Omgang met de Bijbel

1975-08-22
  • Jaargang 19
  • nummer 31
Na ds Veefkind's toespraak over schriftbeschouwing sprak ds Kranenburg over bijbelgebruik. Dit vormt het laatste artikel in Opbouw over de jeugddag in Zwolle.

Tot ik een jaar of tien was woonde mijn ouders op een buiten bij de Haar lemmerhout. In de tuinmanswoning, wel te verstaan. Bij het buiten behoorde een bos, waarvoor ik tang erg bang ben geweest. Voor de kreunende geluiden uit de toppen van de bomen. Voor de schemerige laantjes, voor de boomstronken, dde op wilde dieren leken. De vrees duurde tot mijn vader mij op een dag meenam het bos in. Mijn vader was geen man, die het erg lag om kleine jongetjes bij hun handje te voeren. Hij vreesde dat dat hun groter groeien belemmerde, Hij hield dus z'n handen in z'n zakken, maar ik hield hem vast bij een pijp van zijn manchester broek.
Op die wandeling vertelde mijn vader mij wat hij allemaal in het bos had gedaan: de laantjes Ultigekapt, zieke bomen omgehakt, Hij wees mij ook de plaatsen, waar je niet kon lopen omdat er wat moeras tot het bos behoorde.
Zo samen met m'n vader werd een 'wandeling door het bos een feestelijk avontuur.
Vorig jaar heb ik het bos teruggezien. Na meer dan 40 jaar. De man, die er het toezicht op had nam mij mee, want het bos was voor publiek gesloten. Het bos 'was wel veel kleiner dan in mijn herinnering en het was ook erg verwaarloosd, maar toch wist ik er de weg in te vinden. Iïk kon mijn begeleider zelfs dingen wijzen, die hij niet kende. een dichtgegroeid laantje, de sokkel van een beeldengroep, die er jaren geleden stond, het stukje moeras. Na zoveel jaren wist ik in het bos beter de weg dan de man. die er dagelijks kwam, maar dat kwam door de verhalen van mijn vader.
Het was net of ik met m'n handen weer de ribbeltjes voelde van de broek van vader.
Van het onderwerp van vandaag is mij dat deel toegewezen dat ik maar zou willen omschrijven als: "de omgang met de Bijbel". En met deze jeugdherinneringen wil ik je duidelijk maken wat de omgang met de bijlbel ten diepste voor ons betekent.
In de bijbel neemt de Here God ons mee op de lange, lange weg die Hij gegaan is met zijn wereld en met de mensen. Hij vertelt mij van zijn daden voor de mensen en hoe ze daarop reageren. Op die tocht door de Bijbel leer ik God kennen en mijzelf op mijn wereld. En in de beste ogenblikken van mijn leven - dat behoeven niet de vrolijkste te zijn - krijg ik soms de indruk dat het leven een bos is. waarin ik beter de weg ken dan de mensen, die het verhaal van God, mijn Vader, niet kennen. In die ogenblikken zijn de bijbelverhalen voor mij zoiets als de ribbeltjes in de broek van mijn vader. Als ik ze voel ben ik niet bang meer.
Ik hoop maar dat het allemaal eerbiedig genoeg klinkt. Zo is het wel bedoeld. Maar in elk geval zal het vertrouwelijk klinken en om die vertrouwelijkheid vooral is het mij begonnen. Omgang met de Bijbel is één van de kanten van de vertrouwelijke omgang met God. Die omgang kent .ook een andere kant. Dat is de kant van het gebed. Dat we het daarover nu niet hebben is niet omdat het minder gewichtig is, maar omdat een mens maar met .zo weinig dingen tegelijk bezig kan zijn.
Nu moet niemand uit dat beeld van mijn jeugd meer halen dan ik bedoelde. Het beeld kan misverstand wekken, zoals elk ander beeld. Ik moet er bij voorbaat meteen aan toevoegen dat wij tot de vertrouwelijke omgang met God in het luisteren naar zijn Woord eigenlijk alleen langs een omweg komen. Bij die bewering wil ik zelfs een poosje stil staan.
Ik hoor nergens in de schepping de pure stem van God. Ik hoor die niet uit de hemel klinken. Ik hoor die ook niet diep in mijn hart. Het heeft de Here God behaagd mij zijn Woord te geven in de Schriften van het oude en nieuwe testament, in de Bijbel.
Maar als ik de Bijbel open sla dan merk ik lang niet altijd meteen dat ik daarin te maken heb met het Woord van God. Soms lijkt het er helemaal niet op. Ik lees b.v.
een psalm van een man, die het helemaal niet eens is met Gods leiding over zijn volk. Een complete protestsong. Of ik kom een lied tegen van een man, die opgetogen is over de schoonheid van zijn geliefde. Of ik lees het verhaal van een droom of van gruwelijke oorlogen. Kortom: wáár ik de Bijlbel opensla, overal stuit ik op woorden, die weinig goddelijks hebben en puur menselijk zijn. Van zulke doodgewone mensen als jij en ik. Van kortzichtige mensen, van mensen met een verkeerde kijk op de dingen, van mensen die overdrijven.
Je kunt dat eigenlijk niet sterk genoeg tot je door laten dringen dat het Woord van God in die gestalte tot ons komt. Dat het de kwetsbare vorm heeft aangenomen van dit boek. Dat het Woord van God onderworpen is aan ons lezen, ons vertalen, ons verklaren, ons interpreteren. aan ons onderzoek, aan ons nadenken.
Als de apostel Paulus zijn afscheidsbrief schrijft aan zijn jongste leerling, Timotheus, wekt hij hem op, te blijven bij hetgeen hem geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie hij het ontvangen heeft en...dat gij van jongs af de Heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus.
Heilige schriften, zo staat het in elk geval in onze vertaling en zo mag het wat mij betreft blijven staan. Maar het werkt verhelderend om te weten dat Paulus het letterlijk heeft over heilige letteren. Dat roept het beeld op van een jongetje dat op de schoot van zijn vrome moeder de letters leert spellen, één voor één, van de Schriften. Een jongetje dat langs die omweg van het lettertjes spellen komt tot het in de Schriften beluisteren van het Woord van God.
In het Bijbeltje dat je vandaag hopelijk bij je hebt is het Woord van God tot je gekomen langs de weg van overschrijven, vertalen; soms verbeteren en vermoeden en het wonder van Gods zorg voor ons en onze zaligheid is dat het in die omweg voluit Zijn Woord gebleven is. Je zou kunnen zeggen dat in het werk van het overschrijven en vertalen anderen voor ons een stukje zijn gegaan van de omweg, die we moeten nemen om te komen tot het luisteren naar God. Anderen hebben voor jou en gelukkig ook voor mij, vertaald. Maar met vertalen is de omweg niet ten einde. Als ik de Bijbel lees moet ik dat nadenkend doen.
Ik moet mij realiseren wat een typisch Bijbelwoord als zonde en verzoening betekent. Ik moet mij, al lezend afvragen wàt ik lees: een psalm, een profetie, een brief? Ik moet mij afvragen wie er schreef en wanneer en wie de eerste lezers waren van wat ik lees. In al die bezigheden bevind ik mij op een omweg om uiteindelijk heel mijn onderzoek te laten uitlopen op het luisteren naar het Woord van God en op het opvangen van de boodschap van God voor vandaag.
Nu roep ik waarschijnlijk de vraag op, waarom ik dat van die omweg nu zo sterk benadruk. Ik zal daar enkele redenen voor noemen. Op bijbelkringen en catechisaties merk ik herhaaldelijk dat we in de omgang met de Bijbel zo ontzettend haastig zijn. We hebben maar weinig geduld om met elkaar de omweg te bewandelen van nadenken, verklaren, nog eens lezen, naslaan. We lezen in een bijbelkring Paulus' brief aan de Romeinen.
Aan een gemeente die 19 eeuwen geleden leefde. Met een culturele achtergrond, die we maar ten dele kennen. Met godsdienstige vragen, die we moeten naspeuren. Een gemeente met een kerkelijk leven dat maar weinig op het onze lijkt. Maar na vijf minuten wordt het gesprek toegespitst op de vraag wat God daar dan wel te zeggen heeft tot Spakenburgers en Groningers. Ik vind dat een weigering om die omweg te gaan, die pas tot luisteren Vloert. Wat God in die brief aan de Romeinen tot Spakenburgers en Groningers zegt, wordt pas duidelijk langs de omweg van het onderzoek naar de vraag wat Paulus aan de Romeinen wilde zeggen, Als we daar niet uit komen, komen we niet verder.
En wat God deed in de geschiedenis van het volk Israël. wordt in zijn betekenis voor het Nederlandse volk alleen duidelijk als we Hem hebben begrepen in zijn handelen met Israël. Je kunt eigenlijk de Bijbel alleen lezen over de schouders van de eerste lezers heen. Ds Vonk noemde ons 'meelezers in de Bijbel'. Voor wat het oude testament betreft zijn we dan meelezers met de Joden en voor wat een groot deel: van het nieuwe testament betreft trouwens ook.
Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om er bij jullie op aan te dringen dat je in alle gesprekskringen met geduld die omweg bewandelt. Heus, het Loont de moeite, want de Here God wil ook dat je de·vorm eerbiedigt, waarin zijn Woord tot [e kwam. Snij d in je gesprekken niet te haastig bochten af en stap niet gemakkelijk over van de ene cultuur in de andere; van de eerste naar de twintigste eeuwen van Jeruzalem naar Amersfoort. Er is een tweede reden, waarom ik dat van de eerbiediging van die omweg zo sterk benadruk, Je wordt in die tijd van alle kanten gewaarschuwd tegen de moderne theologie, die van het goddelijk karakter van de Bijbel niets over laat. Ik weet wel dat ons leven bij de Schriften daardoor bedreigd wordt en ik sta heus wel achter die waarschuwingen. Toch is de moderne theologie niet de enige kant vanwaar gevaar dreigt. Het is zelfs de vraag of het wel de meest gevaarvolte kant is. want van die kant hoor je soms de duivel op klompen aankomen en ik meen nog altijd dat hij veel gevaarlijker is als hij komt in de gedaante van ,een engel des lichts, én dus met vrome woorden. Jullie genieten het voorrecht dat je meer dan je ouders in aanraking komt met christenen, die andere accenten leggen, dan wij in gereformeerde kring gewend zijn. Ik raad je die contacten niet af.
Eerder zou ik je daarin willen aanmoedigen. Maar ik zou je ook willen opwekken tot een kritische houding. Ik merk in allerlei christelijke stromingen, die ik met enige aarzeling maar aanduid als charismatische stromingen of groeperingen, die daar tegen aanleunen, een bijbelgebruik dat op het eerste gehoor eerbiedig en vroom is, maar dat we kritisch moeten aanhoren. Er is in de pinkstergroepen, volle evangeliegroepen, Jezus-beweging en wat hieraan verwant is, een duidelijke miskenning van de geschapen, puur menselijke en tijdelijke kant aan het Woord van God. Daar vloeit vaak uit voort. een weigering om de omweg te gaan van nadenken, ordenen en verklaren.
Ik kreeg in de afgelopen maanden uit dergelijke kringen aaneenrijgingen van teksten onder de ogen, die stuk voor stuk uit de Bijbel waren weggelopen en een eigen loeven waren gaan voeren. De teksten zijn vaak situatieloos en letterlijk geciteerd en zijn alleen in schijn een beroep op het Woord Gods. Men beroept zich in die kringen wat al te gemakkelijk op de leiding van Gods Geest bij het lezen van de Bijbel. Ik betwijfel niet de leiding van Gods Geest, maar "ik geloof dat de Geest mij ook op de omweg vergezelt en leidt en brengt tot het luisteren naar Gold.
Ik wil je met grote nadruk opwekken om niet te spoedig geïmponeerd te zijn door teksten alsof die het einde van alle tegenspraak zijn.
De Schriften zijn ons niet gegeven om te worden nagepraat en te worden opgezegd. Ze zijn ons gegeven om ons hart om te zetten en wending te geven naar God toe, ons denken en al onze functies. En kort geleden hoorde ik een collega zeggen: Ik heb mijn boekenkast opgedoekt. Ik doe het met dat ene boek, de Bijbel, als het Woord van God.
Ook dat zijn woorden, die alleen op het eerste gehoor ontroeren, maar die goed beluisterd getuigen van een gebrek aan eerbied voor de Heilige letteren, waarin het Woord van God ons gegeven is.
Laat het overdreven zijn, maar ik waag de steking dat er veel letters gegeten moeten worden om te komen tot een werkelijk luisteren naar het Woord van God het verhaal van onze Vader. Ik wil niet zeuren over het verleden. Ik weet te g:oed hoe allergisch jullie daarvoor zijn. Toch waag ik het er op om van dat verleden iets goeds te zeggen. Jullie behoren tot gemeenten, die hun oorsprong eigenlijk vinden in een duidelijk herkenbare terugkeer naar het concreet lezen. opnieuw lezen en bestuderen van de Schriften in de dertiger jaren. Ds De Jong sprak van de vrijmaking als van een Schriftbeweging, Ik wil' niemand aan dat woord binden, maar hij bedoelde geloof ik hetzelfde. Nu weet ilk wel dat die beweging in de jaren van kerkelijke twisten volkomen daarin ondergegaan is en onherkenbaar werd. Maar ik geloof dat er in onze kring een kennis, een inzicht in de Schriften bewaard wordt, die voor onze medechristenen in dit land een onschatbare waarde heeft. lik wil bij de kennis waarop ik doel. geen namen noemen.
Je wordt zo gauw van een ligging beschadigd. Maar we zouden met e]kaar alles moeten doen om dat eigen en moeizaam verworven inzicht in de Schriften weer boven de grond te brengen en er mee te reven. Ik geloof dat we als kerkengroep een eigen waarde vertegenwoordigen, die alle christenen in ons land ten goede moet komen.
Ik geloof tevens dat er geen groepering van christenen is die zulke rijke mogelijkheden heeft om de Bijlbel opnieuw samen te lezen.
Wij worden minder dan andere kerkmensen door elkaar geplaagd en - als ik het goed zie ook minder geplaagd door de stoorzender van de traditie. Ik besef heel goed welk misverstand er nu dreigt. Het misverstand dat de enige voorwaarde voor het luisteren naar Gods stem gelegen is in het zorgvuldig bewandelen van de omweg: onderzoek, vertaling, verklaring. Ik wil dat misverstand graag voorkomen.
Die omweg is niet de enige voorwaarde. Laat ik opnieuw mogen terugvallen op dat woord van Paulus aan zijn jongste leerling. 'Paulus zegt daarin ook dat de Schriften (NB: de heilige letteren) wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Dit laatste zou ik er met nog meer nadruk dan het eerste bij jullie in willen branden. Al wordt de omweg van vertalen en onderzoeken en verklaren nog zo zorgvuldig bewandeld, die omweg maakt je niet wijs tot zaligheid als je niet gelooft in Christus Jezus, Ik kies opnieuw een beeld. Ik kan een taal willen leren of boekhouden en daarvoor een leraar kiezen, Die leraar draagt mij zijn kennis van het betreffende vak over. En de dag komt, waarop ik 'volleerd' ben. Mijn leraar kan mij niets meer leren. Dan neem ilk afscheid van hem.
Nu kan ik desnoods zelfs de naam van de leraar vergeten. maar de kennis die hij mij bijgebracht heeft blijft mij bij. Die is overgedragen.
Zo is het niet met de wijsheid, die de Here God ons bij wil brengen. Ik kan die wijsheid alleen mij eigen maken door de strikt persoonlijke band van het geloof in Christus Jezus. Hij, Jezus, is niet een leraar die zijn kennis aan mij over kan dragen. Op de dag, waarop ik de band met Hem verbreek wordt de Bijbel een gesloten boek. De heilige letteren zijn neonletters, die alleen gaan branden als je ze via jouw hart in verbinding staat met de Iichtcentrale: Jezus.
Zo maken ze wijs tot zaligheid. Maak daar alsjeblieft niet van dat de heilige letters je vertellen hoe je in de hemel komt. Ze maken je hier en nu wegwijs. De Schriften maken wegwijs 'naar de verlossing van dit leven. Zo ben ik terug bij het beeld, waarmee ik begon. Telkens maar weer de Bijlbel lezend en zo de weg langsgaand, die God met de mensen gegaan is, leer i!k God, de wereld en mijzelf kennen. En in de beste ogenblikken van mijn leven weet ik zeker dat ik op deze wereld beter de weg wet dan de anderen.
die niet naar God luisteren. Dat we met de Bijlbel omgaan, dat we daarin omgaan met God, dat kan blijken uit het feit dat we beter dan de anderen verstaan hoe dit leven geleefd moet worden.
Beter verstaan hoe de aarde bewoond moet worden.
Ik heb toch sterk het gevoel dat ik gepreekt heb. En aan het einde van een preek heb ik soms de sterke behoefte om aan anderen in de gemeente het woord te geven. Prekende bereik je een punt, waarop een ander het over moet nemen om te zeggen wat hij of zij met het gehoorde kan doen. Gewoon in zijn beroep.
Hoe hij door het gehoorde 'wegwijs' geworden is tot zaligheid voor zijn eigen zaligheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief