De Gouden Koets

1975-08-08
  • Jaargang 19
  • nummer 29
Prinsjesdag, de 3e dinsdag in september, veel bezoek in Den Haag. 't Is ook wel de moeite waard. Je moet zoiets toch ééns in je leven hebben gezien. H.M. de Koningin vertrekt van het paleis aan het Voorhout en gaat temidden van hoffunctionarissen, militairen en politie te paard naar de Ridderzaal. Daar wordt Zij met veel luister ontvangen en spreekt daarna de troonrede uit opent op deze wijze het nieuwe zittingsjaar van de Staten-Generaal (1e en 2e Kamer).
In die toespraak komen de belangrijkste nationale en internationale ontwikkelingen tot uitdrukking, het regeringsbeleid, de plannen die in de komende periode ter goedkeuring zullen worden ingediend enz. We kunnen dat allen volgen via T.V. en radio en de kranten geven er een uitvoerig verslag van. Het is een groots gebeuren, elk jaar weer opnieuw: het staatshoofd temidden van de vertegenwoordigers van het volk. Ceremonieel en enige luister past daarbij.

Nadat H.M. is vertrokken, komt de minister van financiën in de vergadering van de 2e Kamer der Staten-Generaal. Hij heeft in het befaamde koffertje een dikke stapel' papieren en deponeert deze op de tafel van de voorzitter met een korte toespraak. Hij zou eigenlijk moeten zeggen (maar doet dat zó niet, want dat klinkt niet officieel genoeg): Vertegenwoordigers van het volk! U hebt zojuist geluisterd naar de Koningin, die U mededeelde wat er allemaal gebeurt cn staat te gebeuren. Dat is heel wat. Nu, ik presenteer U hierbij de rekening ervoor, in deze stukken - de begrotingen. Daar staat in, wat de overheid allemaal ten behoeve van het volk doet en in het komende jaar gaat doen en wat dat wel kost. U kunt in die stukken dat uitvoerig lezen en de prijs ervan staat er duidelijk in.
Wilt U nu die begrotingen bestuderen? Hebt U vragen of aanmerkingen, dan zijn alle ministers beschikbaar om daar met U over te spreken. Ik hoor wel van U wat U er van vindt. En bent U benieuwd hoe we aan al het geld komen, dat nodig is? Ook dat heb ik voor U doen nagaan. U vindt alle gegevens daarover in een boekwerkje. dat ik bij de begrotingen heb gevoegd: de miljoenennota,
In dit jaarlijks gebeuren komt een stuk democratie naar voren.
In oudere tijden reeds hadden vorsten medewerking nodig van adel en steden om mankracht en geld te verkrijgen. Het bestuur bracht mee, dat er offers gebracht werden. Maar de andere partij wilde daar over meepraten. De "bede" van de vorst werd uitvoerig bezien en als ze aanvaard werd stonden daar meestal rechten tegenover, die hij verleende. Ook toen was er overleg; regeerders waren niet "absoluut". Onze regering, Staatshoofd en ministers, is volgens de grondwet gehouden overleg te plegen bij het tot stand komen van wetten, ook van begrotingswetten. De Staten-Generaal aanvaarden de voorstellen, die bij haar ingediend worden, al dan niet na correctie en zeker nadat er uitvoerig over is gesproken. Zo ook de voorstellen inzake de financiering van de overheidstaken.

De gouden koets, Prinsjesdag, is dus méér dan luister en ceremonie. Het is de uiting van een democratische bestuursvorm. We mogen er dankbaar voor zijn die zó te hebben. De overheid is er "het volk ten goede" (Rom. 13) en het volk mag - door middel van zijn vertegenwoordigers - over heel veel meespreken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief