De rede van Aantjes
1976-01-23
Het is al weer een tijd geleden, dat Mr W. Aantjes tijdens het C.D.A.-congres zijn bekend geworden rede hield. Ongetwijfeld maakte hij in deze rede belangrijke opmerkingen.- Jaargang 20
- nummer 4
Als hij b.v, zegt dat van belang is "nièt ... wat wij met het Evangelie kunnen doen, maar wat het Evangelie met ons kan doen", dan kunnen we het daar van harte mee eens zijn. Als hij echter opmerkt, dat dat vertrouwen in het Evangelie de band is tussen KVP, CHU en ARP, dan hebben we daar toch wat moeite mee. Als dat waar is, wat had, dat Evangelie dan in de afgelopen jaren moeten doorklinken in het politieke leven, Een even belangrijke opmerking is, dat het aanvaarden van het Evangelie "geen vrijblijvende zaak kan en mag zijn", omdat "het Evangelie (daar) te kostbaar, en te uniek voor" is. Dat betekent, dat het Evangelie ook praktisch maatstaf, richtsnoer moet zijn, "niet als een last, maar als een bevrijding, Niet omdat je je aan het Evangelie moet houden, maar omdat je ook (en zelfs) in de politiek mag wandelen aan de hand van Gods geboden en beloften."
Weer van harte mee eens. Echter blijft de vraag, wat Aantjes nu predes met het Evangelie bedoelt, welke inhoud, hij aan dat Evangelie geeft voor het politieke handelen. Een duidelijk antwoord op deze vraag bleef uit. Als Aantjes aan het slot van zijn rede er op wijst wat dat Evangelie nu praktisch wil, dan komt hij niet verder dan een aantal opmerkingen in het horizontale vlak: verantwoordelijkheid, solidariteit, verzoening, dienend gezag, vrede door recht. En hij voegt eraan toe: "Geen boodschap die naar de mens is, wel een boodschap die mens en medemens dient."
't Zou belangrijk zijn geweest, als Aantjes bij het aangehaalde bijlbelgedeelte wat dieper had stilgestaan (Matth. 25). Want het "dienen" waarover het hier en elders in de bijbel gaat, raakt aller eerst ons dienen van de Heer en daarin en daardoor het dienen van mensen. 't Is trouwens opmerkelijk, dat de naam van God in Aantjes' rede niet voorkomt.
Christelijke politiek dient niet allereerst gericht te zijn op bevordering van solidariteit (trouwens: wat voor solidariteit bedoelt Aantjes) of medemenselijkheid (wat is naastenliefde zonder liefde tot God?), maar op de bevordering van het Koninkrijk van God in deze wereld.
Dat betekent o.a., dat christelijke politici de overheid Gods geboden moeten voorhouden, die overheden er steeds weer op moeten wijzen, dat ze Gods dienaresse is (Romeinen 13), of die overheid dat nu leuk vindt of niet. Dat houdt in, dat een man als Aantjes zich kritisch dient op te stellen tegenover een regering die zich laat leiden door allerlei socialistische principes en niet te gemakkelijk de denkwijze en spreekwijze van mensen die met God geen rekening wilden houden, moet overnemen.
Ook in dat opzicht geeft het Evangelie zeker richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen.
En ook in dit opzicht zal christen-democraten eens gevraagd worden: Hoe goed heb je gediend? Je kunt via ontwikkelingshulp een naaste veraf kleden (en dat is goed), maar ondertussen een naaste dichtbij naakt heenzenden.
't Zal duidelijk zijn: we hebben in de rede van Aantjes wat gemist.
En dat is jammer.
En, daarom zijn we wat bang, niet dat het C.D.A. er niet komen zal.
Dat zal best een keer lukken, als het in 1977 niet is, dan misschien in 1985. Maar wat zal, als het C.D.A. tot stand komt, de werkelijke betekenis zijn van de C, ook als de formule van Aantjes wordt aanvaard?
Uw Koninkrijk kome ... Aan de komst van dat Koninkrijk zal de overheid dienstbaar moeten zijn, evenals de volksvertegenwoordiging.
In dit opzicht is het doel van kerk en staat gelijk, ook al werken ze op verschillende manieren naar dat doel toe.
Anti-revolutionaire en christelijk, historische politiek dient in de volle zin van het woord CHRISTELIJK te zijn, gefundeerd op het Evangelie van Jezus Christus.
Zonder Hem is er geen Evangelie.