DE HEER IS MIJN HERDER
1976-01-16
Op de drempel van het oude jaar is de schaapherder van Elspeet in het huwelijk getreden. Dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad. En u wilt daar meer van weten? U hebt gelijk.- Jaargang 20
- nummer 3
Sinds mensenheugenis is de schaapherder van Elspeet een Mouw geweest.
Dat beroep ging gewoonlijk van vader op zoon, anders van oom op neef. Bij tijden was het wel eens een ander - maar nooit blijvend.
De echte herdersnaam is Mouw, van Uddel tot Vierhouten. De voornaam is meestal Willem, maar het kan ook Cornelis zijn, in de varianten van Kees en Cos.
Neem nou die lange schaapherder Mouw, die een halve eeuw de Elspeter schapen op de heidevelden bracht, Dat was Willem Mouw, een algemeen bekende, bijna nationale figuur. Bij de begrafenis van koningin Wilhelmina behoorde hij met zijn zijden hoge pet tot de genodigden, Een allervriendelijkste vrijgezel, ernstig en ouderwets, een soort Nazireeër.
Een tikje neergelaten mondhoeken, maar verblijd in de Heere, En veertig jaar aan de zondagschool gewerkt.
Een met ons bevriend echtpaar bracht daar zijn vakantie door, fietste over de Stakenbergse heide, trof de schapen aan, fotografeerde Willem Mouw en vroeg hem naar naam en adres. Ze kregen wat ze vroegen, die vrienden, maar met de raad erbij: als jullie nu straks de herder van Elspeet op de foto ziet, thuis, denk dan eens aan de Goede Herder! Hetgeen ze stante pede beloofden.
Als wij op zondag door Elspeet reden, om een of twee kerkgangers op te halen, kwamen we oude Willem tegen. Maar die zag ons dan niet.
Nooit op zondag. Een groet, zelfs een claxonstootje - nee, de oude Willem wendde zijn oog van de ijdelheden af. Zijn kerkgang zou niet door die wereldse auto's aangetast worden. Maar op maandag zou Willem ons ineens weer kennen: stralend! Zo was de oude Willem.
Nu, vandaag is het weer een Cornelis, Cos genaamd. Gewoon: Cos Mouw. Een leuke naam? Ja, dat vond de schooljuf van Elspeet ook, die te paard over de heide reed en Cos opmerkte: een knappe jonge vent van drie en dertig en géén meisje aan de hand. Daar moest wat aan gedaan worden, vond ze. En ruim een half jaar na de kennismaking stapte ze blijmoedig met Cos de kerk van Elspeet binnen, Na de ceremonie ten gemeentehuize van Nunspeet.
En mét het bruidspaar stapte zowat heel Elspeet de grote kerk binnen.
Op de schapen en de herdershond na - die moesten buiten blijven wachten. Want ook op de kerk van Elspeet hangt het bordje: rijwielen, schapen en honden worden niet toegelaten. Nooit gezien? De schapen en de honden wel. Vrienden en buren hadden tijdig de schaapskooi open gezet en de hond een strik om de hals gebonden, toen het gezelschap ter kerke toog. En wat dacht u dat de schapen deden? Cos Mouw dacht, dat ze hem niet zouden herkennen in zijn gehuurde jacquet en grijze hoge hoed. Maar de bruid zei snedig: ze kennen je stem toch? Jawel, zo'n schooljuf, die dagelijks bijbelse geschiedenis geeft, kent het Evangelie!
En ze had gelijk: één roep van de bruidegom en de 125 schapen volgden het paar. Alle verkeer stond er voor stil. Tot aan de kerkdeur.
Daar bleven ze wachten, onder toezicht van de Duitse herdershond.
Want uit de kerk klonk galmend orgelspel. Geen Hochzeitsmarsch, geen Braurehor. Nee, de organist van Elspeet speelde, met alle macht des orgels, de hymne: De Heer is mijn Herder!
Ook de bruid is terdege met de schapen ingenomen. Ze heeft al diverse malen de herder vervangen en dat gaat haar goed af. Het beroep van schaapherder is overigens nog al ongewis, voor wat het inkomen aangaat.
Net teveel om van te kreperen, net te weinig om van te leven.
Dies hebben we hier een stichting gecreëerd, die, gesteund door de overheid (en over zulks mede door uw belastinggelden, waarvoor bij dezen hartelijk dank) aan de schaapherder een redelijk bestaan waarborgt.
Zo gaat dat in de moderne tijd, nu gebreide wollen kousen minder opbrengen dan vreemdelingenverkeer. We hebben vandaag allen onze levenszekerheden - waarom de herder van Elspeet zoiets te misgunnen?
Ieder gunt het Cos Mouw.
En ook ieder gunt hem zijn bergère, zijn herderinnetje zogezeid, Trouwens, hoe zou anders het vak in de familie kunnen blijven? Wie Mouw heet kan erop rekenen, dat hij gezien is. De buren hadden niet alleen de hond een strik om de hals gedaan, wat erg feestelijk stond; maar ze hadden ook de herdersstaf en de herdersstok met linten en bloemen versierd.
Ja, u weet dat een herder zowel een 'stok als een staf heeft. Dat weet u althans uit psalm 23: Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Wat is het onderscheid tussen die twee? Wat is het doel van beide?
De Schotse herders onderscheiden die twee eveneens. De korte stok heet daar stick, een woord dat u bijvoorbeeld kent van "hockey-stick". De staf heet daar crook, een woord waar "klom" in zit. De staf is namelijk veel langer dan de stok en heeft een kromgebogen, meestal versierd, uiteinde.
Waarom? Misschien kunnen we de oplossing samen vinden.
Uit de Bijbel, waarin veel herders voorkomen, kennen we de gevaren, waartegen de herder bestand moest zijn. Wolven, hyena's, jakhalzen, gifslangen, rovers ... voor alles diende de stok. David versloeg wel een leeuw met zo'n vechtstok. Waarschijnlijk moeten we dus oorspronkelijk aan een stevige, taaie, liefst met ijzer versterkte knuppel denken.
En de staf? Dat ligt heel anders. Op de staf wordt geleund bij het gaan; dat de staf zo lang is komt in bergachtig land erg goed te pas: op de heuvelhellingen wordt men aan de lage kant gesteund.
Bij Mozes (Ex. 4) komen we de staf al tegen. Die 'staf was niet alleen een werktuig. Met een schepje aan het ondereind werd (en wordt vandaag) een kluitje naar een afdwalend schaap geslingerd. Met de kromme haak kan een onwillig schaap in de halsgreep worden genomen; of kan (zoals een oude herder ons vandaag verzekerde) een in het water gedrongen schaap -op het droge worden gehaald.
Ziet u, dat zowel stok als staf de schapen moesten beschermen? De stok beschermde de schapen tegen vijanden; de staf beschermde de schapen tegen zichzelf, tegen afdwalen. Zo kunnen "stok en staf ons vertroosten".
Maar bij Mozes was die staf tegelijk al een scepter: het teken van zijn ambt. Hij kreeg immers van God opdracht om naar Farao te gaan, voorzien van zijn staf. Die staf zelf gaf geen macht aan Mozes, maar door de staf werd wel Gods macht duidelijk gemaakt aan Farao.
Ook Aäron had een staf, zie Num. 17. Toen de stamhoofden elk hun staven inleverden, bleek de staf van Aäron na een nacht te bloeien.
Daarmee werd duidelijk, dat het zeer bijzondere ambt aan Aäron werd opgelegd. En sedertdien hebben ook geestelijke herders, met name bisschoppen, de kromstaf als symbool van hun waardigheid meegevoerd.
U kent de kromstaf van Sint Nicolaas immers? Nu, waar praten we dan over! Wij protestanten, met onze weinige heiligen, kennen zelfs de kromstaf. Maar eenmaal hebben wij een kerkdienst meegemaakt, waarin een heuse Anglicaanse bisschop voorging. Geen man van aanzien; op de Veluwe zouden ze zeggen: een minachtig kereltje. Maar door de manier, waarop hij binnenschreed, zo zijn staf iets voor zich uit; door de precieuze wijze, waarop hij de staf tegen de muur plaatste eer hij het kanseltje beklom; het aanzien, het gezag, dat van dit attribuut uitging nee, daar is Sint Nicolaas maar sinterklaas bij.
Bij het verlaten van de Elspeetse kerk riep de bruid vrijmoedig: “Kom jongens", tegen de buiten wachtende en blatende schare. En daar wandelde heel de feesthoudende menigte heen. Twee tot drieduizend man op de been, zonder de schapen en de persmuskieten. Zesduizend voeten in de aarde, mitsgaders 500 schapenpootjes. Nu, wat zeiden we?
De schapen kregen verder een dag vrij af: goed voer en een warme stal.
De bruiloftsgasten wandelden de honderd meter naar Het Vergulde Hert op de Brink. Daar stond de boerenkool met worst al op de tafels te dampen. Ja, wat dacht u!
"De mooiste dag van mijn leven", zei de bruid.
"Fantastisch, wat een heerlijk feest!", riep de bruidegom, die er even tussen uit was geknepen om de koeien te melken.
En ze haalden, met een mooi plaatje, de voorpagina van De Telegraaf.
De andere grote kranten deden het wat rustiger aan, zo op de derde pagina. Over ons plaatselijk blad zwijgen we maar.
Dat alles hebt u dus kunnen vinden in de grote pers. Maar nooit zo gedetailleerd als hier in uw bloedeigen weekblad, Want zulke folklore, zulke oude volksgebruiken, daar zijn we zuinig op. Daar zijn we wijs mee. Hier op de grote stille heide gebeuren soms nog dingen - waar de verwende stedeling uit het Wilde Westen van opkijkt.