Wat is de Bijbel?
1975-08-15
Het thema van de jeugddag in Zwolle werd van twee kanten belicht. ds J. H. Vieefkind sprak over de vraag: Wat is die Bijbel? Ds J. Kranenburg behandelde de omgang met de Bijbel.- Jaargang 19
- nummer 30
De theorie en de praktijk. Hier volgt de toespraak van ds Veefkind.
Weet iemand misschien wat dit is? Ja, een kascheque, van de postgiro. Op ieder postkantoor in Nederland kan ik daar gelid op krijgen. Het bedrag moet jok zelf invullen. Ik mag gaan tot een maximum van 500 gulden. Deze kascheque is goed voor 500 gulden. Maar op een dag als vandaag heb ik aan die kascheque niets! Op Hemelvaartsdag zijn alle postkantoren gesloten en ik krijg er geen cent voor. Dit ding is goed voor 500 gulden.
Maar met is geen 500 gulden. Ik kan er nog geen kop koffie voor kopen.
Er zijn tegenwoordig mensen die beweren dat de Bijbel goed is voor Gods Woord. De Bijbel is natuurlijk puur mensenwoord. David heeft gezongen, Jeremia heeft gepreekt, Paulus heeft geschreven.
Mensen kunnen in de fout gaan, mensenwoorden zijn feilbare woorden. Welnu, deze feilbare mensenwoorden van de bijbel zijn goed voor het onfeilbaar Woord van God. Zoals mijn kascheque goed is voor klinkende munt, zo is de Bijbel goed voor Gods Woord. Daar deugt natuurlijk helemaal niets van. Als de Bijbel alleen maar goed is voor Gods Woord, waar is Gods Woord zelf dan? Ik weet het niet, ik hoor het niet. Ik word afgescheept met mensenwoorden. Ik koop er niets voor. En ik denk aan het thema van deze dag: Kom es aan het Woord – als je durft. Kom es aan het Woord. Ik heb hier bj me het lagere school geschiedenisboek van mijn zoon. Ze zijn net toe aan Luther, en ik lees hier: “Begrijp je nu waarom Luther juist op 31 oktober zijn stellingen aansloeg? ... Weet je ook of er in jullie omgeving een Lutherse kerk staat? Hier naast zie je het zegel van Luther ... Kun je ook iets over de betekenis van dit zegel vertellen?" Het gaat mij nu niet om Luther. Het gaat me om iets anders. Wat gebeurt er nu eigenlijk, als je een boek leest? Wel, aan de hand van dit geschiedenisboek kun je dat heel goed duidelijk maken. Je hoort het vanzelf: in dit boek zijn de schrijvers bezig om te praten met de leerlingen. Ze vertellen wat en ze vragen wat. Dat gebeurt er nu altijd, als je een boek leest. Dan praat de schrijver met je. En dat gebeurt er nu ook, a/Is je de Bijbel leest. De schrijvers praten met je. Met opzet zeg ik: de schrijvers, meervoud. Misschien had je schrijver, enkelboud. De bijbel is Gods Woord. Dus is God de schrijver van de Bijbel. Maar dat zeg ik niet. Ik zeg: de schrijvers. David, Jeremia, Paulus, Verschillende mensen. Verschillende mensen praten met je in de Bijbel. Je kunt duidelijk horen dat het verschillende mensen zijn. David schrijft anders dan Asaf, Jesaja anders dan Jeremia, Paulus anders dan Petrus. Het is in de Bijbel niet koekoek één zang. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. En dat gebekt zijn (zus of zo) is geen toevalligheid. O nee, dat is geen toevalligheid. O nee, dat is het werk van God. David zegt dat: “Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven.” Jeremia hoort dat: “Eer ik u vormde in de moedersc!hroot, heb Ik u gekend en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd".
En ook Paulus weet van "Hem, die mij van de schoot mij:ner moeder aan afgezonderrd en door Zijn genade geroepen heeft".
Alle mensen zijn verwerkelijkte, gerealiseerde gedachten van God.
David is een gerealiseerde gedachte van God, en Jeremia en Paulus.
God heeft niet één gedachte, God heeft vele gedachten. En God heeft niet een soort gedachte, welnee, bij God is niets saai en vervelend.
Bij God is alles veelkleurig en telkens weer anders. God heeft vele verschillende gedachten. En daarom zijn er vele verschillende mensen. Daarom is David anders dan Asaf, Jeremia anders dan Jesaja en Paulus anders dan Petrus. De éne God heeft véle mensen gemaakt.
En elk van die mensen wordt op zijn eigen manier klein. Expres zeg ik niet: wordt op zijn eigen manier groot. Maar zeg ik: wordt op zijn eigen manier klein, Want in het koninkrijk van God moet je niet groot worden, maar daar moet je klein worden. En aan ieder teert God dat op zijne wijs.
David moest jarenlang vluchten voor Saul. ZÓ leerde David: "Wentel uw weg op de Here en vertrouw op Hem en Hij zal het maken,"
Jeremia werd bespot en verdrukt.
"Maar zeide ik ik wil aan Hem niet denken en in zijn naam niet meer spreken, dan werd het in mijn hart als brandend vuur; wel matte ik mij af om het in te houden, maar ik kon het niet".
Paulus vervolgde eerst de kerk en " stichtte later de kerk. "Alles wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade geacht".
Welnu, daarom kon ook de éne God op zoveel verschillende manieren spreken in de Bijbel. Want nu kom ik pas toe aan de schrijver van de Bijbel. De schrijver enkelvoud.
In de Bijbel komen duidelijk herkenbaar verschillende mensen aan het woord: David èn Asaf, Jeremia èn Jesaja, Paulus èn Petrus. Maar door die allen heen is het toch één God die aan het woord komt. "Door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken." Mensen, vele mensen, hebben gesproken. De Geest, één Geest, heeft hen gedreven.
De Bijbelschrijvers hebben allen de Heilige Geest in de zeilen. De Heilige Geest vormde hen in het veilige donker van de moederschoot.
En de Heilige Geest vormde hen in het felle Iicht van het leven. Nu begrijp je, dat je in één adem kunt zeggen: als je de Bijbel leest, dan praten de schrijvers met je (David, Jeremia, Paulus); èn: als je de Bijlbel leest, dan praat de schrijver met je (de Heilige Geest, God zelf). Gezien de veelkleurigheid van God spreekt het nogal vanzelf dat Dolk de Bijbel veelkleurig is. Zonder de Heilige Geest zou de Bijbel een saai boek geworden zijn. Ja, en nu ga ik nog een stapje verder - zonder de Heilige Geest zou er niet eens een Bijbel gekomen zijn.
"Dit vooral moet u weten, dat enige Schriftprofetie van eigen makdij niet bestaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van de mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken".
Als het aan David, Jeremia en Paulus gelegen had, dan waren er geen psalmen, profetieën en brieven gekomen. Het woord dat de Bijbelschrijvers hebben gesproken, ging lijnrecht in tegen hun eigen vlees en bloed. Op de Here wachten?
Dank je wel, dacht David, ik doe het liever zelf! Het woord van God spreken? Dank je wel, zei Jeremia, ik houd het liever voor mezelf. Alles schade achten om Christus' wil? Dank je wel, riep Paulus, weg met die Christenen.
Niemand van hen had gesolliciteerd naar de betrekking van Bijbelschrijver.
God heeft hen in dienst genomen. Hij is hun te sterk geweest. Hij heeft hen overmocht. Om zo te zeggen: Bijbelschrijvers tegen wil en dank.
Het is gewoonweg onbegrijpelijk, dat er wordt beweerd: de Bijlbel is een puur mensenwoord. Want geen mens zou erover piekeren om zulke dingen te zeggen als er in de Bijbel worden gezegd. Wachten op de Here, jezelf verloochenen, het kwade niet beantwoorden, maar het kwade maar overwinnen door het goede - als je dat soort dingen in praktijk brengt en aan de man brengt, dan heb je toch zeker een gaatje in je hoofd, je hebt een gat in je hart.
De Heilige Geest heeft je in dienst genomen. Daar komt nog wat bij.
De Bijbelschrijvers hebben nagespeurd "op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus komen zou, en van al de heerlijkheid daarna". Ze hadden het dus wel over de Verlosser, die profeten, het was hun stem die sprak, maar die portee, de draagwijdte van wat ze zeiden, zagen ze zelf niet eens. De Verlosser, ja, maar: Wie? En hoe? en wanneer? en waar? Dat wisten de Bijbelschrijvers zelf niet eens. Zie je wel? Ze hadden het niet van zichzelf, ze putten niet Wit eigen fonds.
Zij waren door de Geest van Christus geleerd. De Geest van Christus...
Niet alleen het nieuwe testament heeft de Geest van Christus geïnspireerd.
Dat kun je je nog voorstellen. De Geest van Christus inspireerde de discipeen, toen Jezus bij hen op aarde was: toen ze voll van zijn Geest de wereld introkken, brieven schreven, de goede weg wezen. Maar ook het oude testament is ingegeven door de Geest van de Here Jezus Christus.
De Geest van Jezus gaf vooraf getuigenis. Mozes, David, Jeremia, gedreven door de Geest van Jezus Christus, Leg dat nu eens naast elkaar : "De geest van Christus gaf getuigenis in de profeten" en "De Schriften lijn het, die van Mij getuigen".
Dat betekent: niet alleen in het nieuwe testament vertelt de Here Jezus over zictzelf maar ook in het oude testament vertelt de Here Jezus over zichzelf. Wij hebben in de Bijbel, de héle Bijbel, te maken met de Here Jezus zelf. Die komt tot ons in het gewaad van de Schrift. Die praat met ons, als wij de Bijlbel lezen.
In de Bijbel hebben we het bewijs voor ons, dat God onze Schepper is, Jezus Christus onze Verlosser en de Heilige Geest onze Levensvernieuwer.
Want hier in de Bijbel zijn zózeer mensen, echt mensen, aan het woord, dat je hun karakters en taalgewoontes helemaal kunt herkennen (David, Jeremia, Paulus). En tegelijkertijd is de Bijbel door en door Goddelijk: zó heeft de Geest van Christus de schrijvers tot nieuwe mensen gemaakt. Jezus Christus nam gestalte in hen aan.
Als ik de Bijhel lees, dan luister ik naar David, naar Jeremia, naar Paulus. Maar ik zeg ook: dit zegt David niet, dit spreekt Jesaja niet, dit schrijft Paulus niet uit zichzelf.
Ik hoor de Here Jezus er uit. Met behoud van hun eigen identiteit zijn ze helemaal op de Here Jezus gaan lijken, Mensen hebben Goddelijke dingen gezegd. God heeft gesproken door mensen. Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid. Ik wandel in het Licht met Jezus, en ik luister naar zijn dierbare stem en niets kan mij ooit van Jezus scheiden, sinds ik wandel in het Licht met Hem.