Het boek Daniël

1976-01-30
  • Jaargang 20
  • nummer 5

Profetische geschiedbeschrijving

De gebeurtenissen die inhet 11e hoofdstuk van het boek Daniël worden beschreven, staan niet vermeld, zoals dat in geschiedenisboeken te vinden is. Het voorafgaande stukje van deze hulp bij bijbelstudie kon niet worden geschreven zonder kennis van wat de boeken der Makkabeeën en de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus ons meedelen. Al kunnen deze buiten-bijbelse bronnen ons enig licht geven, de zin van de historie weten ze ons toch niet bij te brengen. Een verhaal over gebeurtenissen is nu eenmaal iets heel anders dan een profetische kijk op die gebeurtenissen.
De vraag waarom de bijbel ons de feiten voorhoudt op de toch wel merkwaardige wijze van Daniël 11 is naar mijn mening niet te beantwoorden zonder de strekking van dit hele profetische boek in rekening te brengen.
De tegenstelling tussen de koninkrijken van deze wereld en het koninkrijk van God is het beheersende motief van alles wat in dit boek staat geschreven. Die tegenstelling heeft er juist in Daniëls tijd een nieuwe dimensie bij gekregen.
Tot de dagen van de ballingschap was er op dit punt nog een zekere mate van overeenstemming, dat ook in Gods koninkrijk een plaats was ingeruimd voor een leger, dat met wapengeweld de vijand moest bestrijden. Zeker, ook in dit opzicht was er een groot onderscheid.
Israël mag nooit op de kracht van paarden en wagens vertrouwen. Gods volk moet steeds leven in de zekerheid dat de strijd die het moet voeren, de strijd des HEREN is. En het heeft altijd geweten dat de HERE evengoed kan verlossen door weinigen als door velen (1 Sam. 14: 6). Ook heeft het in de wet steeds gelezen dat Israëls koning niet veel paarden zal houden (Deut. 12:16).
Voordat de strijd om het bezit van Kanaän begon verscheen aan Jozua de vorst van het heir des HEREN. Hij is gekomen, want Hij voert de strijd. En de eerste stad, een sterke vesting op een zeer strategisch punt, waardoor Israël in Kanaän komt te staan, wordt niet ingenomen door belegerings- of aanvalskunst, maar dank zij het rechtstreeks ingrijpen van God. Ook mag deze stad nooit weer tot vesting worden opgebouwd, omdat in alle geslachten het geloof dat de HERE waakt over het land een groter gevoel van veiligheid moet geven dan de wetenschap dat er sterke grensvestingen zijn.
Maar dit alles neemt niet weg dat alle Israëlitische jongemannen van twintig jaar en daarboven, voorzover ze niet behoren tot de stam van Levi, dienstplichtig zijn en nauwkeurig moeten worden geteld voor de strijd tegen Kanaän begint (Num. 1: 26). De weigering om te vechten tegen wat een onbedwingbare tegenstander schijnt is de oorzaak dat een hele generatie het beloofde land niet beërft. En voor de verovering van het land wordt er nog eens sterk de nadruk op gelegd dat niemand, venzij dan met een bijzondere vrijstelling, zich aan de strijd mag onttrekken (Joz. 1 : 12-15).
Ook gaf de Here in benarde tijden Richters om als legeraanvoerders op te treden. Voor de verlossing van Zijn volk had Hij geen grote legers nodig - Gideon! - maar wel werden allen die de strijd schuwden als nalatigen bestraft (Ri. 5 : 15-17).
Ook de koningen die op de Richters werden tot de strijd geroepen en slechts nadat de vijanden rondom waren verslagen door David kan onder Salomo het vrederijk Zijn zegeningen geven.
Hoe anders is het allemaal geworden in de dagen van de ballingschap, De belofte "De HERE zaluw vijanden, die tegen u opstaan, verslagen aan u overleveren. Langs één enkele weg zullen ze tegen u optrekken, maar langs zeven wegen voor u vluchten (Deut. 28 : 7) kon niet worden waargemaakt, omdat de voorwaarde, luisteren naar 's HEREN stem en onderhouden van Zijn geboden, niet was nagekomen, Lang heeft de HERE geduld gehad, maar het einde van het koninkrijk-met-een-leger is gekomen toen de HERE de zoon van David gaf in de macht van Nebukadnezar.
Daniël heeft verstaan, dat dit einde onherroepelijk was. Een koninkrijk-met-leger kan nooit meer Gods koninkrijk zijn. Uit het kwade zal de HERE het goede doen voortkomen. De ondergang van het koninkrijk dat wapengeweld niet kon ontberen is de inleiding op het koninkrijk van Hem die gezegd heeft: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier." (Joh. 19 : 36).
Andere wegen en andere middelen gaat. God nu gebruiken in Zijn strijd: Jonge mensen, die in het kleine en in het grote slechts vragen naar Zijn wil (Dan. 1 en 3) en een oude man, die aan het eind van zijn leven nog even trouw is als aan het begin (Dan. 6). Een steen, die zonder toedoen van koninkrijk dat komen zal als een mensenhanden Losraakte van de berg (Dan. 2) en hemelse woorden die sterker zijn dan de trotse macht van Babels koning (Dan. 4 en 5). Een Mensenzoon, die zijn heerschappij niet ontleend aan aardse machten maar die van God de Vader heerschappij en eer en koninklijke macht over alle volken, natiën en talen ontvangt (Dan. 7) en hemel boden, die spreken van grote nood, die door mensen niet kan worden weggenomen, maar waarin God zich niet onbetuigd zal laten (Daniël 8 en 10).
En het gebed met schuldbelijdenis over al wat bij de mensen wordt gevonden, maar met beroep op \Gods beloften, die Zijn Naam heeft uitgeroepen over stad en volk (Dan. 9).
Daniël 11 verteld van de koninkrijken dezer wereld. Wat maken de volken zich druk; het is een permanente jacht naar macht met menigten van legers, met coalities en politieke huwelijken, met vestingen en burchten. En Israël zit klem tussen al het geweld. Koningen van het Noorden en koningen van het Zuiden, vanuit Israël gerekend. Want dáár heeft de HERE Zijn rijk. Een rijk zonder geharnaste en bewapende soldaten, zonder politieke intriges en schijnbaar zonder betekenis en zonder toekomst.
Maar de bewoners van het Sieraadland zullen in stilheid de HERE verwachten, onderwezen door Zijn Woord, het profetische Woord, dat vast en zeker is en blijft, ook in de zwaarste tijd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief