Daniël 7

1975-08-01
  • Jaargang 19
  • nummer 28
Dieren uit de zee
De droomuitlegger krijgt ook zelf dromen en gezichten, dit zwaar zijn om te verstaan. Zonder verklaring blijven ze onbegrijpelijk.
Daniëls verzekering aan koning Nebukadnezar gegeven, dat alleen de God des hemels verborgenheden openbaart en dat hijzelf niet door een wijsheid, die hij boven alle levenden zou bezitten, bij machte is een droomuitleg te geven, wordt hier bevestigd. Tot tweemaal toe (vs 16 en vs 19) moet de betekenis van de droom worden gegeven door een engel van God. Voor Daniël is die verklaring kennelijk genoeg geweest; wij moeten het er ook mee doen.
Met de beschrijving en verklaring van de droom over vier grote dieren, die opstegen uit de zee, begint het tweede deel van dit profetisch boek. In tijd valt dit gezicht een jaar of tien vóór de geschiedenis in hoofdstuk zes vermeld. Duidelijk is de rangschikking niet naar achtereenvolgende jaren. De voorafgaande hoofdstukken vertellen historie, de hoofdstukken 7 tot 12 geven een profetische blik op de geschiedenis, in aansluiting aan de droom van hoofdstuk twee. Dit tweede gedeelte van het boek en met name hoofdstuk zeven zijn van bijzonder belang voor het verstaan van andere Schriftgedeelten.
Jezus' zelfbenaming als de Zoon des mensen gaat terug op de verzen 13 en 14 en tal van beelden en uitdrukkingen in het boek Openbaring zijn aan dit tweede deel van Daniël ontleend.
Er blijven in dit gedeelte heel wat onzekerheden. Zorgvuldige lezing en voorzichtige vergelijking met andere Schriftgegevens moeten ons verder helpen. En evenals verklaringen door anderen gegeven voor mij niet altijd overtuigend zijn zullen de opmerkingen van mij niet voor ieder ander overtuigingskracht hebben. De vier dieren, die Daniël in zijn droom krijgt te zien komen op uit de zee, veelal verklaard als de volkeren zee. Of dit juist is valt te betwijfelen. Dat koningen en koninkrijken, waarvan deze dieren zinnebeelden zijn, uit de volkerenwereld opkomen is nogal vanzelfsprekend; dat deze dieren, waarvan althans drie duidelijk landdieren zijn, opstijgen uit de in beroering gebrachte zee, zal toch wel iets meer betekenen, te meer, omdat ook in Openbaring 13 sprake is van het beest uit de zee.

Veeleer zullen we bij de vermelding van de zee te denken hebben aan Gen. 1 : 21; de zee is bij uitstek de woonplaats van de grote dieren, die in de ogen van de mensen gemakkelijk tot angstaanjagende monsters kunnen worden. Job spreekt over een zeemonster (7: 12), evenals Ezechiël (32 : 2), Jesaja noemt de zeedraak (51 : 9).
Uit de woorden van Job blijkt dat God de zee en het monster daarin moet bewaken; er is een dreigende macht. Ezechiël en Jesaja gewagen van Egypte, dat het op Israëls ondergang heeft toegelegd; alleen dank zij het machtig ingrijpen des HEREN kwam het volk van God vrij. Het oordeel werd aan Egypte voltrokken in het verre verleden en zal opnieuw over die wereldmacht komen.

Zo wordt in de droom van Daniël gesproken over wereldmachten, die een bedreiging zijn voor de heiligen des Allerhoogsten; maar die door het gericht van God zullen worden getroffen. Het beest uit de zee in Openbaring 13 is kennelijk in het verlengde daarvan te zien.
In vs 17 wordt gezegd dat die grote dieren, die vier, vier koningen zijn die uit de aarde zullen opkomen. Dat is geen tegenstelling met vers drie, maar een nadere typering. Het gedierte der aarde is het wild gedierte, dat voor de mens een voortdurend gevaar vormt en zijn bloed drinkt (Gen. 9 : 5). Opmerkelijk is dat de dieren uit de zee en de koningen uit de aarde niet van elkaar zijn onderscheiden, terwijl in Openbaring 13 het beest uit de aarde een ander beest is, dan dat uit de zee (Openb. 13: 11).
Openbaring maakt dus wel degelijk gebruik van de beelden van Daniël en heeft ook verwantschap met de profetie, maar kan niet met een "is gelijk teken" naast de profetie worden gesteld. Iets soortgelijks is op te merken ten aanzien van Openb. 4: 7, vergeleken bij Ezechiël 1 : 10. Ezechiël ziet wezens, die elk vier gezichten hebben, Johannes ziet diezelfde gezichten verdeeld over vier wezens.
Ook hier in duidelijk sprake van een zekere samenhang, maar beslist niet van algehele gelijkheid.
De verklaring van Daniël 7 mag dan ook niet worden afgeleid uit wat in Openbaring wordt gezegd, maar moet uitgaan van wat Daniël heeft gezien en gehoord, al zal de verdere openbaring wel in rekening moeten komen voor het verstaan van de verder reikende betekenis.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief