Geweld en haat rondom
2005-02-11
Nine-eleven, treinen in Madrid, een school in Beslan, Afghanistan, Uganda/Congo, Darfur, het rijtje laat zich naar believen verlengen. De namen verschillen, het thema is hetzelfde: haat en geweld. De Apeldoornse oudtestamenticus prof. dr. H.G.L. Peels schrijft erover in de rubriek Reflexen in het blad Theologia Reformata (van december 2004). Ik neem een gedeelte eruit over.- Jaargang 49
- nummer 3
En opeens was het heel dichtbij, om de hoek in Amsterdam. Een heuse terroristische aanslag, op de spotter Theo van Gogh. Terecht was de verontwaardiging groot. Maar wat voor krachten kwamen er vervolgens los, in een neerwaartse negatieve spiraal! Het buitenland keek met stijgende verbazing toe.
Brandstichting en vandalisme, gericht tegen moskeeën en kerken. Onze vicepremier nam acuut het woord ‘oorlog’ in de mond. Nederland was plotsklaps bereid om allerlei vrijheden op te geven, als het ongestoorde bestaan maar weer gewaarborgd werd. () Velen waren er snel bij en wezen de religie als zondebok aan: was godsdienst niet altijd al bron van extremisme en geweld? () Ik verbaas me over de heftigheid van oppervlakkige kreten en snelle conclusies.
Zeker: tegen terreur moet direct en radicaal worden opgetreden, dit soort geweld kan nooit goedgepraat worden. Maar hoe gemakkelijk vervalt een mens tot een verkokerd denken en redeneren, als het erom gaat eigen lijf en goed veilig te stellen. Het is in dit soort tijden bar moeilijk te beseffen, dat afgezien van modieuze elementen - een vreemd woord in dit verband - dergelijke geweldpleging nog maar het topje van een kille ijsberg is.
Onder de oppervlakte van gewelddadigheid gaat een zee van emoties, frustraties, weerzin en haat schuil.
Verdiep je je daar ook maar even in, dan gaat het schuren, en wordt het steeds minder gemakkelijk om te veroordelen zonder toch ook de hand ergens in eigen boezem te steken. Op een of andere manier komt me dan het beeld van die eenzame profeet uit 2 Kronieken 28 voor ogen. Daar wordt verhaald hoe het Israëlitische leger de goddeloze Achaz van Juda verslaat en met rijke buit naar Samaria terugkeert, ronkend van eigen gelijk. Het leger stuit echter op de profeet Oded, die de ballon van de zelfgenoegzaamheid lek prikt met de woorden: ‘Is er ook bij u geen grote schuld tegen de HERE, uw God?’ (vs. 10). De rest van de geschiedenis vormt de oudtestamentische voorloper van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.
Als wij nadenken over de wortels van het grote kwaad van de terreur, kan het ons duizelen. Neem nu die kindermoord te Beslan. Zo ontstellend, dat het geloof van de Anglicaanse aartsbisschop Williams naar zijn zeggen er danig door op de proef werd gesteld.
Maar het verhaal heeft ook een keerzijde.
Gezaghebbende stemmen menen dat deze diep verwerpelijke wandaad niets anders was dan een uiting van ultieme wanhoop over de volkerenmoord die al tien jaar in Tsjetsjenië plaatsvindt. Het ongedisciplineerde Russische leger, geholpen door de kontraktniki (vrijgelaten criminelen) heeft verkrachtend, moordend en plunderend het kleine Tsjetsjenië tot een ruïne
en een hel gemaakt. Kritiek uit het Westen was zwak, westerse hulp ontbrak. Zelfs gematigde Tsjetsjeense krachten zagen nog maar één hulpmiddel, en dat werd welwillend aangereikt door extremistische moslimgroeperingen. Kijk, als je zoiets leest, krijg je een ongemakkelijk gevoel. Er is geweld dat in en in kwaad is, gevoed door hebzucht, jaloezie, haat en superioriteitswaan. Maar er is ook geweld, al dan niet religieus gemotiveerd, dat opkomt uit diepe wanhoop en machteloosheid, een reactie op onderdrukking en permanente achterstelling. Met andere woorden: we ontkomen niet aan de vraag of onze (westerse) samenleving wellicht zélf condities schept voor agressiviteit.
In hoeverre oogsten we wat we zelf gezaaid hebben? Wat te denken van onze liberale ethiek, ons gewelddadige kolonisatieverleden, onze soms respectloze omgang met andere culturen, onze verpletterende overmacht aan kennis, geld en goederen. Aan wélke samenleving, religieus en moreel gezien, willen we moslims dwingen zich te conformeren? Maatregelen: uitstekend, broodnodig - maar wie doet terwijl we aan het dweilen zijn ergens ook wat kranen dicht?
Het is ingewikkeld geworden. De ingrijpende vragen van schuld, vergeving en vernieuwing worden door de hedendaagse geweldproblematiek op scherp gezet. Meer dan ooit hebben we behoefte aan een visie met wijsheid, een boodschap van hoop.
Waaraan zouden we die anders ontlenen dan aan het Evangelie van het kruis, dat spreekt van verzoening en heling? Dat gaat heel wat dieper dan het voor velen vrijblijvende, wat fletse normen en waarden-debat. Daarom is ons gebed des te meer dat God ons land en volk zegent met filosofen, politici, sociologen, juristen, economen etc. die weet hebben van dit Evangelie, en dat helder en richtinggevend weten te vertalen. Contra de geestelijke kaalslag van een seculiere dictatuur, contra het groeiend sociaal isolement van bepaalde bevolkingssegmenten, contra de geest van verharding en immoraliteit.