De opvoeding in een christelijk gezin

1975-06-20
  • Jaargang 19
  • nummer 25
In een tijd, waarin alle zekerheden worden weggevaagd en een massaal afvalsproces vele christenen in verwarring brengt, is het een zware opgave onze kinderen zo op te voeden, dat zij in deze maatschappij en in de kerk van deze dagen als christen en mens optimaal kunnen functioneren. Voor dit opvoedingsideaal zijn op zijn minst twee zaken onmisbaar: het geven van informatie aan de kinderen en het vormen van een levensbeschouwing, waardoor zij de geboden informatie kunnen verwerken en ordenen.
Nu wordt het in onze tijd steeds moeilijker betrouwbare informatie te krijgen. Immers de persmedia verschaffen wel veel materiaal, maar deze informaties zijn vaak meer emotionele standpunten dan betrouwbare feiten. Veel feiten worden zo gepresenteerd dat er al een (gekleurde) mening in zit. Het geweldige gevaar daarvan is, dat wij en onze kinderen ons kritisch vermogen verliezen. Van de honderd jongeren, die tegen Vietnam protesteren, weten er geen vijf wat er precies aan de hand is. Buiten het gezin ontvangt de jeugd een stroom van gegevens, uit kanalen waarvan de ouders vaak geen weet hebben, gegevens die sterk subjectief en indoctrinerend van aard zijn. Daarom is het bitter noodzakelijk dat wij onze kinderen zelf van de nodige informatie voorzien, en daaraan veel tijd en moeite besteden.
En wat de levensbeschouwing betreft: wij kunnen de kinderen in de chaotische maalstroom van allerlei informatie uitsluitend leren zich te oriënteren en tot een eigen positie te komen, als' wij hen vanuit het gezin een bijbelse visie meegeven.
Deze opgave wordt moeilijker en noodzakelijker, nu het geloof op uiterst geraffineerde wijze bezig is de scholen en kerken te penetreren. Uit de Wereld krant van de Sjaloomgroep knipte ik een actieprogramma: "Groepen gaan zich richten op kinderen, saneringswijken, boeren en werkende jongeren. De bedoeling is met hen te praten over de maatschappelijke situatie waarin zij verkeren. De groepen zien hun werk als ondersteuning van de klassenstrijd." Het wordt inderdaad tastbaar en zichtbaar dat, indien wij zouden verzuimen onze kinderen te helpen een levensbeschouwing op te bouwen, anderen klaar staan om dat van ons over te nemen.
Uit praktijk van mijn werk en uit de contacten ook op het terrein van de kerk zie ik, dat er onder ons te weinig kennis en besef van deze dingen is. En toch mogen onze kinderen ons vragen, zoals de moorman aan Filippus: "Hoe zou ik dit verstaan als niemand mij onderricht?"
De jeugd ervaart via de persmedia de ellende van de samenleving, en wordt tegen wil en dank meegesleept in een wereld van contrasten en conflicten, waarvoor niemand een oplossing schijnt te weten. De kinderen kunnen - soms onbewust - naar hulp, naar een antwoord op de vraag hoe dat allemaal kan, en hun ogen zijn daarbij gericht op u en mij, hun ouders. Vele jongeren, die het stuur verloren, hebben dat te wijten aan het feit dat men thuis geen stuur gaf of kon geven.
Daarom meen ik, dat" het voor onze gezinnen een levensnoodzaak is, dat predikanten, jeugdleiders, en niet te vergeten onze pers, de ouders hierin concreet helpen. Het organiseren van oudergesprekskringen over belangrijke onderwerpen kan daartoe een heel vruchtbaar middel zijn.

Dit klemt te meer, omdat óók in de gezinnen van de kerk een funest verschijnsel merkbaar is, dat zich na de tweede wereldoorlog in toenemende mate manifesteert, dat de jongere generatie zich onafhankelijk betoont van de oudere, en er blijk van geeft aan de levensbeschouwing van de ouders weinig behoefte te hebben. Ik zal daarvan een voorbeeld geven.
Toen de emoties rondom de communistische godsdienstleraar Los hoog oplaaiden onder de jeugd, hebben de leerlingen een opinie-, onderzoek onder de schooljeugd mogen houden. En wat bleek? Dat een kleine 40 procent de zijde van leraar Los koos. Maar op de buitengewone ledenvergadering, waar de ouders (zij het lang niet allen) zich uitspraken, koos een grootst mogelijke meerderheid voor het beleid van het bestuur. Natuurlijk speelde in deze merkwaardige uitslag een brok emotie en geldingsdrang van de leerlingen mee. Tenslotte ging het om een sympathieke leraar. Maar uit menig gesprek dat ik met deze jongelui, gehad heb bleek onomstotelijk dat zij in deze diep ingrijpende zaken ontsnapten aan het opvoedingspatroon van hun ouders, en dat op een leeftijd dat ze voor de vorming van hun geestelijk leven nog volledig op hun ouders aangewezen zijn. Onder hen zijn ook jongelui uit orthodoxe gezinnen. Over de ooraken van deze ontwikkeling wil ik graag wat zeggen.

T en eerste noem ik de reactie van een aantal jonge mensen, die zeiden dat zij het oordeel van hun ouders niet belangrijk vonden omdat thuis over deze dingen weinig gesproken werd.
Een groot onderzoek (niet in onze kerken) onder 15000 tieners heeft uitgewezen, dat 90 procent door de ouders over goed en kwaad onderricht wilde worden, maar dat de ouders dit om allerlei redenen nalieten. De grootste problemen liggen op het gebied van het seksueel gesprek. 5 procent vond het moeilijk met de ouders te praten, omdat die niet schenen te begrijpen dat de jongeren verlangen naar een gesprek van mens tot mens. Een enquête onder meisjesstudenten wees uit, dat 75 procent nauwelijks met de ouders sprak, omdat er geen contact was. "Ik heb ouders voor halve dagen", zei een jongen die met zijn werk en gedrag in de knoei zat. Op de internaten en de huiswerkinstituten zitten de kinderen van drukbezette ouders. Het zijn ook vaak de oorzaken van buiten af, die de communicatie in het gezin ernstig bemoeilijken: vader 's avonds geen zin meer, werkeloosheid, een tas vol werk uit het kantoor mee, etc. Bovendien is de T.V. hard op weg de erepalm te krijgen onder de middelen, die in staat zijn de sfeer in het gezin 's avonds grondig te verknoeien. Nu de politieke situatie, de maatschappelijke spanningen en de botsingen en scheuringen in de kerk bezig zijn bij onze opgroeiende kinderen hun zekerheid te ondermijnen, is het meer dan ooit nodig dat wij veel tijd voor onze kinderen beschikbaar moeten hebben om met hen in het licht van het Woord van God de verwarrende hoeveelheid informatie te bespreken en hen te leren daarin hun houding te vinden.

Een tweede reden van spanning bij het opvoeden is de stroom van heftige negatieve emoties die de jeugd verwerken moet. De krant meldt in hoofdzaak weinig anders dan verval, ontevredenheid, geweld, mislukking, moord en politiek gekonkel.
Ook onze kerkelijke pers staat vol van conflicten en spanningen. Wat voor uitwerking denken wij dat deze negatieve indoctrinatie op onze kinderen heeft? Laten we maar ronduit zeggen: funest.
Het is beangstigend te zien, hoe fel de jongelui soms hun ouders, leraren, predikanten en leiders kunnen aanklagen vanwege de ontluistering en ontwrichting waaraan zij, de jeugd, geen schuld heeft. En nu hangt het er maar helemaal van af, op welke wijze we dat opvangen.
Met klem zou ik ons allen, die geroepen zijn onze kinderen hierin te leiden en hen tot positief ingestelde christenen moeten opvoeden: laten we ons niet begeven in nutteloze discussies over gelijk of ongelijk. Daarin ligt niets positiefs, maar het legt de basis tot een generatiebotsing.
Want de jeugd gelooft onze zelfverdediging niet - terecht of niet ...
Wij bereiken er niets mee, als wij ons gaan verdedigen en de kinderen ónze keuze, ónze daden en ónze positie aanprijzen. We moeten hen veel meer eerlijk laten zien, waarin hun aanklacht juist, waarin de ouderen faalden en waarom, en wat goed was en waarom, maatschappelijk en kerkelijk. Het is opvallend hoe krampachtig en defensief ouders soms kunnen reageren, als de jeugd, geschokt door negatieve ervaringen, fel afkomt op wat de ouderen "heilig" is. Maar met zulk een reactie bereikt men de jeugd niet.
In het algemeen is dit niet een sterke kant van ons gereformeerde volksdeel. Dat komt omdat de traditie van tientallen jaren het scherpe onderscheid tussen wat adat en wat blijvende norm is, heeft doen vervagen. De bereidheid om eigen verworvenheden kritisch te bezien, is er onder ons veel te weinig. Soms is daartegen zelfs verzet te merken. Wij leven echter in een tijd, dat alles in de schijnwerper komt. Ook onze kinderen aanvaarden het steeds minder, dat bepaalde zaken verdedigd worden met een beroep op de traditie.
Zij zoeken naar vaste waarden, blijvende maatstaven. Ik ben daar blij mee, want het is winst.
Maar het houdt tevens in dat wij bereid moeten zijn in de schijnwerper van Gods Woord samen met onze kinderen onze verworvenheden kritisch te bezien en zo nodig te herwaarderen. Dat is noodzaak om in een tijd van nihilisme en negatie het contact met de kinderen te bewaren.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief