Door het geloof leven

1976-01-09
  • Jaargang 20
  • nummer 2
Vanzelfsprekend?
" ... maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven." (Heb. 2 :4) Een mooie, om niet te zeggen dierbare, tekst. Een tekst die zo vanzelfsprekend is, dat hij niet meer vanzelf spréékt, Egyptisch uitgebeend en dogmatisch door de mangel gehaald, via Rom. 1 gepromoveerd tot Luther-tekst en daardoor bijna de inzet van het conflict met Rome geworden.
Een beroemde tekst, ja, maar de vraag is wel': wat heeft hij ons nu eigenlijk te zeggen?
Dat kan in feite alleen Habakuk ons vertellen. Maar Habakuk is uitgerekend een man van wie we vrijwel niets weten. Behalve dan dat hij een ziener-profeet was en dus af en toe in Gods boek mocht kijken om het verder te vertellen.
En dat hij leefde en profeteerde zo'n twintig jaar voor de verwoesting van Jeruzalem (568), dus ten tijde van koning Jojakim, vlak voor "die Untergang des Morgenlaudes".

Bar en boos
Nu plegen profeten geen studeerkamer-geleerden te zijn. Ze staan midden in hun eigen tijd. Getuige Habakuk, die met de deur in Gods huis valt: hoe lang, HERE, roep ik nu alom hulp - en Gij antwoordt nièt; schreeuw ik tot U: geweld! en Gij verlost niet?
Waarom doet Gij mij ongerechtigheid zien ... onderdrukking, geweld, twist en tweedracht? De goddeloze heeft de rechtvaardige in de tang, het recht struikelt op straat (1 : 2-4).
Habakuk is ten einde raad. Zijn tijd is een tijd van onrecht, van het recht van de sterkste, van onderdrukkingen willekeur en gewelddadigheid. En dus van onzekerheid en machteloosheid.
Woorden die in Onze tijd geen vertaling of roelichting nodig hebben ...

Van welke kant komt al die ellende? Voorde hand liggend schijnt het antwoord: zijn eigen volksgenoten.
Maar waarom niet in rekening gebracht dat Juda in die tijd schatplechtig was aan Egypte? Terreur van een overwinnaar en diens vertegenwoordigers is toch niets nieuws? De keus lijkt niet moeilijk: Egypte houdt voor de zoveelste keer huis in Juda, die deur der volken, op despotische manier. En mogelijk zijn er joden die graag een handje meehelpen. Als toch het recht struikelt op straat, waarom dan niet je kans gegrepen en de ander een beentje gelicht?

Wat zegt u dáár van?
Wat voor antwoord krijgt Habakuk eindelijk en ten langen leste op zijn klacht? Luister maar mee: ziet onder de volkeren en let op ...
Ik verwek de Chaldeeën, dat grimmige en onstuimige volk ...
Verademing? Opluchting? Dat had je gedacht!
't Wordt alleen nog maar erger.
Bruut geweld wordt ingeruild voor tomeloos bruut geweld. Ellende.
't Is ... ongelooflijk. Dat zegt God trouwens zelf: verbaast u en ontzet u, want Ik doe een werk in uw dagen, dat gij niet zoudt geloven wanneer het verteld wordt (1 : 5).
Nu, Habakuk gelooft het wel, maar hij begrijpt er niets van: zijt Gij niet vanouds, HERE, mijn God mijn Heilige ... ? (1 : 12 v.v.) Vergelijk eens: de malaise van de crisisjaren maakte plaats voor een tweede wereldoorlog met Jodenvervolging en Hongerwinter. De "vrede" bracht de opkomst van het Oost-Europa blok en de koude oorlog. De "vreedzame coëxistentie" mondt uit in een oliecrisis, nieuwe economische crisis en werkloosheid op ongekende schaal. Is er alleen maar de climax: erg, erger, ergst?
Als iemand je rekenschap vraagt van Gods wegen - wat heb je dan te zeggen? Wat had Habakuk te zeggen? Na Egypte ... Babel en ballingschap. Is God soms doof en blind?

Wat zegt God daar van?
Wat heeft God te zeggen? Een strijdlustige Habakuk (hij spreekt al in militaire termen) vraagt God rekenschap (2 : 1). Hij krijgt ook antwoord op zijn klacht. En hij niet alleen: er komt een publicatiebord aan te pas: elke voorbijganger kan meelezen (2 : 2). God heeft en hoeft voor niemand iets te verheimelijken. Zijn communiqué behelst het aan Habakuk gegeven "gezicht". Geen politieke of militaire waarschijnlijkheidsberekening, maar een voorspelling-met-gezag: uitstel is geen afstelkomen zal het gewis (2 : 3).
Het "gezicht" kan zijn: de Egyptenaren worden achterhaald door de Chaldeeën (Babel, Nebukadnezar).
Het kan ook zijn Gods . dreiging tegen de Chaldeeën (2 : 5-20). Of beide. Een krant vol.
Maar de korte samenvatting is mogelijk (naar een andere en waarschijnlijke vertaling): zie, bezwijken zal hij wiens ziel niet recht(schapen) is, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof lieven(2 : 5) Daar moet je het dan mee doen, als de ene vloedgolf van geweld en onrecht na de andere over je heen spoelt ... Dat is dan het antwoord op Habakuks verbijstering en onbegrip. Het ENIGE antwoord!

Daar zit muziek in !
Maar wel een afdoend antwoord.
Want wat is "geloven"? Toch niet anders dan zeker zijn van je God, door alles heen (vgl. Hebr. 10 : 38) aan Hém blijven vasthouden (2 : 12), Hém alléén (22 : 19, 20) als God blijven zien? Geloven is be-amen: ja, zo is en dat doet God en daar rustig amen! op zeggen.
Dat dit verschrikkelijk moeilijk kan zijn, had God zèlf 'al gezegd (1 : 5). Zéker weten: bezwijken zal hij wiens ziel niet rechtschapen is - Egyptenaren of Chaldeeën, Necho of Nebukadnezar. Als geweld plaats maakt voor nog meer geweld, is het vonnis van de geweldenaar geveld: komen zal het gewis! Mijn kracht is mijn god (1 : 11)? Maar was is die geweldenaar helemaal meer dan een sterfelijk mens? Wij kunnen het geweld meestal niet keren - maar God zal het niet gedogen: uitstel is geen afstel (2 : 3).
Rest ons alleen "geloven". Maar wie, in tegenstelling tot de nietrechtschapene een rechtvaardige is (vgl. 1 : 4), die zal leven. Een rechtvaardige, een Tsaddig - dat is, nog, onder de Joden een eretitel.
Wel een woord om mee op te passen en geen "absoluut" begrip: vergeleken bij de Chaldeeën heten zeg de Egyptenaren nog "rechtvaardig" (2 : 13). Maar voor Habakuk wel duidelijk: een rechtvaardige, doet niet mee, past zich niet aan aan onrecht en geweld.
Hoe alledaags en geaccepteerd onrecht en geweld mogen zijn, de rechtvaardige houdt er zich verre van, hij weigert er voor te buigen.
Niet voor niets vraagt Jacobus (noch in een vergelijkbare situatie): toon mij uw geloof uit uw daden!
Zo'n "rechtvaardige" zal leven, iets anders dan een makkelijk leventje hebben. Maar wel: zijn leven behouden (als hij bereid is het te verliezen).
Wat geloven dan inhoudt? Dat komt uit in die uitdagende woorden aan het slot van de meest moedige psalm die het Oude Testament kent, het lied waarmee het boek Habakuk besluit, midden in de verbijsterende ontreddering: al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn ... de schapen uit de kooi verdreven, geen runderen in de stallingen (vanwege de horde der Chaldeeën) . ; . nochtans zal ik juichen in de HERE, jubelen in de God van mijn heil ... (3 : 17-19).
Met de nuchtere voetnoot: "voor de koorleider". Oftewel: zingen maar! "Met snarenspel": met muziek erbij.
Zogezegd: en nu allemaal, met God mee achter de muziek aan.
Want dáár zit muziek in!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief