Niet moraliserend Bijbellezen

1976-01-16
  • Jaargang 20
  • nummer 3
De Bijbel verhaalt ons het leven van Gods kinderen en knechten, wat ze gedaan en gesproken hebben, ook met al hun gebreken en ellendigheden. Hun zwakheden en verkeerdheden worden daarbij niet verbloemd. De vromen van het O. en N. Testament, mannen als Noach, Abraham, Izak, Jacob,Job, Mozes, Gideon, Jefta, Simon, David, de profeten en apostelen van de Heer, zij worden ons getekend als mannen des geloofs, maar ook hun zonden worden niet verzwegen.
Toch treft het ons dat de Schrift het niet telkens nodig acht om over de verkeerdheden van Gods knechten de staf te breken of hun struikelingen en misslagen als donkere plekken opzettelijk te belichten.
Een neiging die bij ons nog al eens openbaar komt.
Wij komen er nog al gemakkelijk toe om te zeggen: die Noach heeft zich toch wel erg vergeten, en die jacob was toch maar een lelijke bedrieger, en die geschiedenis van Lot met zijn dochters kunnen we maar beter overslaan, en die Rachab heeft zich toch maar van een leugen bediend, en die Simson is toch wel een heel wonderlijke figuur geweest. Ook die verbittering tussen Paulus en Barnabas naar aanleiding van het mede reizen van Johannes Markus kwam toch bij zulke dienaren van Christus niet te pas. En die Petrus liet zich in zijn veinzerij te Antiochië toch maar van een heel lelijke kant kennen.
Gods Woord doet aan zulk moraliserend oordelen niet mee. Wij moeten er ook maar voorzichtig mee zijn. Zo gemakkelijk mengt zich in het kritisch en afkeurend beschouwen van de woorden en daden van de gelovigen in O. en N. Testament een zekere hooggevoelendheid en meesterachtigheid.
Wij menen dan: dat zouden wij er beter hebben afgebracht; dat had toch zo niet mogen gebeuren.
Bovendien ontbreken ons vaak de genoegzame gegevens over personen en situaties om tot een billijke en rechtvaardige beoordeling te komen.
Opmerkelijk is dan ook, dat de Statenvertalers in hun kanttekeningen en commentaren op de gedragingen van Gods kinderen altijd heel sober, voorzichtig en zwijgzaam zijn. Ze hadden geen behoefte om tot de lezers van Gods Woord te zeggen: dat was verkeerd, dat had hij of zij niet mogen doen. Maar in de geest van wat Paulus de gelovigen in Corinthe voorhield: 'Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle', Het behoedt ons voor een al te moraliserend bijbellezen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief