OPERATIE SUPERMENS (3 slot)
1976-01-23
- Jaargang 20
- nummer 4
N.a.v. Or W. J. Ouweneel: "Operatie Supermens"
uitg. Buiiten en Schipperheijn en de Vuurbaak 1975 - prijs f 29,75
• Mogelijkheden en gevolgen
In zijn vierde hoofdstuk, "mensen fokken... een fictie?" verlaat dr W. J. Ouweneel een beetje het technische terrein en laat zijn gedachten gaan over de mogelijkheden en gevolgen van het in het voorgaande beschrevene. Terecht begint hij met op te merken dat in de sensatiepers de materie over het algemeen zeer overdreven wordt voorgesteld, maar ook wetenschappelijke publikaties bevatten nogal eens een onjuiste voorstelling omtrent de mogelijke gevolgen van de overigens wetenschappelijk juiste onderzoekingen.
Om het geheel te relativeren (en daarmee wordt in ddt geval bedoeld de zaak in zijn juiste relaties te zien) worden een aantal genetische begrippen besproken die de zaak ineen helderder licht zetten. Ik noem er maar enkele. In de eerste plaats zijn veel kenmerken niet afhankelijk van één gen, maar van een combinatie van genen (polygeen) en dit geldt vooral voor ingewikkelde eigenschappen als intelligentie etc. die voor de eugeneticus juist zo'n belangrijk werkgebied zijn. Wanneer men dan gaat selecteren komt men op de moeilijkheid dat één en hetzelfde gen meerdere werkingen kan hebben (polymorfie), zowel goede als kwade.
Een interessant voorbeeld daarvan is de sikkelcelanaemie, een door een afwijkend gen veroorzaakte ernstige bloedziekte die vooral bij negers voorkomt. Dat deze ernstige erfelijke ziekte niet "uitsterft" komt doordat de dragers ervan, juist door datzelfde afwijkende gen, vrijwel onvatbaar zijn voor malaria, een ziekte waaraan veel, van hun rasgenoten met gezond bloed bezweken, Een nieuwer voorbeeld is dat (genetisch bepaalde) bijziendheid vaak gepaard gaat met (door hetzelfde gen bepaalde) hogere intelligentie.
(Dit is geen reden voor bijziende mensen om te denken dat zijaltijd knapper zijn dan anderen.
want het gaat om een gemiddelde en bovendien dragen ook andere genen bij tot de intelligentie.) Het belang van deze voorbeelden is te laten zien dat beïnvloeding of manipulatie van een gen met de bedoeling een slechte eigenschap (sikkelcelanaemie, bijziendheid) te elimineren ook goede eigenschappen doet verdwijnen of ten kwade doet keren.
Daarnaast staat het wel vast dat het van belang is dat er voldoende variabiliteit in de erfelijke eigenschappen van de mensen moet zijn om ze bestand te maken tegen eventuele schadelijke invloeden, die hen anders en masse zouden vellen.
En tenslotte wordt de geneigdheid tot genetic engineering nog wel het meest gerelativeerd door de invloed van het milieu op de mens en zijn ontwikkeling. In veel gevallen zal het milieu zelfs een overheersende rol over de erfelijke eigenschappen spelen. Dat begint al voor de geboorte. Immers ziektes van de moeder tijdens de zwangerschap kunnen een kind schaden, zelfs doden. En als de moeder medicijnen (softenon!) heeft geslikt of teveel röntgenstralen heeft gehad? En na de geboorte wordt de emotionele en pychosociale ontwikkeling vooral door het milieu gericht en bepaald.
Deze invloed van het milieu heeft er toe geleid dat verschillende schrijvers in het extreme zijn gevallen door mensen erfelijk in principe gelijk te achten, en dus de waarde van de erfelijkheid te ontkennen,en de schuld van de ongelijkheid alleen op het milieu te schuiven (environmentalists, bijvoorbeeld in Stalins tijd in Rusland).
Daarentegen zagen anderen de invloed van het milieu als volledig ondergeschikt aan die van de erfelijkheid (hereditarians, zoals in Amerika in de twintiger jaren met zijn immigratie en sterilisatiewetten). (Voorbeelden van dr Ouweneel) Het is een boeiend hoofdstuk van "Operatie Supermens".
Een kleinigheid (?) kan ik niet volgen wanneer de schrijver een interessant verhaal houdt over transplantaties, min of meer als alternatief voor genetische ingrepen om afwijkingen te veranderen.
Wanneer menselijke delen worden gebruikt voor transplantatie hij een ander mens, kan men die eerste mens een voorraadschuur van menselijke onderdelen noemen, maar het verhindert Christus niet bij de opstanding der doden het oude lichaam te vernieuwen omdat dat niet als kiem voor het nieuwe lichaam in de aarde is gezaaid. Om die reden is het alternatief van dierlijke organen voor transplantatiedoeleinden m.i. niet noodzakelijk (wel om andere redenen waarop nu niet ingegaan hoeft te worden), Het hoofdstuk (4) eindigt met een paragraaf over therapie van misdadigheid omdat juist misdadigheid duidelijk een complexe materie is waarbij genetische, fysieke, neurologische en sociale (milieu-) faktoren allen een grote rol spelen. Het is een paragraaf waar, meer dan die vorige, de bijbelse opvatting over zonde en schuld naar voren komt. Tegenover therapieën als opvoedingsgestichten, psychiatrische behandelingen, hersenchirurgie, milieuverbetering en zelfs genetic engineering (beter is: ernaast) zet de schrijver Gods therapie, samengevat in de teksten: "Komt tot Mij allen die vermoeid ,en bellast zijt, en Ik zal U rust geven", en "De zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden".
En zo krijgen we een vlotte overgang naar het vijfde hoofdstuk van het boek.
• Christelijk tegenspel
Was het derde hoofdstuk voornamelijk "technisch" van aard, in het vierde werden zoals gezegd al kanttekeningen gemaakt en relativeringen aangebracht. In het vijfde hoofdstuik wordt gesproken over "De moraal van het mensen maken."
Wie het voorgaande heeft gelezen zal moeten geloven dat de beschreven mogelijkheden waar zijn en waar gebeuren. Maar het is voorstelbaar dat men niet steeds met een tevreden gezicht van deze ontwikkelingen heeft kennis genomen. De schrijver stelt dan ook dat bedachtzame kritische gereserveerdheid een eerste vereiste is, waarbij we ons overigens hebben te hoeden voor het bagatelliseren van de feiten.
Het voortschrijden van de techniek en de ontwikkeling ook van de biologie vraagt een nadere beschouwing vanuit. de ethiek en den heeft dit geleid tot verandering vanuit het geloof. Op alle gebieringen en aanpassingen, vaak in verwaterende zin, van de moraal.
Na hiervan een aantal voorbeelden gegeven te hebben gaat dr Ouweneel over op het Christelijk tegenspel. Zorgvuldig bespreekt hij een aantal meningen van vaak invloedrijke christelijke ethici en biologen en komt dan tot drie fundamentele punten voor een bijbels-biologische ethiek, welke de moeite waard, zijn genoemd te worden:
1. Gods scheppingsorde stelt (de) grenzen aan de gedragsleer (de mens is als beeld en naar de gelijkenis van God geschapen; de mensen zijn als man en vrouw geschapen uit welk laatste de grondslag voor het gezin als cel van de mensenwereld volgt),
2. Een bijbelse ethiek is volstrekt theonoom of Christonoom. dat wil zeggen dat de geboden van Christus absoluut gelden,
3. Het eschatologische aspekt: de wereld als geheel, waar nu de satan nog overste is gaat onherroepelijk het oordeel tegemoet. Pas na het oordeel is alles nieuw.
Uitgaande van deze drie punten komt dan de toelaatbaarheid van experimenten met mensen aan de orde waarin duidelijk de, vooral psychologische, gevaren en misbruiken naar voren komen maar waarin anderzijds met voorbeelden de grote waarde van (zuiver) wetenschappelijk onderzoek wordt aangetoond. Het is haast vanzelfsprekend dat dan een paragraaf over vrijheid en verantwoordelijkheid volgt omdat vrijheid regelrecht in konflikt lijkt te zijn met een goddelijk gezag. Besproken worden de (U wel bekende) Bijbelse woorden over onderdanigheid aan de overheid en "men moet God meer gehoorzaam zijn dan de mensen", waarbij nog even nadrukkelijk wordt gezegd dat Gods woord maatstaf is en niet het aan wisselvalligheden onderhavige geweten.
In het kader van het onderwerp betekent dit dat van een christen verwacht wordt dat hij zijn verantwoordelijkheid kent (en dat kan betekenen dat hij genetic counseling vraagt) maar dat hij zich verzet tegen elke vorm van dwang in de vorm van verplichte abortus, euthanasie, KID etc. Het zijn dus vooral de problemen op gebied van huwelijk en voortplanting. De christen is hierin vrij (heeft rechten), maar moet deze vrijheid in verantwoordelijkheid gebruiken, "niet als een aanleiding voor het vlees".
Ter sprake komen huwelijk en gezin, waarbij behalve de psychelogische voordelen de liefde als fundamenteel gegeven wordt aangevuld voor deze strukturen.
Verder gaande wordt dan nog gesproken over de ideale mens, logisch want een onderwerp aas eugenese vraagt om het antwoord wat de ideale mens is en waar dus naartoe gewerkt moet worden. En dan blijken alle opvattingen stuik te lopen. Wat twintig jaar geleden als ideaal werd gezien wordt nu afgewezen als mogelijkheid en het is zelfs onzin te denken dat nu iedereen hetzelfde idee over de ideale mens heeft.
Tenslotte zouden in geval van manipulatie door degenen die nu manipuleren, volgende generaties gedwongen zijn tot een leven waarin misschien juist de nuttige mogelijkheden voor hen ontbreken.
En hoe moeten we aan met het mogelijke misbruik dat diktaters of systemen zullen maken met genetic engineering. Trouwe volgelingen kunnen gekweekt worden en ook kan heel het gedrag van deze "ideale" mens gecontroleerd worden (Orwell, 1948) Wat is dan wel de ideale mens?
De christen? Nu zeker niet, het is ieder bekend hoe slecht christenen kunnen zijn als mens. Maar de christen heeft uitzicht op de ideale mens, namelijk die mens die eenmaal gelijkvormig zal zijn aan het beeld van Gods zoon, Zoals in 1 Johannes 3 staat: "Wij weten dat Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.
• Operatie oermens
Het hiervoor geschrevene over de eugenese is aardig uitgelopen.
Maar het is dan ook zeer boeiende stof (zeker als dr Ouweneel het behandelt).
In hoofdstuk 6 stapt hij over naar leen ander, maar wel verwant onderwerp, de evolutie.
De evolutie en evolutietheorieën zijn, ook in dit blad,al vaker besproken dan het vorige onderwerp, reden om er hier (nu) slechts kort op in te gaan. De auteur gaat serieus op het onderwerp in en vervalt niet in een nogal eens, o.a. door christenen, gemaakte fout om vanuit al dan niet terechte vooroordelen zelfs waarheden als koeien te bestrijden of te ontlopen. Het is overigens terecht dat hij aantoont dat het misplaatst is te denken dat christenen hun geloof op vooroordelen en emoties baseren terwijl wetenschapsmensen objectief en wetenschappelijk onemotioneel zijn. Het is misschien aardig nog even het hoekje "Vooroordeel in de wetenschap" van J. Francke te noemen, al eens eerder besproken, dat hierbij goede aanvullende literatuur is.
Vervolgens gaat dr Ouweneel dn op het feit dat evolutie schijnbaar zo aanvaard is als werkelijkheid dat vrijwel niemand de moeite neemt de grondslagen ervan en de argumenten ervoor en ertegen serieus te bestuderen. Uit de beweringen van een aantal biologen en wijsgeren wordt min of meer aangetoond dat de evolutiegedachte zelf als een soort vooroordeel beschouwd moet worden en zelfs als zodanig gebruik is, alleen alom het "vooroordeel" van het christendom te bestrijden.
Het is gelukkig dat de gedachten die de evolutionisten beheersen serieus, ook in hun begrijpelijkheid, worden besproken. Maar juist dan komt hun gebrek aan bewijsmateriaal pijnlijk aan het licht. Het is zeer interessant te lezen wat de voor- en tegenargumenten zijn in verband met anatomische verwantschap tussen mensen en dieren (vergelijkende anatomie, rudimentaire organen, embryologie, serologie), Dan volgt een paragraaf over genetischwetenschappelijke (on)mogelijikheden dde aan het mechanisme van de evolutie ten grondslag liggen (en dat weer zeer consciëntieus want het is weer volledig het eigen vakgebied van de schrijver).
Vervolgens een lang en voor een niet-ingewijde soms wat komplek verhaal over allerlei fossielen en opgravingen, immers vaak de paradepaardjes van de evolutionistisch ingestelde den!kers. Als je dat zo leest worden de proporties heel wat kleiner dan de miljoen jaren en dergelijke die je alhaast vertrouwd in de oren klonken Ook doe psychosociale ontwikkeling is niet zo'n langzame, miljoenen jaren durende, zoals nogal gemakkelijk wordt gedacht.
Aan de hand van voorbeelden blijkt zelfs dat culturen nogal plotseling ontstaan en verdwijnen kunnen. We weten dat trouwens ook wel uit de geschiedenisboeken. Maar verrassend is ook dat geconcludeerd wordt aan de hand van de gegevens dat er geen enkele aanleiding is te veronderstellen dat er beschavingen waren meer dan 8-10.000 jaar geleden.
Het is een nuchter verhaal, misschien wat te meeslepend (maar dat kan aan de lezer liggen). De genoemde (en tegen de evolutiegedachte gebruikte) methoden van tijdmeting worden m.i. wat te gemakkelijk gebruikt, maar verder heb ik daar geen verstand van, al geloof ik dat er door anderen wat terughoudender mee wordt omgesprongen.
• Operatie Supermens
Ook aan het laatste hoofdstuk, gelijkmatig aan het boek zelf, worden hier nog slechts een paar woorden gewijd, hoewel die schrijver van het boek waarschijnlijk hier meer nadruk op gelegd zou zien hebben. In het hoofdstuk, dat toch wel erg belangrijk is, wordt besproken welke invloed de evolutiegedachte heeft gehad en nog heeft Natuurlijk komt hier ook weer Darwin, "de vader van de evolutieleer" (hoewel voor Ouweneel meer een stiefvader die graag de kinderen slaat) uitvoerig ter sprake. Diens kontakten met tijdgenoten, waaronder Nietzsche (die je ook al een vader zou kunnen noemen, maar dan van het atheïsme). En het blijkt dat beide vaders eigenlijk broers van elkaar waren. (Deze samenvatting is simpel in weerwil van het gedegen verhaal van Ouweneel). In een volgende paragraaf volgt een beknopt overzicht van die, hier relevante, filosofie met de gelijkopgaande en vaak samenhangende ontkerstening. Vervolgens is het de beurt aan de politiek en bet zijn juist de revolutionaire bewegingen (uiteraard) die de meeste konnekties hebben met en beïnvloed zijn door de evolutiegedachte (socialisme, nationalisme, marxisme), Het is logisch dat de verbanden in zo kort bestek nogal simpel gelegd worden, maar het lijkt daardoor wel vaak erg zwart-wit en dat was tot nu toe niet de gewoonte in het boek.
De laatste paragraaf zou ook zwart-wit genoemd kunnen worden.
Maar hier is dat meer terecht. Het gaat daar om de "overleving van de sterkste, de Christus als overwinnaar van de antichrist".
Duidelijk wordt hier gesteld (beleden) dat de wereld niet op weg is naar een eugenese (beter worden door ingrijpen van de mens) maar juist naar groot verval: rampen, oorlogen, menselijke degeneratie nemen hand over hand toe. Totdat er wel een Supermens komt, maar die komt terug vanuit de hemel.
De opdracht die de schrijver zichzelf gaf in de inleiding van het boek, die problemen van eugenese en evolutie te bezien vanuit bijbels standpunt, heeft hij aardig vervuild en het is dan. ook zeer de moeite waard voor iedereen om het boek te lezen.