De verhouding tot de kerken binnen verband
1976-02-06
Het Nederlands Dagblad nam op 17 januari jl. een artikel over van ds D. van Dijk uit Groningen, waarin wordt ingegaan op de door ondergetekende aan de orde gestelde zaak van de verhouding tussen de kerken binnen en buiten verband.- Jaargang 20
- nummer 6
Naast het stuk van ds v. D. wordt aandacht gegeven aan wat ik hierover in ons blad heb geschreven.
"Weinig optimistische geluiden in discussies binnen en buiten verband", schreef de redactie van genoemd blad terecht boven het geheel.
Wanneer ds Van Dijk het algemeen gevoelen in de kerken die hij dient vertolkt, is er weinig hoop op enige toenadering.
Laat ik eerst nog eens proberen duidelijk te maken wat mij, heeft bewogen deze zaak aan de orde te stellen.
Het viel mij, toen ik de stukken weer eens doornam, die tijdens het conflict dat de kerken uiteendreef, op de tafels van de kerkeraden kwamen op met hoeveel emoties er door de huidige binnen-verbanders gesproken werd over de grote daden des Heren in de Vrijmaking, toen Hij Zijn volk uitleidde en alles nieuw werd.
De termen voor rekening van de broeders latende, kunnen we toch stellen dat er in de vrijgemaakte kerken van een vernieuwd beleven van het werk van Christus en de gemeenschap daarin sprake was en er veel medeleven en liefde werd gevonden, Maar het trieste is nu, dat juist die kerken in ons vaderland een scheuring hebben laten zien die, gelet op het percentage leden dat buiten verband is komen te staan, zijn weerga niet heeft in de gereformeerde kerken in ons land.
En geen mens gelooft toch dat in die vrijgemaakte kerken, waar zo geroemd werd in de daden des Heren, zich een zodanige geloofsafval openbaarde, dat er bijna dertig duizend lieden buiten kwamen te staan.
Zo zijn we samen tot een schouwspel geworden.
Wie de zaak van Christus' kerkvergadering ter harte gaat kan hier toch geen vrede mee hebben.
Er is grote verontrusting over het feit dat de leer van de verzoening in onze dagen wordt aangetast.
Het protest hiertegen zou veel meer spreken, wanneer allen die de leer der verzoening aanvaarden, die weten dat hier het hart van de kerk klopt, aan de wereld de daadwerkelijke kracht van die verzoening zouden tonen door met haar vrede te zoeken.
Met mijn artikel heb ik bedoeld op te roepen tot bezinning en zelfbeproeving.
Dit geldt voor allen die bij de conflicten betrokken waren en daarom kunnen ook de kerken buiten verband zich hier niet van af maken.
Ik kan me voorstelden dat een mens, die aan de benauwdheid is ontkomen even het spoor bijster raakt in het zoeken en beleven van de broederschap met alle gelovigen.
Maar in een rechte bezinning op de oecumene, waarvoor Christus heeft gebeden, leren we dat die niet daar gevonden wordt waar de mondige christen van onze tijd zich weinig gelegen laat liggen aan een belijdenis of kerkorde, maar daar waar men in Hem vrede heeft en die volhardend zoekt.
Wanneer ik de opmerkingen van ds Van Dijk lees maakt het de indruk dat er z.i. weinig bezinning nodig is, want hij is met de zaak klaar.
Van verschillende kanten ben ik aangepord om toch vooral op dit schrijven in te gaan, omdat er toch wel één en ander valt recht te zetten.
Maar het kost mij moeite omdat het mij helemaal niet te doen is om een nieuwe polemiek te ontketenen omdat ik daar geen heil in zie.
De polemiek is één van de klippen waarop het vrijgemaakte scheepje is gestrand.
In zijn artikel, dat ik alleen via het Nederlands Dagblad onder ogen kreeg, tekent ds Van Dijk uitvoerig het portret van de buitenverbanders.
Onze kerken vormen geen eenheid in kerkrechtelijke zin, want ze komen niet samen in een synode, maar in een soort conferentie, waar vrijblijvend wordt overlegd en geen bindende besluiten worden genomen.
Daarom heeft een samenspreking van deputaten geen zin.
Voorts is er geen eenheid van belijden, want er zouden bij ons predikanten zijn die de Dordtse Leerregels niet aanvaarden, anderen die in de zaak van Verbond en Doop het rechte spoor niet houden.
Dr Arntzen wordt opgeroepen ais getuige dat de hand wordt gelicht bij het ondertekenen van de belijdenis en een groot aantal studenten weigert te gaan studeren in Apeldoorn omdat de voorkeur aan de Vrije Universiteit wordt gegeven.
Opvallend is dat Zondag 22 van de Heid. Cat. niet wordt genoemd.
Er zijn, schrijft ds v. D., ook wel kerken en predikanten, die betrouwbaar zijn op het punt van belijdenis en kerkorde en met hen zou contact en hereniging mogelijk zijn in de weg van vergeving van een fout, die er mogelijk is begaan, U merkt, hier is stof te over aangedragen voor enige pittige polemieken.
Het eerste dat ik van dit portret van onze kerken wil zeggen is dat we merken hoe groot de vervreemding is geworden.
Er is binnen onze kerken verschil van inzicht over de weg, die we zullen kiezen, dit geeft spanningen en zorgen, we zulten het niet ontkennen.
Maar het is niet zo'n wilde toestand als ds Van Dijk zijn lezers wil doen geloven en er is geen reden tot paniek.
Daarom doet ds Van Dijk onze kerken geen recht!
Kort geleden bracht de post ons een stapel drukwerk, waarin we een karrenvracht bezwaarschriften, brieven e.d. aantroffen, met verhalen van wat er in de kerken die ds Van Dijk dient alzo is geschied, rondom de mensen die meenden dit alle ook onder onze aandacht te moeten brengen.
Het zou mij niet veel moeite kosten uit deze lectuur een grote lijst met gebreken van de kerken binnen voerband op te stellen.
Maar zo doet men niet in Israël!
Voelt men zich geroepen een oordeel uit te spreken of anderen voor te lichten, dan hoort men op zijn minst de andere partij.
Waarom doet ds Van Dijk dit niet en neemt hij b.v. zo maar dr Arntzen als getuige aan, zonder in rekening te brengen wat er onzerzijds in antwoord op het handelen en schrijven van dr A. is geschreven.
Zijn wij buiten verbanders nog steeds vogel-vrij en mogen wij nog altijd zonder stringente bewijzen veroordeeld worden?
Gelden de woorden van onze Heiland over zachtmoedigheid en barmhartigheid in het oordeel alleen voor de eigen kring?
Wat mij in het schrijven van ds Van Dijk het meest teleurstelt is dat hij in alle talen zwijgt over de oorzaak van de geslagen breuk.
Zeker, er wordt ruimte gelaten voor een eventuele kerkrechtelijke fout, maar wat zou toch de reden zijn, dat zoveel kerken buiten verband zijn gekomen en velen voor de tweede maal in hun leven kwamen te staan voor de vraag of er een nieuw kerkverband moest worden aangegaan en of we na alle droevige ervaringen met het kerkverband niet eens opnieuw naar de regels voor dit verband moeten zien.
Was de reden dat er predikanten bezwaren hadden tegen de leerregels van Dordt, dat anderen afweken in de zaak van Doop en Verbond, of dat studenten niet langer in Kampen wilden studeren, maar doorbraken naar de V.U.
Ik heb na zoveel jaren de stukken weer eens opgeslagen, waarin destijds van de kerkeraad van Haarlemmermeer O.Z. werd geeist maatregelen tegen mij te nemen en, toen de kerkeraad weigerde mij te schorsen, aan de classis Haarlem werd voorgesteld om mij uit de vergadering weg te sturen.
In die stukken lees ik niets van de zaken die ds Van Dijk noemt.
Uit zijn artikel krijg je de indruk: die buiten-verbanders zijn moeilijke en lastige mensen, zij hebben bezwaren tegen een k.o. en de belijdenis en daarom zijn ze buiten verband geraakt, het is allemaal eigen schuld.
Nu wil ik niet de vermoorde onschuld gaan spelen, maar er toch wel aan herinneren dat er heel iets anders in geding was en men moet daarover geen rookgordijn leggen door te wijzen op moeilijkheden rondom de k.o. en de belijdenis, die er niet alleen in de buiten verbandse kerken zijn, maar die er in de vrijgemaakte kerken sinds 1945 zijn geweest, lasten die we samen hadden te dragen in de verantwoording die we nu eenmaal voor elkaar hebben.
Er hebben de laatste tijd nog al wat mensen tegen mij gezegd: Waar begin je aan, het is een uitzichtloze zaak.
Die stemmen zullen nu nog wel luider gaan klinken.
Inderdaad, het zijn weinig optimistische geluiden, om met de redactie van het Nederlands Dagblad te spreken.