Wonderlijk vreemd en vertrouwd

2012-08-18
  • Jaargang 56
  • nummer 16
Mijn eerste kennismaking met Hongarije en de Gereformeerde kerk daar was tijdens een jongerenreis in 1983.
Die ontmoeting heeft diepe indruk gemaakt. Uiteraard werd die mede bepaald doordat in die tijd de kerk door de communistische overheid werd onderdrukt. Wanneer je de zwaarbeveiligde grens naar het westen had genomen, had je het gevoel je Hongaarse vrienden in een gevangenis achter te laten. Maar er was meer dat vreemd voor ons was.

De Hongaarse taal behoort niet tot de Indo-Germaanse taalfamilie en heeft dus geen enkele verwantschap met de talen van West- en Oost-Europa. De Hongaren, de ‘Magyar’, kwamen ooit van achter de Oeral naar het westen en werden in het midden van Europa een vreemde eend in de bijt. In de zang van de Magyar hoor je soms klanken die bijna Chinees aandoen.
Vreemd dus en toch ook wonderlijk vertrouwd.
Want in dat volk met die vreemde taal ontmoet je christenen met wie wij als Nederlanders al snel een wonderlijke verwantschap ervaren. Dat hangt ongetwijfeld samen met de identiteit van de Hongaarse gereformeerden.
Net als wij hebben zij de Heidelbergse Catechismus als leerboek van de kerk en ook in Hongarije zingt men de psalmen op de ons vertrouwde melodieën.
Een gereformeerde kerkdienst in Hongarije of Roemenië is daardoor toch herkenbaar. Het was een voorrecht dat ik diverse keren in Hongaarse kerken mocht preken (dankzij een goede tolk!). Tegelijk vallen juist dan ook de vreemde elementen weer op: de Hongaarse kerk is de enige gereformeerde kerk wereldwijd die bisschoppen kent.
En de ouderling in de Hongaarse kerk is bepaald niet te vergelijken met de onze. Daarover straks meer.
De verwantschap met de Hongaarse gereformeerden zal ook te maken hebben met de contacten de eeuwen door vanaf de tijd van de Reformatie.
Vanaf de zeventiende eeuw hebben vele Hongaarse predikanten hun opleiding genoten in Nederland. Kenmerkende stromingen als die van de puriteinen en de Nadere Reformatie vonden zo ook hun weg naar de Hongaarse kerk.
Herkenbaar is ook de manier waarop de gereformeerden in Hongarije net als in Nederland de geschiedenis van het eigen volk profetisch probeerden te duiden in het licht van de Schrift. Opmerkelijk dat Nederland en Hongarije als een van de weinige naties een volkslied kennen dat tegelijk een gebed is tot God. En helemaal opmerkelijk dat het Wilhelmus en de ‘Magyar Himnusz’ qua melodie uitwisselbaar zijn!
Een markant moment in deze bijzondere verbondenheid vormt het optreden van onze admiraal Michiel de Ruyter die op 11 februari 1676 zesentwintig Hongaarse voorgangers van de Spaanse galeien verloste.
Ook meer recent zijn er gebeurtenissen die de band tussen Nederland en Hongarije markeren. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen zo’n honderdvijftigduizend Hongaarse kinderen naar Nederland voor herstel. Velen van hen zijn hier gebleven. Zo had ik een oudtante met de mooie Hongaarse naam ‘Elonka’ omdat zij als meisje was opgenomen in het twaalf kinderen tellend gezin van mijn overgrootouders.
Omgekeerd mocht ik in Boedapest een oude vrouw leren kennen die als meisje in Nederland had gewoond en nog altijd met liefde vloeiend Nederlands sprak. Na de mislukte opstand van 1956 zijn opnieuw veel Hongaren naar Nederland gevlucht. En vanaf de jaren ’60 kwam de steun voor de Hongaarse christenen vanuit de Nederlandse kerken op gang, met blijvende contacten.

Geschiedenis
Tegen het einde van het eerste millennium vond het evangelie gehoor onder de ‘Magyar’. Het geloof in de eigen ‘táltos’ (sjamanen) begon te wankelen en zendelingen vanuit de hervormingsbeweging van Cluny brachten een radicaal evangelie. Bajk was de eerste koning die het geloof aannam en werd tot ‘István’ (Stefanus) gedoopt.
Hoewel opgegroeid in het isolement van zijn eigen taal en volk, vertoonde hij een opmerkelijke ‘oecumenische’ stijl. Zo stelde hij een gezantschap ten dienste van de christianisering van zijn rijk samen afkomstig uit vijf bevolkingsgroepen. Een Hongaarse geschiedschrijver merkte op dat deze visie slechts uit het persoonlijk geloof van koning István in zijn Heer en diens heerschappij over alle volken verklaard kan worden.
Hoewel István koos voor de westerse kerk en uit handen van paus Silvester II in 1001 de koningskroon ontving, behield de Hongaarse kerk altijd enige afstand tot Rome. Georiënteerd op het westen bleef Hongarije ook in open contact met het oosten en de orthodoxe kerk. Kenmerkend: het Hongaarse volk neemt nog altijd een bijzondere positie in op de grens van oost en west. Door de eeuwen heen heeft hun dit ook veel leed berokkend.

De Reformatie
De boodschap van de Reformatie vond in Hongarije vruchtbare grond. De reserve tegenover Rome was toegenomen door de verwording van de kerkleiding en doordat een keur van ‘ketterse’ bewegingen, zoals de Hussieten, een veilige plek hadden gevonden onder de Hongaarse kroon. Zelfs de franciscaanse predikers, door Rome ingezet om de trouw aan de rooms-katholieke kerk te herstellen, liepen over naar het kritische kamp. Velen van hen werden later predikers van de gereformeerde leer!
In deze tijd werd Hongarije getroffen door een catastrofe. De oprukkende Turken verpletterden in 1526 bij Mohacs de Hongaarse legers (circa veertien- tot twintigduizend doden), in de steek gelaten door de westerse christenheid! Het land werd daarop in de diepste ellende gedompeld. Maar juist in deze diepte werd de boodschap van de Reformatie met zijn aandacht voor Gods uitverkiezing een houvast.
In het wapen van de Hongaarse kerk staat nog altijd de tekst: Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn. De kerk als instituut was gebroken, maar het evangelie klonk met kracht en de Bijbel ging open. Men ging het eigen leed duiden met Bijbelse voorbeelden en zag de Turken als een roede in Gods hand als de Babyloniërs van weleer. En hoe wonderlijk: de overheersing van de Islam bleek voor de verspreiding van de gereformeerde leer een zegen.
Anders dan de roomse kerk maakte de gereformeerde kerk geen aanspraak op wereldlijke macht en vormde geen directe bedreiging voor de Turkse overheid. De gereformeerde religie riep bij de moslims zelfs herkenning op door de overgave aan een heilig boek en de afkeer van beelden. En zeker toen de rust was hersteld, kreeg het gereformeerde geloof de kans om op te bloeien.
Hongarije werd in drieën gedeeld. Het noorden kwam onder de rooms-katholieke heerschappij van de Habsburgers, het midden kwam onder Turks bestuur en in het oosten, in Transsylvanië, kregen de Hongaren een vorm van zelfbestuur. Bloedige geloofsvervolging kende alleen het noorden. In het oosten kon zowel de Hongaarse cultuur als het gereformeerde geloof zelfs tot bloei komen. Het koninkrijk van Transsylvanië kende een unieke geloofsvrijheid voor vier godsdiensten. Begrijpelijk dat het voor het Hongaarse volk uitermate pijnlijk was (en is) dat na de Eerste Wereldoorlog uitgerekend dit Transsylvanië aan Roemenië werd toegewezen!
Toen Hongarije de eeuwen door al meer onder de heerschappij van de rooms-katholieke Oostenrijkers kwam, werd de contrareformatie bloedig doorgevoerd. Van een overgrote meerderheid werd de gereformeerde kerk een minderheid. Toch wist zij stand te houden. Het onderwijs in handen van de gereformeerde kerk was daarbij van levensbelang.

Bisschoppen en presbyters
Uniek in de gereformeerde kerkelijke familie is het bisschopsambt. Dit restant van lutherse invloeden bleef mede door de feodale structuur van de Hongaarse samenleving gehandhaafd, ondanks de stevige kritiek van predikanten die in Nederland waren opgeleid in de presbyteriaanse traditie.
Hoewel op papier de bisschoppen niet hiërarchisch boven de kerken of de medeambtsdragers staan, blijken zij toch in de praktijk veel macht te hebben.
Vanuit de geschiedenis van Hongarije is dit ambt te begrijpen, maar in de praktijk heeft het de geestelijke groei en vernieuwing van de kerk vaker belemmerd dan gestimuleerd.
In de Hongaarse gereformeerde kerk treft men presbyters. Maar anders dan bij ons de ouderling heeft de presbyter niet de taak om de gemeente geestelijk te leiden. Dat is de eenzame taak voor de ‘lelkipásztor’, de zielenherder, de predikant. De presbyter is vanuit de burgermaatschappij aan het bestuur van de kerk toegevoegd. Deze functie geeft vooral status en weinig verplichting als het gaat om de geestelijke opbouw van de gemeente. Gelukkig zijn er uitzonderingen en groeit de openheid voor een meer Bijbelse invulling van dit ambt.

Tussen de wereldoorlogen
Na de vrede van Versailles werd in het verdrag van Trianon (1920) het grondgebied van Hongarije tot een derde van haar oorspronkelijke omvang teruggebracht.
Drieënhalf miljoen Hongaren kwamen daarmee buiten de landsgrenzen in de omringende landen. De gereformeerde kerk werd gehalveerd in ledental en aantal gemeenten. Hierdoor kwam Hongarije in de greep van het nationalisme en koos tijdens de Tweede Wereldoorlog de zijde van nazi-Duitsland in de hoop het onrecht van Versailles ongedaan te kunnen maken. Naast principiële tegenstemmen is ook de gereformeerde kerk niet vrij gebleven van dit bedenkelijke nationalisme.

De communistische tijd
Onder de communistische overheersing (1945-1989) heeft de bisschoppelijke structuur kwalijk gewerkt. De bisschop werd een verlengstuk van de overheid in de kerk. Zo hebben de bisschoppen in ruil voor erkenning en status het onderwijs als een van de belangrijkste pijlers van de gereformeerde kerk verkwanseld. Zij propageerden ‘de theologie van de dienstbaarheid’: door haar onvoldoende kritische houding tegenover de eerdere fascistische overheid moest de Hongaarse kerk zich nu ootmoedig opstellen en de boodschap van het socialisme als een Bijbelse invulling voor maatschappelijk heil ondersteunen. In theorie was er godsdienstvrijheid en kreeg de kerk zelfs een maatschappelijk relevante taak toebedeeld. In de praktijk werd het evangelie aangepast en werd de kerk monddood gemaakt zowel wat betreft de boodschap naar buiten als wat betreft onderwijs aan de eigen jeugd.
Predikanten met ingang bij de jeugd werden door de bisschoppen naar vergrijsde gemeenten overgeplaatst.
Onder leiding van moedige predikanten en jeugdleiders werd het onderwijs en de vorming van de jongere generatie toch in het geheim voortgezet. Een predikant liet mij eens zo’n jongerencentrum zien. Een paar barakjes verscholen in de bossen waar in de vakanties generaties bij het geloof zijn bewaard. Hij was een van hen en sprak met ontroering over een ‘heilige plaats’.
De laatste tien jaar voor de ommekeer nam de verdrukking in Hongarije, de ‘vrolijkste barak van het Oostblok’, af.
In Roemenië heeft de gereformeerde kerk tot aan de revolutie eind 1989 zwaar geleden onder het schrikbewind van Ceausescu, die zowel de Hongaarse cultuur als de christelijke kerk wilde vernietigen.

Na de val van de muur
De vrijheid vanaf eind 1989 was ongekend.
Maar tegelijk werd het vinden van en het leven uit de echte vrijheid in Christus een grotere opgave dan ooit. Lang opgesloten in de knellende kaders van het communisme werd de Hongaarse kerk overrompeld door de verleidingen van het ‘vrije’ westen. De klassieke verschillen tussen ‘wij hier en ‘zij daar’ is zo al minder geworden, terwijl de uitdaging om kerk te blijven in deze wereld al meer onze gezamenlijke roeping is, waarin we over en weer veel van elkaar kunnen leren en veel voor elkaar mogen betekenen. De bijzondere band tussen Nederland en Hongarije blijft daarom wat mij betreft onze inzet meer dan waard!

Ds. Ton Vos is predikant van de NGK van Assen en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief