HOUD GOEDE MOED!
1976-01-09
(Soemba-Borneo 76) Hoe nodig die aansporing van de Here Jezus is, hebben de arbeiders op de zendingsvelden telkens weer ondervonden. Ook die op Soemba, Een vorige keer hebben we verteld van de uitzending van twee predikanten; in 1890 ds Pos, die in Melolo zijn werkterrein vond en in 1892 kwam ds C. de Bruijn in Waingapoe aan. Hij kon zich vestigen in een kampong, die een uur gaans ten Oosten van deze havenplaats lag, in Kambaniroe.- Jaargang 20
- nummer 2
Daar was reeds een christengemeente van Saveenezen. Maar 0, wat een toestanden trof hij er aan.
Een echte "verlopen" gemeente.
Na enige tijd gewerkt te hebben, kwam onder de Savoenese heidenen drang openbaar om zich bij de gemeente te voegen. Maar ds De Bruijn trad heel gereserveerd op. Hij wilde eerst grondig onderricht geven, zien wat er zich ontwikkelde en daarna konden zij, die blijk gaven zich tot de Here Christus te willen bekeren, door doop in de gemeente opgenomen worden. Hij gaf daarvoor tevens nog enig schoolonderricht. In 1894 was er echt enige groei op te merken. In de kroniek staat zelfs iets van "hoopvolle dankbaarheid'.
Maar in 1895 kwamen tegenslagen, beter gezegd: beproevingen.
Ds De Bruijn kreeg een zware jodoformvergiftiging met hevige longontsteking, zodat vrees voor zijn leven bestond. Hij herstelde echter, maar was enkele maanden echt buiten dienst. "Verhoring van gebeden", Daarop volgde dat twee leden van de gemeente, bij het baden in de rivier door krokodillen gegrepen werden. Dat betekende heel wat, want in de krokodil vertoont zich de voorvader - de marapoe. Die was boos! De heidenen zeiden: wat doen die mensen ook om Christen te worden, je ziet wat er van komt!
En tegelijkertijd was het een jaar van bijzondere droogte, hongersnood dreigde. De heidenen spraken erover, dat de zendeling wel tovermiddelen zou hebben om de nood te verhelpen. Hij kon immers ook zieken genezen. En in de kring van de gemeente kwam naar voren, dat onze God toch machtig is om regen te geven. Na veel aandrang nodigde ds De Bruijn die mensen uit de volgende zondag in de kerk te komen om een bidstond te houden. Het gebouw was overvoI en na ernstige prediking volgde het gebed. Reeds in de namiddag werd dat verhoord: overvloedige regen!