Zijn wij ons brein?

2012-08-31
  • Jaargang 56
  • nummer 17
Wij zijn ons brein. Geen onlogische opmerking uit de mond van een hersenonderzoeker. Zoals een chemicus met recht zou kunnen zeggen dat een mens een zak vol moleculen is, zo stelt Dick Swaab dat onze ‘geest’, ons ‘ik’ een kunstig georganiseerde verzameling zenuwcellen, chemische boodschappers en hersengebiedjes is. En niets anders dan dat.
Wat hij echter verzwijgt, is het immateriële fundament achter die materiële werkelijkheid. We zijn stof. Maar niet alleen stof.

Ons brein is helemaal ‘in’. Er worden allerlei boeken uitgebracht over hoe onze hersenen werken en hoe neurologische processen zich verhouden tot ons mentale functioneren. Eén van de bekendste daarvan is Victor Lammes De vrije wil bestaat niet: Over wie er echt de baas is in het brein. Daarin concludeert deze neurowetenschapper dat onze vrije wil een illusie is die door ons brein in scène wordt gezet, zoals zou blijken uit verschillende experimenten.
Vrijwel zonder enige inhoudelijke discussie sluit Dick Swaab zich bij dit gedachtegoed aan. Het lijkt erop dat eeuwenoude filosofische inzichten in een noodtempo ingehaald worden door allerlei vormen van hersenonderzoek.

Van baarmoeder tot alzheimer
Swaab bespreekt in zijn boek Wij zijn ons brein op een boeiende manier veel onderwerpen die te maken hebben met het functioneren van ons brein, zoals de ontwikkeling van de hersenen in de baarmoeder, en daarnaast ook allerlei scheefgroei, zoals agressiviteit, autisme, schizofrenie, de ziekte van alzheimer en meer. Interessant is dat Swaab ook ingaat op de neurologische kant van bijna-doodervaringen.
Ook vragen rond ons moreel gedrag, het functioneren van ons geheugen, de vrije wil, religie en ons zelfbewustzijn komen ter sprake, want ook dat heeft te maken met de werking van onze grijze massa.
Kortom: het boek van Dick Swaab biedt de lezer een breed scala aan informatie in een goed leesbare stijl met de nodige droge humor. En het lijkt zo redelijk wat hij schrijft...

Volgens Swaab hangt het functioneren van ons brein (kort samengevat) af van ons genenpakket en onze vroege ontwikkeling. Mentale functies – zoals luisteren, spreken, invoelend vermogen, het ervaren van gevoelens, geheugen en dergelijke – zijn verbonden met één of meer hersengebiedjes. We zouden die hersengebiedjes ‘functionele bouwstenen’ kunnen noemen, die op een ingewikkelde manier met elkaar verbonden zijn en samen ons brein vormen. Daarbij zijn die functionele bouwstenen zelf ook weer zeer complexe ‘onderdelen’, die hun werking danken aan neuronen en allerlei chemische boodschappers.
Wanneer zo’n functionele bouwsteen beschadigd raakt of niet goed tot ontwikkeling is gekomen, uit zich dat in een mentaal tekort of defect, zoals een spraakstoornis of een vorm van ADHD.
Uit deze innige samenhang tussen ons mentaal functioneren en de functionele bouwstenen concludeert Swaab dat onze keuzevrijheid zeer gering is en onze vrije wil niet veel meer dan een plezierige illusie. Vandaar dat hij spreekt over neurocalvinisme: dachten we vroeger (met Calvijn) dat God ons lot beschikt, nu weten we dat ons functioneren als mens grotendeels vastligt in en bepaald wordt door ons brein.
Ons ‘ik’ is een kwestie van neuronen en chemie. Wij zijn ons brein. Weliswaar een zeer complex geheel, maar niets anders dan die grijze massa … aldus Swaab.

Niets anders dan…
Juist deze uitspraak van Swaab – dat wij niets anders zijn dan ons brein – gaat me veel te ver. Swaab rekent te weinig met het feit dat kennis over de functionele bouwstenen van ons brein nog heel iets anders is dan inzicht verwerven in de functie en werking van het hele bouwwerk van onze mentale vermogens. Zelfs al heb je een complete onderdelenlijst en beschrijving van hun werking, dan nog heb je er geen idee van hoe een auto werkt, laat staan een spaceshuttle. Of neem water: hoe moeilijk is het om vanuit de kennis van een zuurstof- en waterstofatoom de eigenschappen van (een) water(molecuul) op een goede manier beschrijven.
Versta me goed: deze opmerkingen zijn niet denigrerend bedoeld richting de neurobiologie. Integendeel, deze wetenschap brengt fantastische dingen in kaart over de werking van onze hersenen. Wat Swaab schrijft over hersenbeschadigingen of aangeboren hersenstoornissen maakt duidelijk hoe kwetsbaar ons brein is en hoezeer een goed mentaal functioneren, de uitoefening van onze wil en ook onze identiteit afhankelijk zijn van gezonde hersenen. In feite wisten we dat best wel. Hoe kan iemand niet veranderen na een herseninfarct? Hersenonderzoek geeft steeds gedetailleerder inzicht waar en wat er mis kan gaan.
Maar om iets zinnigs te zeggen over zoiets bijzonders als ons zelfbewustzijn hebben we veel meer nodig dan kennis over hersengebiedjes en de verbindingen daartussen. De grote vraag ‘wie ik eigenlijk ben’ kan niet volledig beantwoord worden op grond van wetenschappelijke kennis, maar is ook van levensbeschouwelijke en filosofische aard.
Als het gaat om de vraag naar dat ‘ik’ bewegen de standpunten zich in feite tussen de twee uitersten van materialisme en dualisme. In het eerste geval zijn wij niets anders dan ons brein: neuronen en chemie. Bij vormen van dualisme is ons ‘ik’ een onstoffelijke ziel die op één of andere manier verbonden is met ons lichaam. Tussen deze uitersten liggen nog allerlei andere benaderingen. Eén ervan erkent dat ons ‘ik’ inderdaad voortkomt uit ons brein, maar tegelijkertijd van een hogere orde is en een heel nieuwe, mentale wereld met zich meebrengt.

Stof
Swaab verkiest het materialisme – en dat is zijn goed recht – maar hij en anderen vergeten of negeren het feit dat materie zijn ontwikkelingsmogelijkheden dankt aan een fantastische ordening van de kosmos. Wetenschappelijk onderzoek heeft die langzaam maar zeker een beetje ontdekt en wij beschrijven deze ordening met onze natuurwetten. We beschrijven ze, maar we verklaren die ordening daarmee niet. Zo bezien heeft de materiële werkelijkheid dus iets wat Swaab stilzwijgend afwijst: een immaterieel fundament.
Vanuit het christelijke scheppingsgeloof is God de schepper van deze ordening. Dit betekent ook dat we niet onze toevlucht hoeven te nemen tot een vorm van Grieks dualisme. Want waarom zouden we ons ‘ik’ niet als iets geheel nieuws beschouwen dat voortkomt – of anders gezegd: emergeert – uit de zeer complexe organisatie van neuronen in ons brein? Het nieuwe wordt tot stand gebracht door nieuwe – immateriële – ordeningsprincipes, bedacht door onze Schepper. Zo rijzen ons zelfbewustzijn en onze persoon met geestelijke dimensies op uit het door God geschapen stof. Ik zou het nog iets sterker willen zeggen: onze geest wordt krachtens de scheppende Geest van God voortgebracht uit stof.
Misschien kunnen we zo een beetje de sluier oplichten van het mysterie van de menselijke geest. En als ons brein vergaat tot stof, dan gaat mijn ‘ik’ daarmee niet verloren! Want alles is uit God, door God en tot God. De bouwmeester van het heelal heeft mij geschapen tot vreugde van zichzelf en als een persoon met wie Hij zijn liefde deelt. Zou Hij mij dan op de kosmische vuilnishoop gooien? Zou Christus daarvoor zijn leven gegeven hebben?
Voor tijd en eeuwigheid, voor nu en voor later, ben ik door Christus een geliefd en kostbaar kind van God die mij als persoon bewaart in zijn hand.

Structuur en speelruimte
Ook de bewering van Swaab, Lamme en anderen dat onze vrije wil een illusie zou zijn, berust op dezelfde reductionistische zienswijze: ons zelfbewustzijn inclusief ons vermogen om te kiezen wordt gereduceerd tot een optelsom van verschillende hersenfuncties en bijbehorende chemie.
Swaab typeert dat zelfs als neurocalvinisme, een toespeling op het calvinistisch gedachtegoed, als zou al het menselijk doen en laten al bij voorbaat vastliggen in God. Maar daarmee wordt Calvijn tekortgedaan. Want het calvinistische idee dat God deze wereld regeert, laat in principe alle ruimte voor menselijke keuzes – de Bijbel spreekt ons immers voortdurend aan op onze verantwoordelijkheid. Bovendien kan Swaab in zijn eigen leven niet uit de voeten met dat neurocalvinisme, getuige het feit dat hij medeoprichter is van de initiatiefgroep Uit Vrije Wil, die zich inzet voor stervenshulpverlening.
Het is allemaal zo zwart-wit bij Swaab: alsof een vorm van determinisme in strijd zou zijn met een zekere mate van keuzevrijheid. Al die schitterende ordeningsprincipes van de kosmos bepalen voor een groot deel hoe de werkelijkheid is opgebouwd. Dat de aarde om de zon draait, dat een steen naar beneden valt enzovoort, enzovoort.
Allemaal gedetermineerd, vastgelegd.
Maar op welke afstand een planeet om een ster draait kan zo verschillend zijn en of die steen op je hoofd valt of net ernaast… De wereld is een wonderlijke mengeling van structuur en speelsheid, van orde en toevalsprocessen.
Dus ons leven en ons persoontje worden voor een groot deel gedetermineerd door natuurwetten en chemische processen. Gelukkig maar, want als ze wat minder strak waren, zou er geen leven mogelijk zijn. En tegelijkertijd laat die ordening van de kosmos een enorme speelruimte toe, voor ons en voor allerlei natuurverschijnselen. God heeft structuur en speelruimte geschapen.

De term neurocalvinisme wijst meer op een frustratie van Swaab als het gaat om religie dan op een baanbrekende wetenschappelijke observatie. Wat de auteur bij dit onderwerp - en wel vaker - laat zien is een onuitgesproken en misleidende vermenging van wetenschappelijke natuurkennis én levensbeschouwelijke overtuiging. Een vermenging die bovendien regelmatig gepaard gaat met nogal ongenuanceerde uitspraken. Al zou ik kunnen zeggen dat Swaab er zelf ook niet zo veel aan kan doen, omdat zijn karakter al grotendeels vastlag vanaf zijn geboorte en zijn vrije wil niets anders is dan een plezierige illusie...
Veel hoopvoller vind ik de bijbelse boodschap van structuur én speelruimte en het goede nieuws dat onze Schepper in staat is ons op nieuwe wegen te leiden, dwars tegen eigen onmacht en onwil in.

Dr. ing. Rolie Barth is sinds 2004 predikant in de NGK na een loopbaan in het kernfusieonderzoek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief