OPERATIE SUPERMENS
1976-01-09
N.a.v. Dr W. J. Ouweneel: "Operatie Supermens"- Jaargang 20
- nummer 2
uitg. Buiten en Schipperheijn en de Vuurbaak 1975 - prijs f 29,75
Inleiding
Als iemand duidelijk uitspreekt dat hij onvoorwaardelijk gelooft in wat de bijbel zegt dan is dat op grond van het geloof dat de bijbelse woorden ons door God zijn geopenbaard. Wanneer alleen wetenschappelijke, rationele gedachten aan dat geloof ten grondslag zouden liggen zouden meerdere en grote vraagtekens rijzen over de betrouwbaarheid ervan. Deze vraagtekens en vraagstukken nemen vaak zulke grote vormen aan dat er van het; geloof dan weinig overblijft, Het is ook dit rationele geloven dat zoveel mensen langzamer of sneller van de bijlbel en zelfs van God heeft vervreemd.
De vraagstukken en problemen die op een gelovige afkomen en die een bedreiging kunnen vormen voor zijn geloof liggen heel vaak op het vlak van het denken over het leven, de oorsprong en het einde ervan, haar ontwikkeling in de loop der tijd, etc.
Konkreet behelst dit de problemen van het ontstaan van de aarde en de veranderingen die er sinds dat ontstaan zijn opgetreden, de vraag waar het naar toe gaat met de aarde en de erop wonende mensheid en tenslotte op kleinere schaal, maar van even groot belang de vraagstukken van abortus en euthanasie, respectievelijk aan het begin en einde van het aardse bestaan van de individuele mens.
De antwoorden op deze vraagstukken zijn voor een niet-gelovige al niet gemakkelijk. Dit blijkt uit de grote verschillen van opvatting die er bestaan over evolutie, de zin van het leven en de beschermwaardigheid van het leven.
De antwoorden zijn sterk gebonden aan culturele achtergronden en zelfs in één en dezelfde cultuur, vooral als die hoger ontwikkeld is, bestaan talloze nuances of sterker gezegd verschillen van opvatting hierover.
Als voorbeeld van een cultureel verschil kan gezien worden het gemak waarmee in de meeste onderontwikkelde landen de dood van een pasgeboren baby wordt geaccepteerd. Als je daar bij zo'n zwakke baby een infuus in wil brengen omdat het kind alles wat het drinkt uitspuugt en dus verhongert, vindt de familie dat al onzin. Deze gedachte zien we in de ontwikkelde landen veel minder, eigenlijk uitsluitend wanneer het de behandeling van een ernstig gehandicapt geboren kind betreft dat zonder uitzichtloze behandeling veel leed bespaard zou blij:ven. Maar ook in die ontwikkelde landen bestaan vele verschillende ideeën over toelaatbaarheid en grenzen van bijvoorbeeld abortus en euthanasie, zoals al blijkt uit de diskussies hierover en nog meer uit de praktijken die er op na gehouden worden.
Nu is het makkelijk om te zeggen dat al deze problemen niet bestaan wanneer je maar onvoorwaardelijk vasthoudt aan wat het woord van God zegt, daar dat in zijn geheel door God zelf aan ons geopenbaard is. Dit idee heeft altijd bestaan en heeft in vroegere tijden geleid tot ontkenning van allerlei resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Op zichzelf zou deze ontkenning niet zo erg zijn, immers waden alleen een aantal mensen "dom" blijven, maar veel afschuwelijker was dat in naam van God vele onderzoekers en hun aanhangers uit de kerk werden gegooid of zelfs werden verbrand of op andere wijze uitgeschakeld. Ook in deze tijd bestaan er mensen die met de bijlbel in de hand allerlei vooruitgang dwarsbomen of conservatieve ideeën tot in den treure volhouden.
Vaak ontbreekt het hen, soms bewust, aan kennis van zaken of hun kennis van zaken is zodanig dat zij zich er alleen maar tegen willen afzetten, Heeft deze houding niet meer zo direkt de dood van de bestredenen ten gevolge, wel is het zo dat door deze houding veel mensen de kerk uitgejaagd worden of, erger, hun geloof verliezen. Juist voor christenen die gelovig willen leven en toch de op hen afkomende problemen onder ogen willen zien, is een goede kennis van zaken nodig.
Vaak moet die kennis gedestilleerd worden uit lectuur die met Gods woord geen rekening houdt of, juist andersom, die op grond van Gods woord die kennis direkt al in een kwaad daglicht stelt. Een bijlkomend probleem is dat door de toegenomen kennis op alle gebied bijna niemand meer zelfstandig alles, of zelfs een beetje ervan, kan begrijpen en naar waarde kan schatten. Desondanks wordt hen als christen het vuur na aan de schenen gelegd, en het is dan al gauw moeilijk om niet voor allerlei theorieën te bezwijken.
• "Operatie Supermens"
Bovenstaande is bedoeld als inleiding op de aankondiging van een. boek dat onlangs verscheen, "Operatie Supermens" heet en werd geschreven door dr W. J. Ouweneel. De schrijver is een jonge onderzoeker uit Utrecht die zich bezighoudt met ontwikkelingsgenetica, waarover hij al meerdere publikaties het licht heeft doen zien. Daarnaast is hij aktief in onderzoek naar wat de bijbel zegt en ook op dat gebied heeft hij heel wat geschreven en gesproken. Hij combineert dus zijn werk als geneticus (onderdeel van de biologie) met dat van bijbelonderzoeker.
Deze combinatie is erg moeilijk zoals ieder begrijpen zal' die weet hoeveel dingen juist in de wetenschap der biologie in conflict lijken te zijn met de bijbel Zijn nieuwste boek "Operatie Supermens"
geeft op het eerste gezicht weinig aanmoediging tot lezen.
De omslag is nogal somber, de titel lijkt wat goedkoop science fiction-achtig en tot overmaat van ramp kijkt de auteur ons ondanks zijn jeugdige leeftijd vanaf de achterflap nogal zorgelijk aan. De kaft wordt echter vergeten als men eenmaal met lezen is begonnen.
Duidelijk geeft de schrijver een probleemstelling, Hij wil schrijven over genetica, en wel in verband met ons ontstaan en onze toekomst, daarbij evolutie en eugenestetheorieën besprekend. en dat alles in het licht van en in samenhang met wat de bijbel zegt.
Hij begint zelf met te zeggen hoe moeilijk deze combinatie van onderwerpen op gebied van de biologie, de ethiek en het geloof is en elk van die gebieden bespreekt hij kort in het hoofdstuk "Hegel, Mendel ... Bijbel". Al in dit eerste hoofdstuk komt duidelijk naar voren dat het christelijk geloof als openbaringsgeloof een andere functie heeft dan de door de schrijver aangetoonde "geloofsvooroordelen" van welke wetenschap dan ook. De openbaring wordt onverkort als uitgangspunt genomen wat tot konsekwentie heeft voor de ethiek (oftewel de beoordeling der dingen) dat niet de mens zelf maatstaf en middelpunt is, maar God en zijn woord (p. 21). Dat stelt grenzen aan de methodes en konklusies van de natuurwetenschappen. Maar binnen deze grenzen kan ontzettend veel gedaan worden en in de rest van het boek blijkt de schrijver dat ook enthousiast te doen.
Twee genetische onderwerpen die ethische vragen oproepen worden besproken, de eugenese en de evolutieleer.
Over beide onderwerpen schrijft dr Ouweneel uitgebreid, erg duidelijk en met genoeg voor; beelden om het betoog ook voor niet-insiders lopend te houden.
Voor deze niet-insiders is er trouwens een verklarende woordenlijst achter in het boek. Bijbelse gegevens zijn net zo functioneel met de tekst verweven (met de vindplaats van het citaat) als natuurwetenschappelijke gegevens (met verwijzing naar de literatuurlijst).
Van beide zijn er jammergenoeg soms uitschieters en dan leest men een hele reeks teksten of namen van natuurwetenschappers achter elkaar, zodat niet wat teveel van het goede dreigt te worden.
Ook de hoofdstukken worden in geleid door een bijbeltekst, en wel steeds in de vorm van een citaat van Petrus, Paulus, Salomo, Elifaz de Temaniet, Job, de Prediker of Jezus Christus. Heel toepasselijk begint de verantwoording van het boek met het woord van de prediker: "En overigens mijn zoon, wees gewaarschuwd; er is geen einde aan het maken van veel boeken en veel doorvorsen is afmatting voor het lichaam. Van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen".
Wanneer de lezer "Operatie Supermens" heeft doorvorst, weet hij dat de schrijver getracht heeft in zijn werk God te vrezen en zijn geboden te onderhouden.
Om U wat te stimuleren het boek te lezen volgen nog een paar opmerkingen over de in het boek behandelde onderwerpen.
• Genetica
Genetica is dat onderdeel van de biologie dat zich bezighoudt met de problemen van de erfelijkheid en dus met de manier waarop de erfelijke eigenschappen worden overgedragen van de ene generatie op de volgende, of het nu mensen, dieren of planten betreft. Het is gebleken dat bij deze drie score ten levende wezens de overdracht van erfelijke factoren in principe op de zelfde manier gaat. Planten, dierlijke en menselijke lichamen zijn opgebouwd uit cellen die globaal weer bestaan uit een kern en protoplasma. In de kern is het erfelijke "dossier" opgeslagen in de vorm van een soort kernlichaampjes, de chromosomen.
Deze chromosomen, bij de mens 46 per celkern zijn eigenlijk lange ketens van genen. En het zijn deze genen die stuik voor stuk als een soort ponsbandje de erfelijke gegevens bevatten. Chemisch blijkt de substantie te bestaan uit Desoxyribo NucleïneZuur (DNA). Wanneer een nieuw mensenleven ontstaat begint dat met een samensmelting van een zaadcel van de vader en een eicel van de moeder. Deze beide cellen bevatten elk 23 chromosomen zodat het nieuwe wezen totaal weer 46 chromosomen in zijn kernen heeft met de erfelijke eigenschappen voor de helft van zijn vader en de andere helft van zijn moeder.
Twee chromosomen bepalen samen of het kind een jongen of een meisje is, de andere 44 chromosomen reguleren de andere eigenschappen.
Behalve de gewone eigenschappen kunnen ook ziekten worden overgeërfd doordat het kind, een afwijkend gen meekrijgt. Deze erfelijke ziekten komen in ieder geval tot uiting als het een dominant (overheersend) gen is. Is het gen niet dominant maar recessief (ondergeschikt) dan wordt het kind niet altijd ziek maar het is wel drager van de ziekte, zodat het die ziekte later weer aan zijn kinderen kan geven. Als voorbeeld van een dominante erfelijke ziekte noemt dr Ouweneel de chorea van Huntington waarbij op latere leeftijd vreselijke krampen en geestelijke gestoordheid ontstaan.
Als voorbeeld van een recessieve erfelijke ziekte noemt hij suikerziekte.
Tenslotte zijn, sommige erfelijke ziekten gebonden aan het geslacht.
Bekend is de bloederziekte, hemofilie, die bij jongens voorkomt die het afwijkende gen echter van hun moeder, die draagster was, hebben gekregen.
Hoe komt men nu aan schadelijke of afwijkende genen? In de eerste plaats kan men ze erven van zijn ouders,maar vaak ontstaan nieuwe afwijkingen doordat er een minutieuze verandering in een gen ontstaat (mutatie). Deze mutaties kunnen ontstaan onder invloed van ioniserende straling (radioaktiviteit, röntgen). Deze straling komt in kleine hoeveelheden tot ons uit de atmosfeer maar veel belangrijker is de straling die die mens zelf leerde produceren (kernproeven en atoomexplosies, röntgenfoto's). Berucht is het afwijkende nageslacht van hen die de atoombomexplosie in 1945 in Japan overleefden. Ook worden beschadigde kinderengeboren nadat de geslachtscellen van een der ouders teveel straling heeft gehad bij het maken van röntgenfoto's, wat bij de tegenwoordige techniek gelukkig een minimaal gevaar is geworden. Ook kunnen mutaties ontstaan door chemische stoffen als strijdgassen, insectenbestrijdingsmiddelen en medicijnen, vooral kankerremmende medicijnen.
Al met al is het duidelijk dat zijn erfelijke eigenschappen een grote rol spelen in het leven en de levensmogelijkheden van de mens.
En evenzo is het te begrijpen dat al sinds men een beetje afweet van de erfelijkheid men getracht heeft deze te beïnvloeden. En daarmee komt men op één van de twee hoofdonderwerpen van dr Ouweneel, die eugenese.
(wordt vervolgd)