Over het CDA

1975-08-22
  • Jaargang 19
  • nummer 31
De discussies over het CDA zijn opnieuw en in versterkte mate op gang gekomen. Vooral ook ten gevolge van uitspraken van fractievoorzitter Andriessen waardoor, om het voorzichtig te zeggen, het karakter van het CDA een beetje de mist is ingegaan. En daarbij komt de vraag of de groep-De Zeeuw die uit de KVP is getreden ook binnen de KVP sympathisanten heeft. Wat wordt het CDA? Een "christelijke" of een "open" partij? Een partij die metterdaad Gods Woord als normerende en bindende 'kracht erkent - Of leen partij waarvan ieder die met het concre, te politieke program daarvan instemt, ongeacht zijn godsdienstige of wereldbeschouwelijke overtuiging lid kan worden? Met den verstande dat hij in de partij ook leidende functies kan bekleden en eventueel als kandidaat voor raden en staten kan worden gesteld.
De zaak is zoals vanzelf spreekt belangrijk. En ze heeft diep ingrijpende achtergronden. De gezichtshoek van waaruit reformatische christenen het politieke bedrijf bezien is namelijk een geheel andere dan die. van waaruit onze rooms-katholieke landgenoten dat doen. Deze laatsten worden in hun denken en handelen nog altijd sterk beheerst door het schema van "natuur" en "genade". Die "natuur", zo zeggen r.k. theologen is een “structuur" waardoor de mens tot het verrichten van "natuurlijke werkzaamheden in staat wordt gesteld.
De "genade" heft de mens op tot een "bovennatuurlijke levensorde" die hem tot het verrichten van de "bovennatuurlijke" daden van geloof, hoop en liefde bekwaam maakt. God gaf de mens bij zijn schepping behalve die "natuur" ook aanstonds dat "bovennatuurlijke" leven. Maar door de zondeval ging dat "bovennatuurlijke" voor hem verleren. Door middel van de kerk geeft God die "genade" of "bovennatuur" weer aan de mens terug. Gods leven vloeit dan weer in de mens over en hij wordt daardoor een "Godgelijkvormig", een “vergoddelijkt" mens. De niet-christen is niet meer dan 'n “natuurlijke" mens. Hij "bezit" niets anders dan de .natuur".
Maar deze is als zodanig ongeschonden!
Tot die "natuur" behoort nu ook het leven van de staat. De staat is voorts de hoogste, de volmaakte "natuurlijke" gemeenschap. Hij bezit voorts op "natuurlijk" terrein algehele zelfgenoegzaamheid. Over de staat koepelt zich wel de kerk, de "bovennatuurlijke" gemeenschap der mensen. Maar op "natuurlijk" gebied m.n. de staatkunde, de politiek, kan ’n rooms-katholiek zonder enig bezwaar met niet-rooms-katholieken en niet-christenen samenwerken! Want daarin is hij aan niet-christenen gelijk en homogeen. Er is principieel geen onderscheid tussen beider politieke opstelling, En dat geldt evenzo voor het sociale leven, dat eveneens tot het terrein der "natuur" behoort, Het is daarom vanzelfsprekend dat de rooms, katholieke vak- en onderriemersorganisaties met de z.g. neutrale tot een volledige samenwerking kwamen. Als men tot een door ,beide partijen aanvaard concreet politiek en sociaal program kan komen spreekt dat vanzelf. Over wat er op dit ogenblik in het CDA aan de orde is schreef Algra in het Friesch Dagblad een aantal heldere artikelen. Ik neem er hier een paar over. Het 'eerste heeft tot opschrift: "Geen lege vlaggenstok".
Hier volgt het:

Sommige politici zijn tegenwoordig bang, om te praten over een Christelijke politieke partij. En er zijn voorstanders van het CDA (Christen-democratisoh appèl) die ons vervellen, dat deze 'partij in oprichting' géén Christelijke partij zal zijn. Een partij met een program, dat is ontstaan, geinspireerd door het Evangelie, maar dat ook kan worden onderschreven door anderen, die misschien dat Evangelie weigeren als richtsnoer te aanvaarden. En als zij, ondanks hun afwijzing van tedere normerende en bindende kracht van het Woord van God, lid willen worden van de partij, waarom niet? En als zij daarbij verklaren, persoonlijk niet te geloven en te aanvaarden, dat het Evangelie het leven heeft te richten, maar dat zij het met het progràm van het CDA wel eens zijn, waarom zouden zij dan niet in het hoofdbestuur van het CDA mogen zitten, of als CDA-lid in de Eerste of Tweede Kamer mogen worden gekozen? Het CDA zal immers geen Christelijke partij zijn...
Wij vinden zulke redeneringen volstrekt onaanvaardbaar. Temeer omdat duidelijk blijkt, dat het hier geen kwestie is van misverstanden of van verschillend woordgebruik, maar dat het hier gaat om een fundamenteel verschil van mening. En het is véél beter, geen CDA in het leven te roepen dan een CDA, waarin op dit punt, dit beslissende punt, de meningen tegenover elkaar staan. Waar wij uitdrukkelijk aan toevoegen dat het geen enkele zin heeft, te proberen een formule te vinden, waarachter dat fundamentele verschil wordt weggestopt. Wij kiezen uit volle overtuiging voor een Christelijke partij, die zich ook als zodanig zander reserve aan het valk presenteert. Het CDA zal niet mogen varen met een lege vlaggenstok. Waarom een Christelijke partij?
Enerzijds omdat de tijd en de omstandigheden daartoe dwingen. Het is denkbaar, dat in een werkelijk gekerstende natie, die als geheel leven wil bij het Woord van God politieke nuanceringen aan de dag treden.
Maar ondanks die politieke nuanceringen blijft de fundamentele eenheid in wat Groen eens noemde 'het geloof der natie'. Dan, zou het onverdedigbaar zijn en onwaarachtig zelfs als de ene politieke nuancering zich tegenover de ander probeerde te verheffen, door de naam Christelijk vaar zich op te eisen. Maar zo liggen de zaken in Nederland niet in het laatste kwart van de twintigste eeuw.
Daar is in brede kring het ongeloof aan het woord, dat geen enkele norm erkent, als van God gegeven. Dat alleen maar spreken wil over menselijke regelingen en opvattingen, die met de mensen mee veranderen. Panta rhei was ander de Grieken al een bekende uitspraak: alles vloeit. Het ongeloof, dat nadrukkelijk neen zegt, als de vraag wordt gesteld of wij ons persooniijk en als natie, als overheid en als volk hebben te voegen naar wat de Here ons zegt in Zijn Woord.
Er zijn politieke partijen, die dáárom weigeren, als partij enige uitspraak te doen over de alles beslissende vraag, die hier werd gesteld. Sterker: die als partij bij allerlei politieke alleen wilden weten van de autonome mens, die zich zelf de wet stelt. Ook betrekking hebben op het zedelijke als het gaat om vraagstukken, die leven, op het huwelijk, op de bescherming van het weerloze leven. De voorbeelden liggen voor het grijpen .Over de gehele linie worden tegenstellingen openbaar, die ver uitgaan boven actuele vragen over 3 of 3,5% compensatie. In zo'n situatie is het onverantwoordelijk jegens de natie, wanneer een politieke partij rou zeggen, dat men haar liever niet christelijk moet noemen. Omdat zij dat eigenlijk ook niet voluit wil zijn, maar kiest voor de gedachte van een 'open partij'. De presentatie als christelijke partij is niet alleen volstrekte noodzaak in deze tijd, zij is ook een voorrecht, Het màg. Wij mogen ons Christenen noemen. Wij mogen ons streven op elk levens terrein Christelijk noemen, als wij persoonlijk en tezamen, in het geloof willen trachten te leven bij het Woord. Mits wij daar ernst mee maken.
Wij mogen spreken van een Christelijke school, een christelijk vakverbond, een Christelijke omroepvereniging, een christelijk dagblad, een Christelijke politieke partij. Dat is genade.
Er is nog een derde kant aan deze zaak. En die kant nemen wij heel ernstig. Wij kunnen niet zeggen, dat wij onze politieke partij geen Christelijke partij willen noemen, en ons daarna buigen voor onze verhoogde Heer en Koning om hem te zeggen: wij zijn politiek bezig méé door Uw inspiratie, maar sommigen van ons kennen die inspiratie niet en hebben er ook geen behoefte aan, en daarom hebben wij samen besloten, Uw gezegende Naam er maar helemaal buiten te houden Daarom hebben wij gekozen voor een partij, die zich welbewust niet als een Christelijke politieke partij wil aandienen. Zich niet onder het eerbiedig en zéér verplichtend noemen van Uw Naam wil richten tot het vollk:.
Eerbiedig en zeer verplichtend, daar komt het op aan. Maar het is een zogen, dat ,het daar op áánkomt,

Een ander artikel heeft tot titel "Zwaar bewolkt'".

In dit geval willen wij niet spreken van een stormdepressie, maar wel, dart de hemel zwaar bewolkt is.
Wij 'hebben het oog op de vraag, of het CDA een Christelijke partij zal zijn en zich als zodanig aan het volk zal presenteren - of dat deze nieuwe politieke combinatie het voldoende zal vinden, dat haar leden èn vertegenwoordigers volstaan of althans kunnen volstaan met instemming te betuigen en te bewijzen met haar politiek program.
Aan àlle kanten is het daarbij duidelijk gemaakt, dat het er niet om gaat en niet om kàn gaan, de 'harten te beproeven. Het gaat om heel iets anders. Zal het CDA een partij zijn, waar de leden elkáár kunnen herinneren aan het Evangelie als richtsnoer, zonder dat iemand kan zeggen: dat geldt voor u persoonlijk, maar het geldt niet voor mij, want het Evangelie bindt en richt mijn geweten niet? Wanneer dat zo zou zijn, dan zouden we de doorbraak hebben aanvaard.
Toen de PvdA werd opgericht, verklaarde zij aan het Nederlandse volk: "De partij staat open voor personen gen die instemmen met haar begin van verschillende levensovertuigingsprogram.
Zij erkent het innig verband tussen levensovertuiging en politiek inzicht en waardeert het in haar leden, dat zij dit verband ook in hun arbeid voor de Partij duidelijk doen blijken". Hier zijn twee dingen duidelijk, De PvdA aanvaardt zelve àls partij géén levensovertuiging als grondslag, maar vindt het wèl fijn, als leden persoonlijk dat wel doen ook voor hun politiek handelen. Wanneer men van het CDA een open partij wil maken, en de naam Christelijke partij afwijst, dan zou het zo komen te liggen, dat het CDA zou zeggen: als politieke partij hebben wij wèl een levensovertuiging als basis aanvaard, wij hebben als partij wel gezegd, dat het Evangelie richtsnoer voor ons handelen moet zijn, maar van, de leden vragen wij alleen maar, dat zij met het politieke program instemmen. Of zij het met de diepere grondslag ook eens ;zijn, dat is hun zaak, Wij rullen daarop niet appelleren.
Het is duidelijk, dat dit onaanvaardbaar is. Maar het schijnt, dat sommigen toclh die kant op willen. Daarover moet duidelijkheid komen. Men kan het betreuren, dat deze zaak nu, aan de orde komt, maar zij is aam de na alles wat er besproken is, weer aangekomen door de duidelijke uitspraken van de heer Andriessen in Hervormd Nederland. Uitspraken, die correct zijn weergegeven. (De heer Andriessen heeft de tekst, voordat zij werd gepubliceerd, onder ogen gehad.) Het is niet zo, dat het hier gaat om een tegenstelling tussen de KVP enerzijds en de ARP en de CHU anderzijds.
Er zijn in de KVP ook velen, die begrijpen en erkennen, dat een zgn. open partij in de boven geschetste zin niet in de bedoeling mag liggen.
Er zijn in de reformatorisch gezinde partijen ook personen, die sterk denken in de richting van een 'open partij'.
Het CDA heeft alleen toekomst, als de twijfel wordt vervangen door zekerheid, de tegenstrijdigheid door duidelijke eensgezindheid.
Er zijn nog twee opmerkingen aan toe te voegen.
In de eerste plaats, dat men nu aan het CDA geen slechter dienst kam bewijzen dan door te zeggen, dat het alleen maar jammer is, dat deze kwestie toch nog weer aan de orde komt, nadat er al zo vaak over gepraat is. Want er is blijkbaar niet duidelijk genoeg over gepraat. Wij komen niet uit de impasse door formules of door bezweringen, maar door een duidelijke beslissing, waarop later altijd een beroep mogelijk is.
En dam een laatste opmerking: Het weerbericht verwacht in de laatste tijd nog al eens opklaringen, die beginnen in het Noorden. In Friesland lag de zaak al lang duidelijk en bestond er niet de minste twijfel, dat er eensgezindheid was betreffende de Christelijke grondslag van een christelijke politieke samenwerking.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief