop der jaren veel vrome en actieve predikanten en gemeenteleden tegengekomen. Ik kijk met dankbaarheid terug op al die ontmoetingen en gesprekken. In de steden met veel jonge mensen was er in die eerste jaren na de omwenteling een geweldige honger naar een nieuwe invulling van het leven, want veel geestelijke bagage had men niet meer in huis. Maar in de meeste gevallen blijkt de secularisatie, het westerse kapitalisme en een geestelijke leegheid het te winnen van het evangelie.
Terwijl de kerk zoveel te bieden heeft zowel naar individuele mensen toe, het vullen van de geestelijke leegte, als in het geven van een Bijbelse visie op de samenleving.
Kerkelijke structuur
Eén van de oorzaken vind ik in structuur van de kerk. De kerkelijke structuur leent zich er niet voor om het evangelie te verbreiden. De interne problemen binnen de kerk, de voortdurende machtstrijd en de kerkpolitiek slurpen veel energie op en leiden tot een ontmoedigde houding bij predikanten en gemeenteleden.
Predikanten die in het Westen hebben gestudeerd en daar nieuwe ideeën hebben opgedaan over gemeenteopbouw en evangelisatie, die enthousiast zijn geraakt voor het evangelie, krijgen onvoldoende mogelijkheden om die in praktijk te brengen. Want ook een Alpha-cursus, gebedsgroepen en nieuwe vormen van pastoraat kunnen heel goed functioneren binnen de eigen context. Ik heb daar in verschillende gemeenten de vruchten van mogen zien.
Ouderlingen
Ik wil een paar ervaringen met u delen, waarin ik heb gemerkt dat de traditie sterker is de Schrift.
Het functioneren van ouderlingen binnen de gemeenten is een lastig punt, omdat aan de ene kant de ouderling een van de pijlers is onder de gereformeerde ambtsleer, aan de andere kant omdat de invulling van dit ambt nogal eens eenzijdig is ingevuld en dat geldt natuurlijk in bepaald opzicht ook voor onze westerse kerken.
Voor de aanstelling van oudsten in de gemeenten noemt de apostel Paulus in zijn brieven een aantal criteria.
En een belangrijk aspect van het ouderlingschap is het weiden van de gemeente: het pastoraat aan de huizen van gemeenteleden. In de Hongaarse Gereformeerde Kerk kende men lange tijd niet de presbyteriaal-synodale kerkstructuur zoals wij die kennen en dat betekende dat de ouderling min of meer buiten spel gezet was. Was hij al aanwezig, dan meer als machtsfactor dan als geestelijk leider. Hij was geen pastor, geen opziener over de kudde in de geestelijke betekenis van het woord.
In de jaren ’90 mocht ik een gastcollege geven aan de Theologische Academie in Sárospatak (Hongarije) over het ambt van ouderling en dat bleek voor de jonge studenten een eyeopener te zijn. Een ouderling die samen met de predikant zorg draagt voor de geestelijke bearbeiding van de gemeente, die ook zelf op huisbezoek gaat, die de gemeente troost en bemoedigt, die op geestelijke wijze tucht oefent. Vandaag wordt door de stichting Fundament (uitgaande van Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) in samenwerking met de Gereformeerde Kerken in Roemenië regelmatig cursussen gegeven voor ouderlingen en diakenen, en dat begint bij een jongere generatie (en gelukkig ook bij een wat oudere generatie) zijn vruchten af te werpen. Ik ben dankbaar dat dit soort initiatieven steeds meer worden opgepakt.
Openbare geloofsbelijdenis
Een andere door de traditie gegroeide gewoonte is om op jonge leeftijd belijdenis van het geloof af te leggen. Op zich is dat een goede zaak, dat jonge mensen al op vroege leeftijd deel uit maken van de gemeente van Christus, maar in de praktijk pakt dat lang niet altijd zo positief uit. Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de voorbereiding op het doen van de openbare geloofsbelijdenis. Net als bij ons vroeger ligt het accent op kennis.
Het kennen van de Bijbel, het kennen van de catechismus, het kennen van de kerkgeschiedenis. Op zich is daar helemaal niets mis mee. Kennis is noodzakelijk en onmisbaar wanneer je wilt groeien in het geloof. Maar kennis is meer dan het uit het hoofd leren van de Bijbelboeken en een groot aantal zondagen van de Heidelbergse Catechismus. Kennen is ook een kennen met het hart. Dat je de Here liefhebt met heel met een ongedeeld hart en met je hele leven. Mijn ervaring met de kerken in Hongarije en Roemenië is dat vele jonge mensen na hun openbare geloofsbelijdenis de kerk vaarwel zeggen. En ik vond dat een hele pijnlijke ervaring.
In 1999 was ik uitgenodigd om voor een kring van predikanten in het district Tirgu Mures een lezing te houden over de voorbereiding op het doen van openbare geloofsbelijdenis.
Vanuit Nederlands-gereformeerd perspectief.
Mijn goede vriend professor Jenei Tamás, hoogleraar catechetiek, zou de Hongaarse kant belichten. We waren het in de grond der zaak wel met elkaar eens, maar legden heel verschillende accenten. Mijn insteek was dat jonge mensen de Here moeten leren kennen als hun hemelse Vader en dat ik als catecheet met hen op stap ga om met de Heer een persoonlijke relatie op te bouwen. De catechese is een oefenschool in het groeien naar volwassenheid in het geloof, waarbij kennis niet mag ontbreken. In de Hongaars Gereformeerde Kerk ligt de nadruk op de kennisoverdracht. Het uit het hoofd leren van feiten en data en de persoonlijke relatie met de Here komt er bekaaid van af. De oudere generatie predikanten wilde in dit opzicht van geen wijken weten – zoals het was moet het blijven – de jongere generatie bleek gelukkig gevoelig voor mijn argumenten. Ik ben blij dat langzaam maar zeker het tij gaat keren. Niet meer belijdenis doen op een bepaalde leeftijd, maar wanneer je daar als een jongere aan toe bent.
Wanneer je, ook al is dat misschien een momentopname, van harte kunt belijden dat de Here Jezus ook voor jouw zonden gestorven is.
Dopen op zaterdag
Op mijn laatste reis naar Roemenië dit voorjaar werd ik verschillende keren geconfronteerd met een kwestie die de gemoederen in de kerk danig bezig houdt. En eerlijk gezegd schrok ervan en in gesprekken met predikanten heb ik dat ook geuit. De doop wordt, naar goed gereformeerd gebruik, bediend in het midden van de gemeente, dat wil zeggen in de eredienst. Nu wordt steeds vaker de vraag gesteld: kan er ook niet op zaterdag gedoopt worden? Op zich kunnen er situaties zijn, waarin je afwijkt van het bestaande gebruik, zoals dat ook gebeurt bij de viering van het Heilig Avondmaal bij zieken thuis.
Wat mij verontrustte was de argumentatie.
Dopen is een feest. Maar een doopfeest kan nogal eens ontaarden in een feest van eten en drinken, van een ongeestelijke gezelligheid, waardoor men de volgende dag niet meer goed in staat is om te werken. Kan er dan niet op zaterdag gedoopt worden en vervolgens feest gevierd worden, zodat men de zondag als ‘rustdag’ kan gebruiken om op maandag weer fris aan het werk te kunnen gaan.
Een praktijk die hier en daar helaas lijkt in te burgeren. Tot schade van de kerk.
Volkskerk
Een volkskerk – en de gereformeerde kerk in Hongarije en Roemenië is een volkskerk – heeft ongetwijfeld z’n mooie kanten, maar geestelijk gezien ook z’n schaduwkanten. De invloed van de wereld blijkt soms tot in het hart van de gemeente te zijn binnen gedrongen. Alleen een krachtige geestelijke leiding is daar tegen opgewassen.
Een geestelijke vernieuwing die offers vraagt.
Ik heb met vreugde in deze kerk het evangelie mogen brengen en ik heb er veel goede en fijne contacten aan overgehouden. Er zijn vrome en oprechte gelovigen, predikanten die trouw het evangelie bedienen, maar ik heb ook mijn zorgen. Zorgen die ik uit, juist en alleen omdat ik van die kerk houd!
Ds. Jan Bouma is emeritus predikant van de NGK van Kampen.
| De kerk in Hongarije en Roemenië De kerk, dat is in Hongarije de rooms-katholieke kerk, de gereformeerde kerk (half zo groot als de rooms-katholieke kerk) en de iets kleinere Lutherse kerk. In Roemenië wordt de kerkelijke kaart beheerst door de Orthodoxe kerk, terwijl in Transsylvanië de Hongaars Gereformeerde Kerk een belangrijke positie inneemt. De Lutherse kerk is na het vertrek van veel Duitssprekenden gedecimeerd. |