Wij doen aan liturgie
2012-08-18
Onder die titel schrijft ds. Jan T. Oldenhuis een column in het zomernummer van Dienst, het vrijgemaaktgereformeerde ambtsdragersblad: - Jaargang 56
- nummer 16
Op de preekstoel ligt een grote gerestaureerde Statenbijbel. Wij hechten aan symbolen. ‘Het Woord, dat zal men laten staan!’ We zingen het met overtuiging. Op de kansel hoort een STATENBIJBEL! Wij zijn Kerk van het Woord! Opengeslagen, altijd bij dezelfde profeet, want die staat mooi in het midden. De randen van de opengeslagen pagina’s zijn afgesleten.
Het is echt een Bijbel waarvan nooit een bladzijde wordt omgeslagen. Een ornament als een grafzerk. Er boven op ligt een exemplaar van NBG-1951.
En daar bovenop weer een NBV. Het heeft iets van olleke-bolleke-rebusolleke.
De dominee legt daar weer boven op zijn eigen Bijbeltje. En daar nog weer overheen schuift hij de vellen papier met zijn eigen woorden. De eigen woorden over het Woord, het Woord, het Woord, het WOORD. Symbolisch?
De oude Statenbijbel is soms onbereikbaar geworden. Dan is hij onder sterk en onbreekbaar plexiglas in verzekerde bewaring gesteld. Een museum-exemplaar.
Het Woord: dat zal men laten liggen! Wij zijn er zuinig op.
Ooit lag ergens een grote Bijbel op een tafel voorin de kerk. Een beetje schuin open naar de gemeente toe. Kon je zien: daar was over nagedacht! Anders zou hij er zo niet bij liggen. Er was een pak wasmiddel onder geduwd aan de bovenkant. OMO las ik vanaf de preekstoel. De gemeente zag dat niet.
Die werd geacht uit die Bijbel te lezen.
Dat je die Bijbel dan op de lessenaar moet leggen en daar iemand achter moet zetten om hardop te lezen… zover waren we toen nog niet. De liturgische molens in de vrijgemaakte wereld malen langzaam. Maar ze malen. Wees blij! We hebben al lezers.
Mannen én vrouwen zelfs. Dat heeft wel wat voeten in de aarde gehad. We doen alles met overtuiging en overtuigingen zijn soms hardnekkig. Laatst las de lezer een heel verkeerd hoofdstuk.
Hij merkte het niet. Hij had het niet eerst thuis gelezen.
Wij branden ook kaarsen. Nog niet zo heel lang, maar soms toch. Vlak voor Kerst of zo. Dan steekt de koster ze even van te voren aan. Da’s wel zo gemakkelijk.
Die poespas van aansteken in de dienst met een kleine kaars, nou ja, da’s iets voor als je echt aan liturgie gaat doen. En dat gedoe met Kyrie en Gloria en Acclamaties en Stiltes en Ordinarium en Nieuwe Liederen, hou toch op. Da’s niet eigentijds. Geef ons maar de beamer. Dan wordt ons alles toegestraald. Hoeven we niks meer te doen. Kunnen we alle bagage thuis laten. Boekjes en Bijbels en zo. Lekker gemakkelijk. Kunnen we meteen alles zingen wat we willen. Hebben we ook niks meer te maken met deputaten en selecties en synodes en kerkboeken.
Da’s allemaal goed voor het Liturgisch Steunpunt. Voor de liefhebbers.
Wij doen nog niet zo lang aan liturgie!
Ja ja, er wordt wat afgeknutseld in kerkdiensten!
Er zijn trouwens nog wel diepere vragen te stellen. Het Christelijk Weekblad (22 juni) was bij een studiedag van de Evangelische Alliantie. Daar voerde Stefan Paas, bijzonder hoogleraar kerkplanting en -vernieuwing,
een pleidooi voor innovatie in de kerk.
De secularisatie in Europa dwingt de kerken om moeilijke keuzen te maken, om terug te gaan naar kernwaarden, zo stelde hij.
Paas maakt onderscheid tussen innovatie en aanpassing. “Een kerk die zich aanpast, stelt de vraag: hoe kunnen we de kerkdienst op zondagmorgen toegankelijker maken voor jongeren?
Maar een kerk die innoveert stelt de vraag: waarom hebben we eigenlijk een kerkdienst op zondagmorgen?” In een snel veranderende samenleving is aanpassing niet genoeg, denkt Paas.
“We moeten niet zoeken naar betere antwoorden maar we moeten leren betere vragen te stellen.” Innovatie gaat meestal buiten de bestaande structuren om, stelt Paas.
Klassieke vormen van evangelisatie werken niet meer omdat ze te veel geloof veronderstellen. Ook kun je innovatie niet in een project gieten, want dan komt er niets nieuws op gang.
Daarom vinden veel kerken het zo moeilijk om te innoveren. Ze willen graag de controle over het vernieuwingsproces bewaren, niet beseffend dat innovatie antwoorden brengt ‘vanachter de horizon’. () De bijzonder hoogleraar breekt een lans voor kerkplanting. Nieuwe kerken zijn meestal flexibel en gemakkelijk toegankelijk, omdat er nauwelijks verschil is tussen de status van leden en van nieuwkomers. Nieuwe leden helpen de kerk om naar de mensen toe te komen. Ze kunnen de kerk tradities laten doorbreken die hinderpalen geworden zijn. Kerkplanting vergroot bovendien de opties voor religieus geïnteresseerden.
Een kerk mag wat Paas betreft ook klein zijn. “Veel kerken die onder de vijftig leden zakken, gaan denken aan sluiting. Maar het kan juist gevaarlijk zijn om meer dan vijftig leden te hebben.
De leden kennen elkaar niet meer.
Grote kerken worden bovendien in de regel door een klein percentage van de leden gaande gehouden.”
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK van Enschede.