Als de muren van Jericho instorten

2012-08-18
  • Jaargang 56
  • nummer 16
Een jonge mantelzorger zit helemaal stuk en zegt: ‘Het is wachten tot de muren van Jericho instorten.’ Ze zorgt voor een jonge zwager met een ongeneeslijke, levensbedreigende ziekte. Het stempelt haar hele leven. Dag en nacht is zij voor hem in de weer en is er maar één deur tussen haar leven en zijn achterkamer van het huis.
Fysiek is het al zwaar, maar mentaal nog zwaarder. ‘Kan ik dit nog wel, wil ik dit nog wel?’ Ook dat roept weer reactie op bij haarzelf. ‘Zo mág ik toch niet denken. Ik ben gezond en kan alles, voor hem wordt het alleen maar minder!’ Op haar werk gaat het vaak over uitgaan en vakantie. Ze durft nauwelijks over haar zorgen te praten. En zegt ze toch eens wat, dan is het al snel: ‘Als het jou zo zwaar valt, dan is het toch wel duidelijk wat er moet gebeuren, daar is een verpleeghuis toch juist voor.’ Het roept heftige gevoelens op bij de vrouw: eenzaamheid en boosheid, jaloezie en machteloosheid.

Het is vaak een herkenbaar beeld van mantelzorg: te zwaar, te veel, zo eenzaam. Dat leidt dan tot zo’n fatalistische uitspraak: ‘Het is wachten tot de muren instorten.’ In het gesprek met de jonge vrouw heeft zij het allereerst over haar zwager, maar doorpratend blijkt ze met de vraag nog meer zichzelf te bedoelen. Zij staat op instorten. Die dreiging en werkelijkheid van toen typeert haar leven van vandaag helemaal.

Er zit ook een andere kant aan dat bijbelse verhaal. ‘Daar is dat wonderlijke gegeven van die rode draad. Die vrouw wordt gered met haar familie!’, zo stel ik. Is het misschien mogelijk dat ook in jouw bestaan zo’n rood koord kan worden uitgerold?’ In het gesprek zeg ik iets van: ‘Gek, Rachab moet zelf dat koord uithangen na alles wat zij voor die mannen heeft gedaan. Ook van jou wordt misschien wel een heel actieve rol gevraagd: niet om je maar te blijven verweren tegen die muren, maar wel om een reddingsplan aan te pakken voor jezelf. Vergelijk jezelf eens met Rachab: enerzijds ontvangt ze deze redding echt van boven, anderzijds moet ze er nog wel wat voor doen!’

Het raakt deze jonge vrouw bijzonder dat Rachab in deze reddingsactie ook haar familie kan betrekken. ‘Is het mogelijk dat mijn rode koord op de één of andere manier mijn zwager en mijn echtgenoot ten goede zullen komen?’ Zij ontvangt weer moed om te zorgen, maar ook om de zorg bespreekbaar te maken. ‘Ik kan het niet alleen en ik zal dan ook helder en zichtbaar moeten maken dat ik hulp nodig heb.’ Dit gesprek blijkt ook op andere wijze iets heilzaams voor haar te hebben. Daar waar zij van huis uit vooral bekend is met de gedachte ‘als je maar bidt en Bijbel leest’, wordt ze nu geprikkeld door een veel actievere opstelling. ‘Ook als ik zelf een reddingslijn uitgooi, ben ik toch geestelijk en heel afhankelijk van boven bezig.’

Drs. Judith Gerkema-Mudde is kerkelijk werker in de NGK van Amersfoort-Noord en betrokken bij toerusting van mantelzorgers.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief