Democratisering van de kerk anno 1562

1976-01-30
  • Jaargang 20
  • nummer 5
Apeldoornse studie no, 8.
J. H. Kok, Kampen 1975
38 blz.
Prijs f 7,50.

Toen de kerken bevrijd werden van de hiërarchie van het pausdom was het duidelijk dat zij in hun belijdenis van 1561 de getuigenis aflegden, dat deze ware Kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke politie, die onze Here heeft geleerd in zijn Woord.
Nu is er in de loop der tijden veel verschil geweest over "die geestelijke politie". Reeds aanstonds tussen Luther en Calvijn, Ook nu is de gedachtenwisseling over dit onderwerp niet ten einde. Thans is er een sterke roep om "democratisering".

Zelfs in de Roomse kerk, hoewel Kardinaal Alfrink, Paus Johannes XXIII volgende, in Rome niet veel dank geoogst heeft over zijn Pastoraal Concilie te Noordwijkerhout.
Wanneer we de nieuwe kerkorde van De Gereformeerde Kerken in Nederland lezen, zien we duidelijk naast "synodocratische" trekken "democratisering" van het gezag ten nadele van de kerkeraden.
In onze kerken zijn we na 1968 nog niet toe aan een algemeen aanvaarde herziening van de Dordtse Kerkenordening.

Ook hier spelen dezelfde gedachten een rol.
Het was een zeer gelukkige gedachte van Prof. Van 't Spijker om in dit boekje de aandacht te vragen voor een episode uit de geschiedenis van de Franse kerken tussen de jaren 1562-1572. Hetgeen in die periode praats vond was van zeer grote betekenis voor de Nederlandse kerken.
Prof. Van 't Spijker schetst hoe na die synode te Poitiers in 1557 met de "Articles Politiqires" op de synode te Parijs in 1559 de "Discipiline Ecclésiastique"
aangenomen werd. Dat was de eerste officiële kerkorde.
Vooral Chandieu, toen predikant te Parijs, en Beza, die samen met Calvijn te Genève stond hebben veel voor deze kerkorde gedaan. Beza houdt Bullinger te Zurich deze kerkorde als model voor. Hieruit volgt wel, dat we met de "Articles Politiques" een goede kerkorde ontmoeten.

In Wezel in 1568 volgde men ook dit model.
De moeilijkheden beginnen in 1562, wanneer Morély te Genève een boek laat verschijnen waarin hij de "Discipline Ecclésiastique" aanvalt en sterk de congregationalistische gedachtenwereld naar voren brengt.

Volgens hem is de bestaande kerkelijke orde aristocratisch en wordt de gemeente onder voogdij gesteld. Hij wil de gemeente haar volle rechten terug geven. Hij zegt, het Woord Gods is aan de gemeente gegeven en de gave om het Woord Gods uit te leggen is aan allen gegeven, die de Geest van God ontvangen hebben.

Dit heeft ook consequenties wat betreft de kerkregering en de kerkelijke tucht. Als Christus zegt: "zeg het aan de gemeente" (Matth. 18: 17) dan is dat de geméénte en niet een aristocratie daaruit. Zo werkt hij dit tot in bizonderheden uit. 't Spreekt vanzelf dat de "meerdere" vergaderingen onder hetzelfde oordeel doorgaan.
De kerk mag geen oligarchie zijn of worden. Besluiten en beslissingen vallen in de geméénte. De invloed van Morély was groot.

In 1566 schreef de kerk van Parijs dat Morély aannemelijk en populair was en daardoor zo gevaarlijk.
De Synode van Orléans, 1562, wees hem zeer beslist af, maar zijn invloed bleef. Niet alleen in Frankijk.
Wie de laatste paragrafen leest van het 2e hoofdstuk van de Wezelse Artikelen van 3 november 1568 met name die betreffende de "profetie" 1) vindt veel van Morély terug.
De twist over Moréäy verscheurde de Franse kerken, zo schreef Bulfinger aan Beza in oktober 1571, meer dan de oorlog.

De Synode te La Rochelle van 2-11 april 1571, waar Beza te hulp geroepen was, en waar hij voorzitter was, werden de denikbeelden van Morély opnieuw afgewezen. De synode van 1572 te Nimes, weer met Beza, sprak uit dat zijn leer strijdig was me, Gods Woord ook die betreffende de zgn. profetieën.
De moeilijkheden in de Franse kerken vonden hun bitter en tragisch einde in de verschrikkelijke Bartholomeusnacht of de Parijse bloedbruid in de nacht van 23 op 24 augustus 1572.
Het is begrijpelijk dat de synode te Emden van 4-13 oktober 1571 nu niet meer inging op de artikelen van Wezel betreffende de "profetie") Chandieu, die de Synode van Orléans in 1562 presideerde schreef een sterk geargumenteerd geschrift tegen Morély.
In dit waardevolle geschrift verdedigt Chandieu sterk de ambtsgedachte, al verzet hij zich hevig tegen elke tirannie. Hij is vreselijk geschrokken van het anabaptisme en de furieuze Wederdopers. Hij verwerpt zeer krachtig de mening dat men de leer van hen die in de kerken voorgaan mag beoordelen naar de mate van instemming die zij bij de mensen vindt. Hij staat afwijzend !tegenover de "profetieën". Evenzo handhaaft hij de kerkelijke tucht.

Als hij spreekt over Matth. 18: 17 onderwijst hij ons dat Christus zich gewoon bij de bij de Joden gangbare vormen en structuren aansluit en deze volgt en dat dit bij de uitlegging van deze tekst bedacht moet worden.
Verder houdt hij vast aan hetgeen de Schrift zegt over de ambten en hun taak Zou de Schrift daarmede bedoelen de gemeente te verdrukken of de voortgang van het Woord te belemmeren? Beza heeft met zijn gezag zeer sterk Chandieu gesteund.
Prof Van 't Spijker haalt verder Beza aan: Nergens lees ik dat de kerkelijke regeringsvorm op aarde democratisch is, maar wel zuiver monarchaal. Hoewel de kerk ook haar aristocraten en haar vergaderingen, in het algemeen gesproken, in zekere zin, ook haar eigen recht heeft is het natuurlijk het enige Hoofd, onze Heer Jezus Christus, die door de wetten die Hij heeft gegeven als ook door Zijn Geest door middel van de regeerders die Hij heeft aangesteld zijn Kerk bestuurt.
Verder verwijst hij naar Bucer.

Tenslotte stelt Prof. Van 't Spijker de vraag aan wiens kant het gelijk was en waarom Morély met zijn profetieën zo populair was. Is de figuur van de kerkeraad. met name van de ouderling niet altijd in de gereformeerde kring in discussie geweest?
Was Luther niet dichter bij de waarheid?
Was diens visie op de verhouding van kerk en overheid en het recht van de gemeenterijke luister?
Is ons hele gereformeerde kerkelijke Leven niet altijd met congresationele motieven en profetieën doortrokken geweest en nog. Is de angst voor een kerkverband en voor hiërarchie wel ooit weggeweest? Prof. Van 't Spijker vervolgt dan, het is een paedagogische utopie, waarin men droomde van een gouden eeuw die met de Reformatie aangebroken zou zijn en waarin de gelovigen bevoegd verklaard werden tot oordelen en handelen. Maar dit paedagogisch optimisme vertoont meer verwantschap met een humanistische anthropologie dan met de reformatorische pneumatologie.
In dit boekje treft het telkens weer dat de Gereformeerde kerken in Frankrijk, Zwitserland en Nederland sterk kerkverbandelijk dachten en leefden en hoe zij zich bewust waren - om nu Prof. Greijdanus te citeren - alle te staan onder de goddelijke verplichting om met elkander in geordend verband te treden en in behoorlijke samenwerking te lieven.
Deze bespreking is misschien te veel een opstel geworden over "de democratisering van de kerk.". Het moge zo zijn. Dit boekje heeft mij zeer geboeid. Te meer omdat hier weer zeer vele zaken aan de orde komen die - helaas - weer zeer aktueel zijn. Ik hoop van harte dat dit boekje veel lezers zal vinden. Laten alle afgevaardigden naar de a.s. landelijke vergadering in Kampen dit boekje meenemen: We zijn Prof, Van 't Spijker veel dank verschuldigd.

H. C. Smit

1) Zij die het toelaatbaar achten, "anderen die niet gestudeerd hebben" (art. 8 DKO) toch toe te laten tot de kansel menen zich te kunnen beroepen op het convent van Wezel van 3 november 1568 en betreuren dan dat de synode van Emden van 4-13 oktober 1971 weer dit punt heeft laten vallen.
Afgedacht van het reit dat Wezel en hun gedachtengang zeker niet identiek zijn wordt Emden daarbij in een vals daglicht geplaatst.
Want niets is minder waar! Was op het convent de invloed van Morély merkbaar, de synode te Emden heeft - Prof. D. Nauta heeft daar indertijd uitdrukkelijk op gewezen - zich zeer ernstig bezig gehouden met hetgeen, een half jaar daarvoor, 2-11 april, op de synode te La Roehelle onder leiding van Beza besproken was en besloten had. Emden was zeer positief over deze zaken met name over de "profetieën" en heeft zich met overtulging achter La Rochelle, Beza en Chandieu gesteld. H.C.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief