MEDEZEGGENSCHAP
1976-02-13
In de jaren, waarin de CDU in Nederland van de grond kwam (de Christendemocratische Unie, voor wie dat niet wist) is er veel gediscussieerd over de plaats van de arbeider. Die plaats was namelijk (naar men aannam: op Bijbelse gronden) bij de voetbank van de baas. Psalm 123 zei het zo treffend: - Jaargang 20
- nummer 7
Zoals de knecht ziet naar het oog des heren
om nooddruft te begeren,
en het oog der maagd is op haar vrouw geslagen
om hulp of gunst te vragen ...
Ziet u: de psalm gaf duidelijk aan, dat een dienstmeisje hulp of gunst mocht vragen aan haar mevrouw; of ze het kreeg was een ander vers en van eisen was geen sprake. Zo mocht een knecht zijn baas naar de ogen zien, als hij niet rond kon komen en een kleine opslag nodig dacht te hebben. Deze dingen zijn voor de oudere generatie reële geschiedenis al zullen de jongeren hier gek van opkijken. Schrijver dezes heeft in zijn jonge jaren met zijn baas gesproken over een versnelde carrièreplanning (zoals dat vandaag heet) en de baas, die 10% van de kantoorwinst als tantième opstreek, antwoordde eerlijk: elke honderd gulden die ik je opsla kost mij tien pop uit mijn zak. Mijn antwoord, dat wel openhartig maar niet tactisch mocht heten, luidde: als ú die tien gulden bepaald niet kunt missen zal ik het dus met honderd gulden minder moeten klaarspelen. Ik had wel gelijk - maar het was een carrièrefout, die me enkele jaren kostte.
Dat was inderdaad geen beste tijd. Niet voor de arbeider, die sterk onderschar en onderbetaald werd; niet voor de baas, die gebukt ging onder een sociaal schuldbesef, voorzover hij zijn geweten nog niet "als met een brandijzer toegeschroeid" had.
Erger was, dat de kerken in Nederland dit onrecht geen onrecht durfden te noemen. De sociale tegenstellingen werden, als voor de revolutie in Rusland, door de kerken getolereerd, zo niet gesanctioneerd, zo niet verdedigd. U hoeft niet te zeggen, dat de kerken toen nog geen "sociale bewogenheid" kenden - het tegendeel is waar. De generale synode, Amsterdam-1936, van de gereformeerde kerken heeft het kerkelijk lidmaatschap onverenigbaar verklaard met het lidmaatschap van twee politieke organisaties: de NSB en de CDU. De christendemocraten werden op één hoop geveegd met de "onvaderlandslievende schobbers", zoals H. Colijn ze noemde. Ik herinner me de moeiten, die onze kerkeraad in mijn jongensjaren met de CDU-leden had. Want deze mensen waren meestal uitmuntende kerkleden, stonden te hoog aangeschreven dan dat men over censuur wilde denken; maar de synode dreef wél in die richting. Aanpakken, dat volk.
Men ging namelijk van twee verkeerde gegevens uit. Het eerste is: dat christendemocraten gewone socialisten zouden zijn, die toevallig binnen de kerk woonden. Het tweede is: dat de oudtestamentische verhouding van knecht en heer niet op de twintigste eeuw sloeg, overmits de slavernij radicaal was afgeschaft.
Wanneer onder Israël een slaaf was gekocht, was die persoonlijk bezit van zijn heer, met hebben en houden, met vrouwen kinderen. Zelfs in het nieuwe testament bestond die slavernij: Paulus stuurde de weggelopen slaaf van Filemon netjes naar zijn baas terug - al bracht hij de slavernij duidelijk onder Christelijk aspect. Maar na de kruistochten kennen we in Europa geen legale slavernij meer.
Er is dus wel het een en ander gewijzigd, sedert 1936. In veertig jaar kan er veel gebeuren. De renaissance, het humanisme, de Franse revolutie, ze kunnen door de kerken beoordeeld worden, kunnen veroordeeld worden; maar de christenheid krijgt er wel mee te maken, wordt er wel' door aangepakt. Zo heeft ook het socialisme hervormingen in de maatschappij bewerkt, waarvan kerkleden profiteren. Laten we dat eerlijk mogen zeg;gen; met behoud van ons respect voor al die maatschappelijke wetten, die duidelijk van christelijke zijde zijn voorgesteld.
Het ziekenfondsen besluit, inzet van de totale portefeuille sociale voorzieningen, is door de Duitse bezetting gepresenteerd. De algemene ouderdomsvoorziening is door de sympathieke socialist Willem Drees tot stand gebracht. De kinderbijslagwet is door een rooms-rode regering opgediend. De collectieve arbeidsovereenkomsten, basis voor het recht van de arbeider, zijn niet van christelijke zijde uitgevonden. En zo zit het met de wetgeving voor medezeggenschap, de ondernemingsraden.
Toen deze regelingen van de grond kwamen, hadden beide partijen daar grote moeite mee. Een fabrieksdirecteur met meer dan honderd man vertelde me daar van. Hij had zijn' mensen samengeroepen, hen een ondernemingsraad laten kiezen volgens de regelen daarvan zijnde, en probeerde nu cursorisch zijn ondernemingsraad op de hoogte te stellen van zijn taaie inbreng te geven in het ondernemingsbeleid. Dat was na veel wikken en wegen neergekomen op de wenselijkheid: enige tocht te voorkomen en een paar toiletten bij te plaatsen. Geen wonder, dat tal van ondernemers met hun nieuwe arbeidersraad in de maag zaten: de jongens wisten niets positiefs in te brengen en de baas vond het tijdverlies.
Dat zat anders bij die bedrijven, waar de "jongens" georganiseerd, geindoctrineerd en geïnstrueerd waren! Die wisten deksels goed, hoe ze hun plaatsen konden gebruiken. Die konden nu eens een vuist op tafel leggen, als de baas veinsde hun bedoelingen niet te begrijpen. Want die wisten meteen mee te praten van directiepensioenen, werktijden, arbeidsplaatsen, dividenden, investeringen en de kostbare rest. En die konden een grote mond opzetten, toen onlangs negen topfiguren uit werkend Nederland een waarschuwende open brief tot de regering richtten: tijdig het roer om te gooien eer ons land de volkomen versukkeling inzeilt.
Jawel, in zeven van de negen bedrijven hebben de ondernemingsraden hun bazen op de vingers getikt: dat ze zulke open brieven maar niet zonder medeweten van hun arbeiders moesten schrijven! Alleen in de beide dienstverlenende ondernemingen (bank- en verzekeringswezen) hielden de arbeiders zich rustig. In de grote meerderheid der grote ondernemingen riepen de arbeiders, dat de directeuren zich koest moesten houden, en niet hun belangen mochten verdedigen achter huichelachtige argumenten ten koste van de arbeiders.
Dat is geen medezeggenschap meer, zult u zeggen, dat is dictatuur van de meerderheid. Gelijk hebt u. Over de zee zegt men al jaren: one man one vote, hetgeen luidt overgezet zijnde: elke stem is er een. En zo lang een grote ondernemer een veelheid van arbeiders werk geeft, zo lang loopt hij het risico dat hij door zijn eigen personeel overstemd wordt.
De eenmansdictatuur is via de medezeggenschap veranderd in een dictatuur-van-de-massa. Maar dictatuur blijft het.
Toegegeven, dat ligt niet aan de medezeggenschap - dat ligt aan de mens. Maar de christen gaat er vanuit, dat de mens à priori onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. De ander gaat er van uit, dat de mens goed wordt geboren, maar alleen door omstandigheden slecht kan worden gemaakt. Die omstandigheden kunnen bestaan in ... een kapitalistische onderneming bijvoorbeeld.
Wanneer we zo enkele opmerkingen maken over medezeggenschap, ondernemingen, ondernemingsraden, sociale maatregelen enzovoort, is dat niet om die onderwerpen alle wetenschappelijk uit te diepen. Het gaat er om, u een beeld te geven van wat hier te koop is. Want deze dingen zijn in een zodanige stroomversnelling geraakt, dat een kabinet staat te wankelen, dat ondernemingen in de soep draaien, dat de geldstroom aan de controle van de overheid dreigt te ontsnappen, kortom dat de bestuurbaarheid van ons land op het spel staat.
Wie de onredelijke macht van de arbeiders veroordeelt, moet de vroegere dictatuur van de werkgever mede in zijn oordeel betrekken. Het epicentrum van de macht is naar de andere kant geslingerd; dat is alles. In de oudtestamentische tijd was het oog van de knecht op zijn heer geslagen, als hij hulp of gunst nodig had. Vandaag moet je van goeden huize zijn om overwerk van je mensen gedaan te krijgen. Want de arbeiders zijn zich goed bewust, dat de slavernij is afgeschaft. Met hun mening wordt terdege rekening gehouden. In zekere zin geeft ook de Bijbel hier weer een zegel aan het gelijk: de arbeider is zijn loon waardig - en: je mag het loon van je knecht (lees slaaf) niet bij je laten overnachten. Bovendien beriep Marx zich op de Bijbel (Bergrede, Handelingen en Jacobus) toen hij de staf brak over de rijken en eigendom gelijk diefstal noemde.
En toch. Het ware te wensen, dat verstandige ondernemers zich met hun arbeiders verstonden alvorens een beleidsbeslissing te nemen. Ze kunnen hun verantwoordelijkheid niet overdragen, maar ze kunnen begrip en medeleven en enthousiasme bij hun medewerkers kweken. Door open kaart te spelen kunnen ze hun arbeiders tonen, dat er winst gemaakt moet worden om de zaak te prolongeren. Door inzage in de financiële positie te geven (zo niet openbaar, dan aan een vertrouwenscommissie van werknemers) kan de achterban vertrouwen krijgen in de leiding. En op zijn minst zou de vreedzame samenwerking kunnen worden geschapen, zonder welke het een nutteloze touwtrekkerij wordt.
Een redelijke arbeider zal in zijn baas altijd de meerdere zien. In moderne zin is dat: de man, die het beter kan. In ouderwetse zin was dat: de man, die eerder geboren was, of die een paar diploma's meer heeft, of die toevallig in de goede wieg is gelegd; dat waren soms argumenten, die door de tijd zijn achterhaald. Vandaag is de baas de man: die het hardste werkt, de meeste fouten maakt en op wie iedereen kan rekenen als hij in moeilijkheden komt. En daarom zal een verstandige arbeider zijn baas altijd het beste loon gunnen. Zonder die behoorlijke betaling, dat weet hij, is geen ondernemer bereid iets te ondernemen. En waar geen onderneming is, verliest de arbeider zijn medezeggenschap.