Samenleving (1)

1975-06-27
  • Jaargang 19
  • nummer 26
Dat volgt, aan het eind van Paulus' brief, zo maar na elkaar: vrouwen, weest aan uw man onderdanig... mannen, hebt uw vrouwen lief... kinderen, weest uw ouders gehoorzaam.
Je kunt natuurlijk zeggen: Paulus denkt aan het gezin. En, natuurlijk, dan moet de verhouding tussen man en vrouw én de verhouding tussen kinderen en ouders ter sprake komen.
Maar zou dat verband tussen "huwelijkstrouw" en "gehoorzaamheid aan het bevoegde gezag" toch niet nog iets dieper liggen?

Ik herinner me uit het verleden dat waren de dagen vóór de pil en vóór de abortuskliniek en sommige discussies over het gedwongen huwelijk. Moest de kerk in zo'n geval blijven zeggen, wat ze altijd gezegd had: zonde tegen het zevende gebod? Of moest ze het vijfde gebod ter sprake brengen: jongelui die "moeten" trouwen minachten de regels die door hun ouders zijn gesteld of zelfs de wetten die de overheid heeft uitgevaardigd.

We kunnen ook dichter bij huis blijven, Hoeveel jonge mensen zijn er tegenwoordig, die openlijk samenleven, samenwonen, zonder dat ze officieel voor de ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijk hebben gesloten. En weer duikt dan de vraag op: mag dat? En als het niet mag, waarom mag het dan niet? Maken die lui zich nu schuldig aan echtbreuk, overspel, en "dergelijke schandelijkheden"?
Of overtreden ze de regels van de maatschappij? Gaan ze tegen de gevestigde orde in?
Trekken ze zich niets aan van de samenleving waarin ze geplaatst zijn?

Het merkwaardige is dat de jonge generatie op dit punt juist die samenleving aan haar laars lapt.
Je zou het niet verwachten, wanneer je ze van leer hoort trekken tegen eigenbelang, tegen individualisme, tegen alles wat de samenleving kapot maakt. Je zou het niet verwachten als je ziet, hoe ze alle barrières omver proberen te gooien: de barrières van stand en van millieu, van leeftijd en ontwikkeling. Je zou het niet verwachten als je merkt, hoe ze genoeg hebben van alle tegenstellingen die de maatschappij verpest hebben. Maar zodra diezelfde jonge mensen die ander gevonden hebben, die ene met wie ze leven willen, die ene voor wie en van wie ze zijn willen,helemaal, restloos, - dan is ineens de maatschappij vergeten, dan is de samenleving de grote vijand. Dan is het belachelijk dat de samenleving eisen zou gaan stellen, regels zou opleggen. Want dat zij van elkaar houden, dat is iets waarmee een ander geen barst te maken heeft. De ouders? Nou ja, een heel klein beetje. En de kennissen? Laten die zich met hun eigen zaken bemoeien. En de buurt? Aan de buurt hebben ze helemaal geen boodschap. En de overheid? Maar dat de overheid een vinger in de pap zou hebben in hun onderlinge verhouding,dat is natuurdijk allemaal belachelijk.
Als zij het nu onzin vinden, - dat officiële huwelijk: aIs zij er het nut niet van inzien; als het van hen niet hoeft, omdat al die netjes opgesloten huwelijken toch ook zo weer kapot blijken te gaan; als zij het nu leuk vinden om ongetrouwd samen te wonen, omdat het "in" is; als zij het nu leuk vinden om ongetrouwd samen te wonen, omdat ze al die drukte op dit moment niet gebruiken kunnen; als het voor hen nu financieel voordeliger is,dan heeft niemand daar iets mee te maken. En als de mensen dan verontwaardigd gaan doen, of als ze hun neus ophalen, als de familie zich druk begint te maken, als de buurt gaat kletsen, dan is dat alleen maar bemoeizucht of schijnheiligheid of vermolmd conservatisme.

Nou, dat laatste zal wel waar zijn. Die dingen komen om de hoek kijken en hebben zelfs de boventoon in de kritiek van ouderen op die jongelui van tegenwoordig die zomaar bij elkaar kruipen.

Maar als je alle kritiek van mensen op deze manier kunt wegschuiven, blijft er dan toch niet de kritiek van het evangelie? Van het woord dat ons tot leven roept? En dat betekent in het evangelie per se: tot sámenleven.

AIs er één ding duidelijk kan zijn, dan dit: de God van de bijbel is op een gezonde samenleving uit.

Waarom wil God niet dat we doden en stelen? Omdat Hij het zo leuk vindt als wij ons netjes aan zijn regeltjes houden? Nee, maar omdat Hij wil dat we leven.
En leven, dat is voor ons, mensen, nooit tets anders dan samen leven. God wil een gezonde maatschappij. God wil een bloeiende mensenwereld. En wat zou daar van terecht komen, als de een de ander maar naar de keel kon vliegen? Als ieder maar gapte wat hij krijgen kon? Als we allemaal tegen elkaar verdeeld waren?
God wil niet dat wij, mensen, tegen elkaar verdeeld zijn. God wil dat we voor elkaar zijn, en dat we met elkaar genieten. Dat we echt samen zijn. Dat we een gemeenschap zijn. Wij allen, Wij, samen met alle mensen.

Waarom wil God niet dat we echtbreken? Dat de trouw tussen die ene man en die ene vrouw gebroken wordt, ooit gebroken wordt? Omdat anders het leven van die ene andere vernield wordt? Ja natuurlijk, maar niet minder omdat anders de samenleving van allen kapot gemaakt wordt. Als dat normaal is, dat er geen trouw meer bestaat tussen die twee die zich volstrekt aan elkaar geven, als je in die verhouding niet meer op elkaar aan kunt, ' in welke verhouding dan nog wel?
Als twee mensen hun verbond niet kunnen houden, hoe zal er dan ooit vrede op aarde komen, vrede onder allen?

Daarom laat God al die geboden ge zult niet doodslaan, ge zult niet echtbreken, ge zult niet stelen.
enz. - vooraf gaan door dat ene gebod: eert uw vader en uw moeder.
Waarom moet ik mijn vader en mijn moeder eren, me door hen laten gezeggen? Omdat - zegt de Heidelbergse Catechismus omdat het God belieft ons door hun hand te regeren. Ik moet mijn ouders gehoorzamen, omdat God ons (mij en de andere kinderen sámen) door hun hand regeren wil. Als ik dat niet doe, wordt het onder ons een bende. Vaders en moeders zijn er om de samenleving (van het gezin) te laten functioneren. Overheden zijn er om de samenleving (van een volk) te laten draaien. Als er geen ouders waren, als de tegenstellingen tussen de kinderen ongehinderdongeremd, konden doorwerken, dan was er binnen de kortste keren geen gezin meer.
Als er geen overheid was, dan werd er gemoord en gestolen om het leven. Dan maakte het grootkapitaal nog veel meer winst. Dan gooiden we allemaal onze vuilnis in de tuin van de buurman. Mooie boel zou dat worden.

Gelukkig dat er een overheid is.
Gelukkig dat de overheid zegt: als je werkelijk elkaar trouw belooft, niet meer twee wilt zijn, maar één, dan moet iedereen dat weten. Dat gaat je buurman aan, - dan weet hij tenminste dat die aardige buurvrouw van hem niet vrij is.
En dat moeten je collega's weten, - anders denken ze misschien dat die vrouw van jou er ook één is die van de een naar de ander vlindert. En dat moet iedereen weten: deze twee zijn één, en daar kan niets en niemand meer tussen komen. Dat moet voor eens en voor altijd vaststaan, zodat niemand er aan twijfelen kan. Zodat iedereen er rekening mee kan houden. Zodat je hém allemaal kennen als man van déze vrouw, en háár als vrouw van déze man.
Want als dat niet meer duidelijk is, als je zelf Je verhouding met die ander niet duidelijk maakt, dan mag je samen nog zo gelukkig zijn en zeker van elkaar, maar dan help je er zelf aan mee dat niemand meer weet, waar hij met jullie aan toe is, dat iedereen jullie werkelijke relatie negeert en negeren kán en dat het een bende wordt op de wereld.

God wil niet dat het een bende wordt op e wereld, Daarom zegt Hij: niet echtbreken, niet stelen, niet doodslaan. Daarom zegt Hij ook: eert uw vader en moeder. Dat wil zeggen: doe niet of je alleen op de wereld bent, maar laat je alles gelegen liggen aan je samenleving met allen. Je hoort er bij. En je wilt je er natuurlijk wel vaak van losmaken. Van het gezin waarin je geboren bent. Van de familie die zijn neus in jouw zaken steekt. Van de mensen in de straat, die hun afkeuring laten blijken. En daar zit heel wat onbescheidenheid in en bemoeizucht en schijnheiligheid.
Ja. Maar dáárachter zit toch ook nog iets van het besef: we horen allemaal bij elkaar. We kunnen niet zonder elkaar. Zelfs - nee: juist - de gemeenschap tussen twee mensen is nooit los te maken van de gemeenschap van alle mensen.

En om die gemeenschap van álle mensen is het God begonnen. Om die gemeenschap is het ook Paulus begonnen, in deze brief met dit slot.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief