Het echte leven

1975-07-18
  • Jaargang 19
  • nummer 27
HEIMWEE NAAR VROEGER
Daar is hij velen een zeker heimwee naar vroeger.
Men denkt met afgunst aan de tijd, dat de meeste mensen nog leefden in besloten dorpsgemeenschappen, De tegenwoordige maatschappij is zo kil geworden en het leven vaak zo eenzaam. In die vroegere dorpsgemeenschap kende men elkaar en groette men elkaar.
In die kleine gemeenschap zat alles dicht bij elkaar. Men werkte op zijn boerderij of werkplaats, die aan de woning grensde. Men zag er direct het resultaat van zijn arbeid. In het huis, waarin men woonde, werkte men ook. Gezin en bedrijf, gezinsruimte en bedrijfsruimte, gezinspersoneel en bedrijfspersoneel vielen voor een groot deel samen. Het gezin was de centrale instantie voor de opvoeding, de opleiding en de vorming van de opgroeiende generatie.
Kerk en school waren dichtbij en waren als het ware verlengstukken van de gezinsgemeenschap.
Nu is dit een ideaalbeeld, waar de minder goede trekken zijn weggelaten.
Het was ook toen niet allemaal zomooi. Ook in de dorpsgemeenschap waren twist, achterdocht en jaloezie. Ook daar waren wel eenzamen, Wel is waar, dat die dorpsgemeenschap iets gaf, wat wij thans missen.

DE ARBEID IN ONZE TIJD
Zie maar naar de werksfeer in onze tijd.
Van de arbeid is men vaak vervreemd. Door de mechanisering en automatisering is de invloed van de werker op het productieproces gering geworden. Hierdoor vervreemdt de werker van zijn werk en ontstaat er een grote behoefte aan een sfeer, die wel een eigen sfeer is. Wie zou er niet -naar snakken de eentonige sfeer van het lopende bandwerk te ontvluchten. .
Het wordt steeds duidelijker, dat wij in menig opzicht de techniek niet de baas zijn. .
Het verschil tussen woon en werksfeer wordt nog geaccentueerd door de bedrijven ver van woon- en werksfeer te vestigen. Die concentraties van bedrijfscomplexen noemen we tegenwoordig wel industrieparken. Een schone benaming, die vaak met de werkelijkheid weinig te maken heeft. De arbeid is een bijzonder nare onderbreking van het echte leven geworden.
Gelukkig maakt de technische vooruitgang het mogelijk de arbeidstijden steeds meer te verkorten, De werktijden worden korter en de vakanties Langer. Maar de arbeid zelf wordt al meer als een hinderlijke aangelegenheid gezien. Daarom wil men die werksfeer zo snel mogelijk ontvluchten. We racen in onze auto of op onze bromfiets snel naar huis. Dat hebben we er tenminste weer opzitten.

DE WOONSFEER
Maar hebben we thuis de goede sfeer? Het gezin heeft de functie van opvoeding en opleiding voor een belangrijk deel moeten prijsgeven en zelfs ten aanzien van de vrijetijdsbesteding is het gezin voor een groot deel van de taak ontheven.
Dit heeft voor de venhoudingen in het gezin belangrijke gevolgen.
Ook thuis is het nog al kil geworden. De laatste tijd heeft men, wars van sentimentaliteit, saaie steriele woonwijken gebouwd. Wijken, waarin de bewoners weinig contact met elkaar hebben. Het boven op elkaar zitten in flats vraagt er gewoon om, dat je je zoveel mogelijk van je buren isoleert; Om de situatie nog ongezelliger te maken zijn we ook druk bezig met een soort gettovorming. Studenten moeten bij elkaar gevoegd worden in studentenflats.
Bejaarden bergen we zo snel mogelijk op in massale bejaardenflats. Voor vrijgezellen zetten we vrijgezellenflats neer, die echt niet "vrijgezellig" zijn. Zieke mensen gaan massaal naar grote ziekenbuizen. Voor de kinderen hebben we mammoetscholen gebouwd, waarin de massaliteit voor de nodige kilheid zorgt. Overal komen we een massaliteit tegen, die geen rekening houdt met het wezen en de aard van de mens. En we zijn niet in staat ons tegen deze kilheid te verweren. Je kunt proberen thuis dan maar je tijd te "doden" met het kijken naar de t.v., maar het geeft weinig compensatie. Bij gebrek aan vrienden schaffen we ons veel kennissen aan.
Met die kennissen gaat hot hier ook al vaak op zijn Amerikaans toe. Een betere baan betekent het betrekken van een ander huis en het nemen van andere vrienden. Het zijn er dan ook vrienden naar. De eenzaamheid is groter dan ooit. Ook in hun woning kunnen velen het echte leven niet vinden.

HET TWEEDE LEVEN
Dus gaan we het echte leven zoeken. Sommigen doen dat door hun woning te zoeken ver buiten de drukke stad. Gedreven door nostalgie naar "vroeger" het liefst dan een opgeknapte boerderij.
Anderen vluchten in de weekenden naar de moderne vluchtelingenkampen. Dat noemen we dan kampeerterreinen. Vaak betekent dat tevens een niet naar de kerk kunnen gaan. Bij een reclamecampagne van een groot warenhuis werd eens gesproken over "uw tweede leven". Daarbij werd dan gedacht aan het vrije tijdsleven met de daarbij behorende producten, die het warenhuis aan de man trachtte te brengen. Die uitdrukking" tweede leven" is nog zo gek niet. Inderdaad heeft de maatschappelijke structuur ons leven uitgesplitst in meerdere levens. Het naarste leven is dat waar je werkt. Gelukkig voorspelt men, dat dit Leven in de toekomst sterk bekort zal worden. Het volgende iets betere leven is dat waar je woont. Maar het derde, het beste, het echte leven, is dan het weekend en de vakantie, de tijd van de recreatie, de tijd, waarbij je uitgaat en de werken woonsfeer ontvlucht, Dan kun je echt jezelf zijn. Dat is pas echt leven.

EEN GEDEELD LEVEN
Vakantie en recreatie zijn zaken, waarvoor we dankbaar mogen zijn.
Het is een goede zaak, dat de mogelijkheden daarvoor in onze tijd vel groter zijn dan vroeger.
Wanneer dat echt en tweede leven wordt, of zelfs als het echte leven gezien wordt, dan is het een vloek. Immers ons leven mag niet gedeeld zijn. Ons leven moet een eenheid zijn, Het leiden van een dubbelleven is slecht voor ziel. en lichaam. Recreatie is alleen gezond, wanneer ze werkelijk behoort bij het ongedeeld leven. Ook het tweede of derde leven zal de kilheid en de eenzaamheid niet kunnen verdrijven.
Men blijft dan wel/telkens hopen op het moment, dat men vrij is en kan recreëren. De recreatie valt echter telkens weer tegen. Het leven wordt er al meer zinlozer door en de afkeer van het werk steeds groter. Men kan dat ook zien in de hunkering om het verleden te doen herleven.
We dwepen nu allemaal met antiek of wat er voor door moet gaan.
We willen weer eten zoals vroeger. We menen, dat we gezeten rondom een barbecue, weer iets van het verleden hebben teruggevonden. Maar het leven "a la grond'mêre" is niet veel anders dan kitsch. Wellicht vindt u, dat ik het beeld van de moderne tijd wel erg zwart heb geschilderd.
Inderdaad is deze tekening wat eenzijdig, maar er zit veel waars in.
En hot is wel zo, dat het leven van veel mensen een gaan is Van de ene "ontspanning" naar de andere, waarbij het werken een nare' onderbreking is.

DE PRESTATIEMAATSCHAPPIJ
Nu is het niet mijn bedoeling de zgn. prestatiemaatschappij als christelijk ideaal te presenteren. Met prestatiemaatschappij wordt dan bedoeld de maatschappij, waarbij men als doel stelt een zo groot mogelijke productie. Die prestatiemaatschappij is bepaald niet een bijbels ideaal en het is ook onjuist deze gedachte Calvijn in de schoenen te schuiven. Wel is, naar mijn mening, een arbeidzaam leven een goede zaak. Het is nog steeds zo, dat ledigheid het oorkussen van de duivel is. Naast het leveren van productie, waarvoor gelukkig steeds minder tijd nodig is, blijft er neg een breed arbeidsveld over.
In verantwoordelijkheid tot God en de medemens mogen wij werken der dankbaarheid doen.
En daar komt in onze maatschappij niet zoveel van terecht.
Over hetgeen de westerse landen b.v. voor de ontwikkelingslanden doen, valt echt niet te pochen. Maar ook in onze naaste omgeving ontbreekt er nog veel aan die werken der dankbaarheid. Er is sprake van een werksfeer, een woonsfeer en een recreatiesfeer.
Waaronder valt nu onze kerkelijk leven, onze kerkgang, het catechisatiebezoek, het werk als kerkenraadslid, het lidmaatschap van politieke en maatschappelijke organisaties?
Blijkbaar niet bij dat tweede echte leven. Maar waarbij dan wel?
Immers velen laten zich aan deze arbeid weinig gelegen liggen. Op dit terrein wordt het steeds moeilijker werkers te vinden. Hoe korter de werktijd wordt, hoe moeilijker het wordt. Men heeft er "geen tijd" voor.

HET ECHTE LEVEN
Gebreken en misstanden signaleren is gemakkelijker dan middelen voor genezing aangegeven. In dit verband moet ik ook volstaan met het aan., geven van de richting, waarin wij de oplossing moeten zoeken. De bijbel spreekt ook over het echte leven. Maar dat is een heel ander leven, dan dat zogenaamde tweede leven in onze welvaartsmaatschappij. Leest u er 1 Tim. 6: 17-19 maar op na. Paulus vertelt daar, hoe je in het bezit komt van het echte leven.
Eerst spreekt hij over mensen, wier levensideaal het is om rijk te zijn. Dat leidt tot ondergang en tot vele dwaze begeerten. Tegenover dat valse ideaal stelt de apostel in de verzen 11-16 het christelijk levensideaal. In vers 17 heeft de apostel het vervolgens over rijke christenen, Die rijken zijn wij. Immers vergeleken met vele niet-westerse landen zijn wij rijken. Wij moeten onze hoop niet vestigen op de onzekerheid van de rijkdom. Om het in de taal van onze tijd te zeggen: en ook niet op die van de recreatie, de vrije weekends, de lange vakanties, maar op God alleen die dit alles geeft om ervan te genieten.
We mogen er dus best van genieten, maar het mag niet ons levensideaal, ons echte leven zijn.
Dat echte leven krijgen we op een andere wijze, nl. door het goede te doen, rijk te zijn in goede werken en vrijgevig te zijn. Op deze wijze verzekeren wij ons een goede belegging voor de toekomst, die ons in staat stelt in het bezit te geraken van een leven dat echt lieven is.
We mogen, je we moeten dankbaar zijn voor de rijkdom, die God ons geeft.
We mogen genieten van onze vakantie. Maar ons leven krijgt juist betekenis, wordt pas zinvol, wordt pas echt leven als we bij dat alles centraal stellen onze roeping en verantwoordelijkheid tegenover God en de medemens. Hiervoor hebben we van de Heer een bedrijfskapitaal ontvangen met de opdracht daarmee te handelen. Denk aan de gelijkenis van de ponden.
Dat lijkt een onmogelijke opdracht in een maatschappelijke structuur, die door haar massaliteit ons belet de medemens te kennen. Als medearbeiders van God blijkt deze opdracht wel mogelijk.
Als we ons hele leven in wonen, werken, recreëren of waar ook maar daarop richten, wordt het leven weer goed.
Dan verdwijnt de eenzaamheid en de zinloosheid en de kilheid. Dan wordt het gezin, de, kerk en de maatschappij weer een gemeenschap. Dan ontdekken we weer de zin van ons leven in werken, wonen en recreëren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief