Kantekening

1976-02-06
  • Jaargang 20
  • nummer 6
Kerk en kapitaal


Zo langzamerhand is de legende ontstaan, dat in de loop van de tijd de kerk altijd aan de verkeerde kant heeft gestaan, aan die van de rijken en niet aan de kant van de armen. Het wordt tijd dat er eens een beetje gedaan wordt aan de ontmythologisering van deze mythe. De waarheid is, dat althans de pastorie de armoe van de armen heeft gedeeld. Wie het nog niet wist moet maar eens lezen wat Ina Seidel over de pastorie schreef in de laatste vier eeuwen: 'Lennacker'. In het nederlands: “Twaalf nachten'".
Hoe het een honderd jaar geleden toeging in een dorpspastorie in de Gelderse Achterhoek, ontdekten we onlangs. Lees maar mee:

“Als een vriendelijk buitentie ligt daar de pastorie, eenzaam in een boschrijk land waar oude hofsteden wegschuilen in 't geboomte, ver van het gedruisch der wereld, Aan den noordkant staat de groote landbouw schuur, waar vier, vijf koeien in den stal zijn, want de dominee heeft een heele boerderij. Hijzelf is een man van studie en bemoeit zich niet met de bouwerii maar dommee's juffrouw' bestuurt haar en zoo gaat het heel goed. Als wij des Maandags naar de catechisatie gaan, in een ldk,aal van de Verwoldsche school, zien we de oudste dochters, die al volwassen lijn, druk bezig met den veldarbeid, met wieden hooien, aardappels rooien, beesten turen al naar den tijd van 't jaar; ze staan aan de waschtobbe helpen bij het turfflossen, zwaaien de tuurhamer, alles even handig.
's Zondags zijn het dames, maar in de week doen ze voor de beste boerenmeid niet onder. Des winters werd op de pastorie een mestebeest geslacht, zoo goed als bij de boeren ... Met een klein traktement en een groot gezin kan de dominee zonder den landbouw niet leven. "Kinderen en boeken zijn de eenige rijkdom van een protestantsene pastorie", is eens gezegd. Hoeveel goeds schuilt daarin. Er is wel geen armoede, maar de zorgen, die nauwer samenbinden dan overvloed, zijn er niet vreemd. De kinderen, die niet mogen deelnemen aan wereldsene vermaken, worden in aartsvaderlijke eenvoudigheid en huiselijkheid opgevoed, Zij groeiden op in een atmosfeer van vroomheid en echte beschaving en zien levenslang met heimwee terug naar het plekje, waar het licht des Almachtigen zoo liefelijk het vaderlijk dak bescheen.

Daar vermaken wij ons op een mooien Juni-zondag, terwijl de rozen fleuren en de zomerwind fluistert in de hoge bomen om het huis. We zitten in het prieel en bekijken mooie prentenboeken.
We spelen op een grasperk met houten ballen, die men door metalen beugels,moet slaan. We zitten in de huiskamer en smullen van aardbeien met suiker Een der dames speelt op de piano en de anderen zingen daarbij, och zoo mooi. Straks verstoppertje, 't heele huis door met al zijn gangen, kamers en hokjes en heerlijke schuilhoekjes. Door een half openstaande deur zie ik in een kamer, waar twee groote kasten vol boeken ter weerszij van den schoorsteen staan. Daar sluip ik binnen en kijk uit een verborgen hoek met ontzag naar die oude portretten aan den wand, maar het eerst naar die boeken, geen doode dingen, maar levende geesten die allen.
Nog lang zweefde dat heiligdom voor mij uit als een schoon vizioen." 1)

Zo was het in de zeventiger jaren der vorige eeuw in de pastorie van Laren in de Gelderse Achterhoek.
In de tijd toen ds Jonker daar predikant was. De vader van Gerrit Jonker (1864-1924), later predikant te Leusden, Kralingen, Haarlem en Utrecht, waar hij, toen hij een lezing hield over Soren Kierckegaard plotseling overleed. Zijn broer was de bekende prof. dr A. J. Th. Jonker, hoogleraar te Groningen en ambtgenoot van de niet minder bekende prof. ir Van Dijk. De beide broers waren voorgangers van de ethische richting in de Hervormde kerk, vermaarde theologen en kenners-van-het-eerste uur van Soren Kierckegaard.
Dèze mannen zijn geboren en getogen in de landelijke eenvoud van de Larense pastorie, waar de zusters voor 'de beste boerenmeid niet onder deden'.
Het heeft hun geen kwaad gedaan.
Zo was het in vele pastorieën op het land.
Toen in het begin van onze eeuw in de drentse venen de turfgravers weer eens staakten en de dominee van Klazinaveen voorbij een groep stakers kwam, wilden sommigen deze 'als heer geklede persoon' lastig vallen.
Dolkal een kapitalist. Maar de voorstelling ging niet door.
Andere stakers staken er een stokje voor: 'Laat die kerel!met rust; da's ook een arme donder' (ik citeer) 'en hij moet er nog een boordje van dragen ook.' Waar ook 'de man met de gouden ring aan de vinger' in de kerk mag gezeten hebben, op de preekstoel heeft hij maar zelden gestaan.
Over 'kerk en kapitaal' gesproken ...

1) Ontleend aan: H. W. Heuvel Oud-Achterhoeksen Boerenleven', 6e dr. Deventer 1969, u. 226/228.
Koeien turen = koeien met een tuiertouw vastbinden aan een paaltje. Voor het in de grond slaan van zo'n tuurpaal werd de 'tuurhamer' gebruikt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief