Het boek Daniël
1975-08-22
De Zoon des mensen- Jaargang 19
- nummer 31
Een argument voor de opvatting, dat in Daniël 7 over het wereldgericht op de laatste dag wordt gesproken vinden sommigen in de mededeling dat met de wolken des hemels iemand gelijk een mensenzoon kwam; dit zou moeten zien op wat wij de "Wederkomst" plegen te noemen. Dat dit bezwaarlijk juist kan zijn blijkt uit het volgende.
De naam "Zoon des mensen" heeft duidelijk -Messiaanse betekenis; de wijze waarop Jezus zichzelf bij herhaling met deze naam aanduidt stelt dit buiten twijfel. Maar wel is 'het goed er acht op te geven, dat deze naam eigenlijk niets buitengewoons is. Daniël wordt zo genoemd (8: 17) en Ezechiël vele malen, evenals de mensen in het algemeen. Dat in de vertaling dan gesproken wordt van mensenkind(eren) en niet van mensenzoon is ietwat willekeurig; de grondtekst rechtvaardigt dit verschil in vertaling niet. De naam betekent gewoon: mens. Als er een bijgedachte in ligt, dan is het die van kleinheid, afhankelijkheid en vergankelijkheid.
In de woorden van Jezus komt juist de geringheid, de onwaardigheid van deze naam tot uitdrukking. De Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen.
En ze zullen Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen (Matth. 20: 19). Maar tegelijkertijd is Jezus zich er diep van bewust, dat de Zoon des mensen verhoogd moet worden (b.v. Joh. 3 : 14). Als Hij zijn naam als Zoon des mensen heeft afgelezen uit de profetie ligt het dan niet voor de hand, dat Hij uit dezelfde profetie heeft gelezen, dat de Mensenzoon moet worden verhoogd? Als dat zo is spreekt Daniël niet over de "Wederkomst", maar over de hemelvaart des Heren.
Deze verklaring, die o.a. ook te vinden is in de Kanttekeningen bij de Statenvertaling, doet veel meer recht aan de tekst van Daniël 7 dan de opvatting die over het gericht ten jongsten dage spreekt. Bij onbevangen lezing is het toch zó, dat het komen van de mensenzoon niet is een komen ván God naar de aarde, maar juist een komen van de aarde tot God. De mensenzoon komt niet om het gericht te oefenen, maar hij komt, nadat het vonnis is voltrokken, om de heerschappij te ontvangen. Het gaat toch niet aan om te zeggen, dat geen wanklank de huldiging van de mensenzoon mag verstoren en dat het daarom zo wordt voorgesteld, alsof het 'vierde dier al vernietigd zou zijn, voordat de mensenzoon komt. Het oefenen van gericht is toch geen wanklank, maar het behoort als één van de belangrijkste taken tot het koningschap.
En zou het vierde dier ,de Antichrist" zijn, die dan dezelfde zou wezen als de wetteloze uit de tweede brief aan de Thessalonicenzen, dan wordt het pas recht onbegrijpelijk, want Paulus zegt juist nadrukkelijk dat het de Here Jezus is die de wetteloze zal doden door de adem van zijn mond en machteloos zal maken door zijn verschijning, als Hij komt.
Wat Daniël heeft mogen zien, is dit: een mensenkind mocht naderen tot God, de Eerbiedwekkende, die troont in het vuur, die zijn tienduizend maal tienduizenden dienaren heeft; dat mensenkind mag bij Hem zijn en het ontvangt van Hem heerschappij en eer en koninklijke macht.
En wat Daniël zag is nu reeds werkelijkheid. Jezus heeft gezegd: Van nu aan zult ge de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels. En dat Hij daar niet alleen het eindgericht mee bedoeld, al is dit ook in het ontvangen van de koningswaardigheid besloten (Joh. 5 : 27-29) blijkt wel hieruit dat Lucas bij deze woorden van de Heiland het komen op de wolken niet afzonderlijk noemt, maar alleen gewaagt van het zitten aan de rechterhand der kracht Gods. (22 : 69).
Lukas weet wel van een hemelwolk, maar dan juist ook in verband met de hemelvaart: Een wolk voerde Hem mee, weg uit hun ogen; dat lijkt me de juiste vertaling van Hand. 1 : 9. En wel zal Hij zo ook komen, wel zal zijn gaan tot God en zijn zitten aan de Rechterhand uitlopen op het eindgericht maar nu is reeds werkelijkheid, reeds eeuwen lang, dat God in de weg van gericht over de aardse machten de heerschappij heeft gelegd in de handen van Zijn Zoon, die de mensenzoon is.