Psalmberijming (2)
1976-01-23
Wat is er in feite bereikt ?- Jaargang 20
- nummer 4
De brs Veltkamp en Klein zetten als antwoord. op die vraag: niet veel! En dan plaatsen zij twee zin., nen, waarop dk graag wat nader wil ingaan en waarop ik in de vorige alinea al doelde. Deze zinnen: "De vrijmaking heeft geen greep gehad op zaken als psalmberijming, liturgie e.d." en even verder: "(zij) pogen althans op dit punt WAAR te maken dat de vrijmaking heus iets meer is geweest en nóg is, dan bijv. een hergroepering van gelijkdenkenden,"
Daartegenover stelde ik: Het doet er niet toe "uit welke hoek" de berijmingen komen, het gaat er om of ze aan de gestelde normen voldoen.
Ik wil dit met een enkel voorbeeld toelichten.
Er verscheen destijds een proefbundel van de Interkerkelijke Stichting, (Het groene boekje met 110 psalmen.) Alle aan de Stichting meewerkende kerken hebben de tijd gekregen om hun kritiek te uiten. Dat is een enorme stapel kritiek geworden. De vrijgemaakten hebben als kerken daar niet aan meegedaan. Toen we 'als waarnemers toetraden tot de Interkerkelijke Stichting, was dde kritiek al binnen.
Waar kwamen de beste kritieken vandaan? Van de vrijzinnigen. Die gingen namelijk uit van het principe, dat als je psalmberijmingen moet maken, je je hebt te houden aan de grondtekst. Zónder allerlei toevoegingen, die uit de gedachtenwereld van de dichter kwamen.
Ik ben bang geworden voor een "vrijgemaakte psalmberijming".
Ik vrees (en ik heb in het verleden daarvan voorbeelden gezien), dat de psalmen bewust of onbewust worden gevuld met ónze inhouden en dat we (om het eens wat raar te zeggen) David laten spreken met de mond van Paulus, of Calvijn, of ... vult u maar verder in.
Ik ben bang voor psalmberijmingen, waarin het woordje "dus" regelmatig voorkomt.
Er is in de discussies rond de psalmberijming al heel wat te berde gebracht over de personen van de dichters. Ik ben blij dat die factor uiteindelijk buiten de discussie ds gekomen. Ik geloof ook dat dat juist is.
Het uitgangspunt voor psalmberijming staat onder ons vast: De psalmen, die wij zingen, moeten een zo getrouw mogelijke vertolking zijn van de grondtekst. En onvermijdelijke toevoegingen moeten in overeenstemming zijn met de context, Wie een dichter bindt aan dit uitgangspunt, kan samenwerken met anderen.
Het is toch niet het privilege van vrijgemaakten om aan die norm te voldoen? Verstaan die alleen Gods Woord zoals dat in de psalmen tot ons komt?
Op verschillende terreinen is samenwerking met anderen (kerken of kerkleden) onmogelijk; maar in de concrete opdracht, die aan dichters gegeven wordt, en in de uitvoering waarvan zij gecontroleerd worden door hebraïci, Oudtestamentici, neerlandici en musici (wat een zin!) ds een goede basis voor samenwerking aanwezig.
Ik wil nog een voorbeeld geven: Van de eerste bundel-Hasper is bekend dat daarin de wraakpsalmen verminkt doorkwamen. Ds Hasper weigerde de (voor hem oudtestamentische) wraakgedachte in zijn berijming door te laten klinken. Terecht was op dit standpunt veel kritiek uit de kerken.
Hasper heeft dan ook door zijn herziene bundel toegegeven aan die kritiek.
Rij moest daartoe bij zichzelf veel overwinnen.
Bij de Interkerkelijke Stichting werkten dichters, die anti-militarist waren. Maar het werd hun onmogelijk gemaakt, deze gedachten tot uiting te brengen in hun psalmberijming.
Ik neem daarom het uitgangspunt van de brs Klein ren Veltkamp niet voor mijn rekening "dat zij pogen althans op dit punt waar te maken dat de vrijmaking heus iets meer is geweest en nóg is dan b.v .... enz."
Houdt u mij ten goede: ook ik geloof niet dat de vrijmaking niets meer is geweest dan een hergroepering van gelijkdenkenden. De betekenis van het reformatorische denken, zoals dat in de vrijgemaakte kerken tot ontwikkeling is gekomen (en trouwens daarvoor ook reeds leefde bij gereformeerden) wordt door mij niet onderschat.
Maar ik zou toch graag zien dat we van het privilege-idee verlost worden, alsof alléén vrijgemaakten voor een goede psalmberijming kunnen zorgen. Niet dat de brs Klein en Veltkamp dat met zoveel woorden zeggen; maar in
onze gemeenten leeft die gedachte toch wel hier en daar. Wij zijn (en niet ten onrechte) huiverig voor het woord "interkerkeIijk".
Want onder die vlag wordt heel wat verschillende lading verborgen.
Maar hier geldt wel heel duidelijk het bekende woord: Men kan samenwerken, als het samenwerkingsdoel nauwkeurig is omschreven.
Levenskansen ?
De vraag waarvoor de broeders van de nieuwe Stichting staan is m.i. deze: Moeten wij met onze psalmzang in een isolement gaan staan?
Die vraag is in de verschillende deputaatschappen voor psalmberijming meermalen aan de orde gekomen. Het is een bijzonder ernstige vraag.
Ieder die de weg van een eigen berijming opgaat, weet dat hij daardoor een verwijdring teweeg brengt tussen mensen die zingend Gods Woord willen naspreken, De argumenten voor de afwijzing van een gemeenschappelijke bundel moeten dan ook wel heel duidelijk worden aangegeven. En bij de afwijzing van een bundel op grond van detailkritiek dient dan nog afgewogen te worden of die detailkritiek opweegt tegen het nadeel van het afzonderlijk gaan staan met een eigen psalmberijming.
Want het is een door en door ernstige zaak om tot het oordeel te moeten komen, dat je niets anders kunt dan een eigen bundel samen stellen. En Ik stel mezelf wel eens de vraag of we daarmee in het verleden niet te gemakkelijk hebben omgesprongen.
Wie een eigen psalmberijming wil invoeren moet de jeugd achter zich krijgen, Moet dus de scholen kunnen inschakelen. Ik zeg toch niet te veel als ik stel, dat "buitenverbanders" en Christelijke gereformeerden die scholen niet hebben?
De brs K., en V. onderstrepen wat ik eerder reeds zei: Onze kinderen leren "het blauwe boekje".
"Binnenverband" komt (ondanks geleverde kritiek op de proef) toch verder met een eigen vrijgemaakt psalmboek. Voorzover onze kinderen op vrijgemaakte scholen gaan, zullen ze dus binnen afzienbare tijd daar andere psalmen leren dan zij in de kerk zingen; maar ook andere dan die van de nieuwe stichting!
Het was ons bekend, dat er pogingen zijn gedaan door de stichting om te komen tot samenwerking met "binnenverband". Ook dat het niet gelukt is. Ik vind het bijzonder goed te lezen, dat ondanks die weigering tot samenwerking van hun kant er geen verbittering bij de broeders is ontstaan en zij nog steeds bereid zijn eenheid in het zingen te zoeken.
Desondanks betreur ik nog steeds de stappen, die door synodes van “binnen-verband" zijn gezet op de weg van het isolement. Ook voor hen geldt. dat er wel een zeer ernstige afweging moest plaats vinden van argumenten pro en contra isolement. Vóór de synode van Hoogeveen is over deze kernvraag in het betreffende deputaatschap onder leiding van ds J. J. Verleur veel gesproken. En tóen sloeg de weegschaal in het deputaatschap over naar de andere kant dan na de scheuring, Levenskansen voor de nieuwe stichting zie ik slechts liggen in de ontwikkeling van het gereformeerde leven. In het antwoord op de vraag waar wij als buitenverbandse kerken naar toe groeien.
Zonder samenwerking met de "binnenverbandse" kerken beantwoord ik de vraag naar de levenskansen ontkennend.
Ik heb diep respect voor de overtuiging van de brs, als zij zeggen: Maar juist omdat wij begeren volle ernst te maken met tekstgetrouwheid als allereerste vereiste, vertrouwen wij vast op de zegen des HEREN, die machtig is wegen te effenen die nu onbegaanbaar schijnen.
Maar mag ik daartegenover de vraag stenen: Als "binnenverband" binnen afzienbare tijd een bundel aanneemt en vrijgeeft voor kerkelijk gebruik, gaat u ook dan nog door met uw werk als stichting? Worden er dan t.z.t. drie nieuwe berijmingen gezongen?
Kritiek geboden
Inderdaad zal de toets van kritiek in de eerste plaats moeten zijn: trouwe weergave van de grondtekst. Terloops wil ik hier even opmerken, dat ik toch letterlijk uit de brief van de stichting aan alle kerksraden citeerde: “In het bewustzijn van de beperktheid van eigen kunnen zou het ons tot blijdschap stemmen wanneer u van ons werk ernstig kennis wilt nemen door de berijmingen vóór alles te vergelijken met de (grond) tekst en met de "Interkerkelijke" Psalmberijming."
Ik geloof daarom niet dat het een vergissing is toen ik schreef: De nieuwe Stichting vraagt de kerkeraden haar proeve ook te vergelijken met de bundel van de I.K.B. Ik ben óók van mening dat dit verzoek juist is. Nieuwe berijmingen dient men te toetsen aan Gods Woord, maar ook aan reeds bestaande berijmingen. Het zou mij werkelijk spijten als dit verzoek van de Stichting op een vergissing berustte, zoals de brs Kl. en V. nu stellen.
Het zou nl. kunnen blijken, dat ontdekte tekortkomingen in een bepaalde berijming maar heel erg moeilijk te vermijden zijn. Het zou kunnen blijken dat bepaalde punten, waar men heeft geconcludeerd tot tegenstelling tussen "woord-en-toon" nauwelijks te vermijden zijn vanwege het karakter van de oorspronkelijk-
Franse melodie. Het zou kunnen zijn dat bepaalde slecht lopende zinnen in een berijming zijn. blijven staan, tegen het advies van neerlandici of musici, juist terwille van het naspreken van de grondtekst.
Ik zette achter de titel van mijn artikel in augustus een vraagteken: "Een schriftgetrouwe psalmberijming?"
Als ik daarmee de indruk zou hebben gewekt, dat ik die Schrift; getrouwheid in twijfel trek, neem ik dat vraagteken ·nu onmiddellijk weg. Maar ik zet er toch ook niet aanstonds een uitroepteken achter.
De vraag is voor mij nl. of men, met de vele toevoegingen, waaraan niemand ontkomt, als hij zich tot het berijmen van de psalmen ooit tot die hoogte kan opwerken op de bestaande melodieën zet, dat men met een rustig hart daaraan de titel "Schriftgetrouw"
kan geven. Ik maak deze opmerking in de overtuiging dat alle broeders van de Stichting dat met mij eens zijn. Zij zeggen immers zelf: Wij ontveinzen ons niet dat een gigantisch werk als een psalmberijming nimmer v o l m a a k t kan zijn, en wel verre van de pretentie te hebben de volmaaktheid te kunnen bereiken, zijn wijl van oordeel, dat voor het lofoffer dat door de gemeente wordt opgezonden aan de Koning der kerk het best mogelijke moet worden nagestreefd". (brief van jan. 1975aan de kerkeraden).
Mag ik het dilemma eens overdreven scherp stellen: Gaat het nu om een Schriftgetrouwe psalmberijming Of om psalmen van Schriftgetrouwe berijmers?
De intentie van de broeders is: het verkrijgen van een Schriftgetrouwe bundel. Daaraan twijfel ik niet. Zij geven ook in hun bundeltjes blijk van het laten prevaleren van de eis van tekstgetrouwheid.
(Mag ik er nu zonder nader bewijs even aan toevoegen: soms ten koste van taal en ritme?)
Recensie al-of-niet ?
De brs Kl. en V. vragen: was het artikel van br. Lok wel een recensie?
Ik wil daar graag op antwoorden: Nee. En wel om de volgende redenen:
a. De beoordeling van één psalm vraagt een zodanige ruimte dat er verschillende nummers van Opbouw aan de bespreking van de bundel zouden moeten worden gewijd.
b. Wat heeft men aan mijn oordeel?
De Stichting vroeg het oordeel van de kerkeraden.
c. Aan beoordeling van de bundel gaan andere vragen vooraf:
1. Is men heter in de kerkeraad over eens dat we toe zijn aan een nieuwe berijming?
2. Zo ja, hoe staat men tegenover de nieuwe berijming van de I.K.S.? Heeft de kerkeraad daarin reeds een besluit genomen, het,zij positief of negatief?
3. Wil men in een isolement gaan? Of wil men terwille van vragen van oecumeniciteit zich in het zingen ondanks bezwaren aansluiten bij I.K.S.? Of misschien bij de "binnenverbandse bundel"?
Ik schreef de vorige keer al: Het is heel gemakkelijk kritiek te oefenen op iédere psalmberijming.
Dat meen ik nog steeds. Men kan een heel gesprek houden over de vraag of de éne toevoeging (door een bepaalde berijmer) ndet iets verder van de grondtekst afgaat dan de toevoeging door een ander.
Ongewild komt men op een subjectieve beoordeling.
Men kan met elkaar lang en breed praten over de vraag of een woord nog in gangbaar Nederlands vóórkomt.
Hedendaags verstaanbaar Nederlands: wat is dat? Vandaar dat ik mij in de vorige bespreking en ook nu niet met beoordeling bezig heb gehouden, maar met de vóór-vraag: Isolement ja of nee?