Samenleving (2)
1975-07-18
Waarom geeft Paulus aan het slot van zijn brief een uitwerking van juist deze twee geboden, het vijfde en het zevende: mannen en vrouwen, hebt elkaar lief, - en: kinderen, eer je vader en je moeder?- Jaargang 19
- nummer 27
Is dat min of meer toevallig? Of houdt dat verband met het grote thema van heel deze brief? Dat thema, dat je in dat ene woord zou kunnen samenvatten: samenleving.
God wil dat alle mensen weer een eenheid, een gemeenschap vormen. Daar begint Paulus mee: om al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten (1 : 10). Het was Gods bedoeling om uit deze verscheurde mensenwereld weer een echte samenleving te ma/ken, een gemeenschap waarvan de leden niet meer tegenover .elkaar staan, waarin geen mensen meer ziin of groepen die elkaar beconcurreren, die elkaars belangen aantasten, die over de ander heenlopen. Een echte eenheid.
En die eenheid heeft God voor elkaar gekregen in Christus. God heeft alles aan Hem onderworpen, Hem hoven al wat is verheven en Hem aan het hoofd gesteld van de gemeente: Christus' lichaam, de godheid van Hem die het ganse heelal vervult (1 : 21-23).
Om het wat minder moeilijk te zeggen: God brengt de mensen weer tot el/kaar. Christus ruimt alle tegenstellingen uit de weg. Door Christus ontstaat uit die versp1in terde, uiteengescheurde mensenwereld, waarin de een niets om de ander geeft, waarin allen elkaar naar de keel vliegen, een hechte gemeenschap. Een gemeenschap, die zo echt is en ?JO levend, dat je kunt spreken van een lichaam. In het begin van die nieuwe mensheid, het begin van dat lichaam, dat zie je in de gemeente. Want de gemeente, - dat betekent niet dat God in deze wereld toch weer een splijtzwam heeft gezet, toch weer een groep tegenover alle andere groepen. Nee, het gaat er juist om dat God in de gemeente zijn handen genezend uitstrekt naar heel de mensenwereld.
Hij brengt de mensen weer terug tot Hem. En zo brengt Hij ze weer terug tot elkaar.
Dat is het thema van deze brief: God maakt in Christus de mensen weer saamhorig.
God is in Christus op weg naar een gesaneerde samenleving. Vanuit dat thema spreekt Paulus over de eenheid tussen heiden-christenen en Joden-christenen: Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en... de vijandschap heeft weggebroken... om, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen en de twee, tot één Iichaam verbonden, weer met God te verzoenen (2 : 14-16). Vanuit dat thema spreekt Paulus over de eenheid tussen al die verschillende gemeenteleden met hun uiteenlopende gaven: En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde (4 : 16). Zo spreekt Paulus over het huwelijk.
Daarom zegt hij tegen mannen en vrouwen dat ze elkaar moeten liefhebben, zoals het in . Christus weer kan en weer mag. Daarom spreekt hij dat wonderlijke woord over twee mensen die voor elkaar gekozen hebben: die twee zullen tot één, vlees zijn (5 : 31). Dat slaat echt niet speciaal op wat wij dan de lichamelijke gemeenschap noemen. Maar op de gemeenschap van die twee over heel de linie. Jullie zijn één lichaam, - dat zegt Paulus tegen die twee, zoals hij het tegen de gemeente zegt. Jullie zijn echt aan elkaar verbonden. Voorgoed met elkaar getrouwd. Zo volstrekt dat het eigenlijk niet te vatten is. Zo door en door werkelijk één, dat je eigenlijk moet zeggen: dát bestaat niet. Ik snap er ook niets van, zegt Paulus. Het is een mysterie. Ik kan er niet bij. Ik zou het ook nooit zo durven zeggen. Als het niet was met het oog op Christus en de gemeente. Ik zou het niet in mijn hersens hallen van zo'n radicale gemeenschap tussen van en vrouw te spreken, als Christus er niet was, en als de gemeente er niet was. Als dat begin van een nieuwe mensensamenleving er niet was. Als het niet waar was dat God mensen weer werkelijk tot elkaar brengt. En dan, - in één adem: kinderen, weest uw ouders gehoorzaam. Waarom? Dat is immers het gebod van God. Het eerste gebod met een belofte: opdat het u welga en ge lang leeft op aarde. En dat wil niets anders zeggen dan: opdat je toekomst hebt in een gezonde mensensamenleving, - een samenleving van mensen die werkelijk niets anders is dan: samen leven, samen bloeien, samen gelukkig zijn, met elkaar en door elkaar en voor elkaar bestaan. Weest uw ouders gehoorzaam.
Onderwerp je aan allen die over je gesteld zijn. Dat klinkt erg formeel. En hol, in een wereld waarin het ouderschap op allerlei manier verworden is en elke overheid gemaakt wordt tot een aanfluiting. Dat lijkt oneindig ver verwijderd van de heerrijkheid van de samenleving van twee mensen. Maar dat het voor ons besef zó ver uit elkaar ligt, komt dat niet I hiervan: dat w ij de dingen uit elkaar hebben gerukt, dat wij Gods geboden van elkaar hebben losgemaakt, dat w ij onszelf en ons geluk hebben losgepeld uit de gemeenschap der mensen. En omdat we de gemeenschap der mensen hebben losgescheurd van de verbondenheid met God. En van Gods verlossend ingrijpen in Jezus Christus.
Zodat we dan misschien nog wel netjes op tijd trouwen; en dan ook nog zeggen: God wil het; en dan ook nog het vijfde en het zevende gebod erbij slepen; en tegen onze kinderen zeggen: zie je wel, daar staat het; maar ondertussen begrijpen we er ook niets van, waarom God dat wil, wat God daarmee op het oog heeft.
En dan gebeurt het: dat we - als 't ons uitkomt - met het vijfde gebod zwaaien tegen anderen, maar - als 't ons te nadelig wordt - ons niets aantrekken van hen die over ons gesteld zijn. Dat we er niet aan denken, te gaan samenwonen voordat we netjes naar het gemeentehuis geweest zijn; maar ondertussen betekent ons huwelijk en ons gezin voor ons toch ook niets anders dan dat we ons in de veilige beslotenheid van .die kleine samenleving terug; trekken uit de grote samenleving der mensen: ieder echtpaar en ieder gezin een wereldje op zichzelf temidden van een vreemde vijandige mensenwereld. Dan gebeurt het dat ook wij de echte gemeenschap in ons huwelijk niet kunnen bewaren: netjes getrouwd, leven we als vreemden naast elkaar, - en dan duurt heit niet zo lang meer, of je neemt definitief afscheid van elkaar Is het dan een wonder dat onze kinderen het dan niet meer zien?
Dat ze er genoeg van hebben? En zelf, op hun manier, er iets van proberen te maken? Is het een wonder dat in de chaos die wij gemaakt hebben onze kinderen verdwalen? Omdat wij ze de eigenlijke weg, de weg met God, en de weg met elkaar, niet hebben voorgeleefd.
Dan kan maar één ding ons helpen. Niet dat we met lkaar op de vuist gaan over wat moet en wat niet mag), en wat toch ook best kan en wat toch eigenlijk veel beter is.
Niet dat we elkaar vastzetten met gemakkelijke antwoorden en even gemakkelijk vragen. Niet dat we elkaar schaakmat zetten met stomme geboden en uitdagende daden.
Maar dit: dat we samen weer naar het evangelie horen. Het evangelie van God, die zegt: doe dat en je zult leven. Doe dat, opdat je gelukkig wordt en samen met alle anderen lang leeft op de aarde. Doe dat, want zo blijf je onderweg met mij en met elkaar. Eer je vader en je moeder. Breek de echt niet. Wees trouw aan elkaar. En trouw aan de andere mensen, bij wie je hoort, want je mag horen bij Mij. En daarom, omdat je mag horen bij Mij, daarom mag je samen gelukkig zijn. En je gezamenlijk geluk delen met alle mensen om ie heen. Want daarom is het Mij begonnen. Daarom bij ik jullie chaos, jullie versplinterde wereld binnengekomen. Daarvoor heb ik jullie, jullie allen met elkaar, geschapen.
Ik heb in Adam één begin, één levensdoel gegeven;
te wonen op de aarde, waar het goed is,
goed om met elkaar in mijn verbond te leven.