DE KERK IN HET MIDDEN
1976-02-20
n.a.v. "Verbeeld Vertrouwen"- Jaargang 20
- nummer 8
dr Regn. Steensma, Bosch en Keuning
De kerk in het midden! Ja, dat zeggen we soms als we het niet helemaal eens kunnen worden: we zullen de kerk maar in het midden laten, Dat betekent zo iets als: we zullen de zaak niet op de spits drijven, ieder zal wel een stukje waarheid hebben. En daarmee hebben we het onaantastbare onaangetast gelaten; er blijven slechts randkwesties over.
Waar komt die term vandaan? Misschien wel uit de oude opstelling van het kerkgebouw op de brink, centraal in het dorp; of op de markt, centraal in de stad. Want hoe je de oude stedenbouw ook bekijkt - de kerk stond altijd in het midden: laatste schuilplaats bij ramp en oorlog; bij overstromingen bood de dorpskerk, vaak op een terp gelegen, onderkomen voor mens en dier. En merkwaardig dat veel kerkgebouwen ook het uiterlijk van kastelen, bolwerken, hebben verkregen.
Geen wonder. Want niet alleen bood het kerkgebouw lijfsbehoud in benarde tijden. - ook de gemeenschap der gelovigen placht er in samen te komen in nood en overvloed, om te schenken en te ontvangen. Zo zeer was het gebouw met de gemeenschap der gelovigen verbonden, dat men zijn naam (kerk = kyriakèn = wat van de Heer is) aan het gebouw overdroeg. Zoals de naam tuin, vroeger een heg, later aan het stuk omtuinde grond werd gegeven. Of wals de naam huis, oorspronkelijk de schuilplaats waar de man met vrouwen kinders introk, op de duur aan het gezin werd gegeven: ik en mijn huis.
Zo kreeg de kerk, staande in het midden van dorp of stad, staande in het midden der gelovigen, de taak om het geloofsleven van de plaatsgenoten zichtbare vorm te geven. Dieu parmi nous, Immanuel, God onder ons.
De bouw van een kathedraal! Daar kwamen vele geslachten aan te pas.
Daar gingen soms twee, drie eeuwen in zitten. Een ontwerper beleefde de eindfase niet - hij zag die in het geloof. Als u de prachtige en minutieuze versieringen bekijkt op gothische daken en daklijsten, de plafondschilderingen en doopvonten in romaanse bouwwerken - dan voelt u zich Klein en materialistisch en armelijk. Kent u het gesprek met twee metselaars, die aan een kathedraal werkten? Een voorbijganger vroeg hun: wat doen jullie daar eigenlijk? De een antwoordde: ik metsel stenen, ziet u dat niet? De ander: ik bouw een kathedraal, ziet u wel! Een gothische kerk is versteende godsdienst, zei Coleridge. Torens zijn als vingers, die ten hemel wijzen, schreef een andere Engelsman. En een derde, Emerson, zei het zo: de gothische kathedraal is een opbloeien in steen, dat beheerst wordt door 's mensen onverzadiglijk verlangen naar harmonie. Er besvaat een kostelijk boek, dat enkel over de Sint Janskerk in den Bosch gaat en dat heet: Gedachten in steen!
Ja, die gorhische kerken in Utrecht, den Bosch, Zwolle, Zutphen, Haarlem, Amsterdam, Bolsward en vele andere plaatsen. Ze hebben de romaanse rondboogbouw vrijwel geheel verdrongen, al zijn er ook kerkgebouwen, die beide stijlen bekwamelijk samengevoegd hebben. De Amerikaan dr Hendrik Willem van Loon (De mens en zijn kunst) zag in de romaanse bouw de horizontale lijn: de beschutting van mensen in nood, de vaste burcht tegen geestelijke en natuurlijke vijanden; waarbij de ronde toogvensters in de zware muren als wakende moederogen golden, die acht gaven op de kinderen, die tegen haar borst leunden. Maar de gothische kerkgebouwen hadden een verticale structuur gekregen: ze wezen met torens en spitsbogen omhoog; rezen op ranke wijze met grote vensters hoog boven de wereld uit; hadden nauwelijks een horizontale functie - maar duidden veel meer een rijpend geestelijk leven aan, een brug-naar-God.
Als wij gereformeerden eens nagaan, wat wij op het punt van kerkbouw hebben gepresteerd ... Ai mij. De afgescheidenen kwamen samen in gebouwtjes, die op boerenschuren waren geïnspireerd: stijve rechthoekige zaaltjes met gietijzeren rondboogvensters. Binnen: volgepropt met banken, geverfd met imitatie-grenen nerf; gaanderijen tot het plafond. De doleantie was weinig beter. Een halve eeuw geleden, ja, toen hadden we een gereformeerde minister-president, ettelijk gereformeerde burgemeesters, een complete partij in de tweede kamer en een Tjeerd Kuipers, de man die kerkgebouwen maakte met een heuse gereformeerde 'signatuur.
Een tikje Jugendstil, een tikje romaans voor wat de vensters betreft, een tikje gothisch door een scherp torentje, soms zelfs bijbelse tafrelen in glas-in-lood gegeven, en heel soms wat standbeeldjes van "onze voormannen" ... maar dan buiten de dorpels. Maar ze worden al weer afgebroken.
Ze konden de eeuwen niet weerstaan. Ze waren geen blijvertjes.
Ook daar zit een positieve kant aan. We zien weer in, dat de kerk in eigenlijke zin is: een geestelijke volksgemeenschap, verbondenen in de hemelse Heer, onzichtbaar voor het oog, alleen zichtbaar in het geloof.
Maar het is de vraag, of we daarmee hoger staan dan de talloze geslachten, die een goed stuk van hun inkomen investeerden in zandsteen tot ere Gods. Niet úw vraag? Wel de mijne. En we mogen dankbaar zijn, dat de overblijvende kerken in ons goede land voor een deel ons onvervreemdbaar eigendom zijn: krachtens erfrecht aan vrome voorgeslachten ontleend.
Daar kwam vorig jaar een schoon boek uit bij Bosch en Keuning, samengesteld door dr Regn. Steensma, onder de naam "Verbeeld Vertrouwen".
Het boek werd herdrukt en is tot 6 maart verkrijgbaar voor de belachelijke prijs van f 22,50; daarna kost het de juiste prijs, zijnde f 39,50.
Een boek in kloek formaat, kostbare uitvoering, driehonderd foto's, waarvan 75 in kleur; zeer leesbare verbindende tekst, die u als in een boeiend verhaal rondleidt door de vaderlandse oude kerkgebouwen.
Doctor Steensma, theoloog maar geen predikant, is verbonden aan de Groningse universiteit en specialiseerde zich in kerkgebouwen. Hij schreef boeken over de Friese kerken en de Groningse kerken. En laat hij bovendien wonen in een Noordfriese dorpspastorie, waarin schrijver dezes zijn kleuterjaren sol eet. Weet u wat herenbanken zijn, rouwborden, friezen, tomben, vleugels, gangen, crypten, schepen, tongewelven, koorhekken, oxalen, huismerken, banieren, nissen, sarcophagen, godslampen, orgeldeuren, lezenaars, doophekken, kapellen, kuipen, tekstborden, kansels, koorpartijen? U wordt er spelenderwijs mee vertrouwd als u dit boek geniet. Het verleden gaat voor u open. En u "krijgt er deel aan": aan de vroomheid van uw verre voorvaderen met hun "verbeeld vertrouwen". Ze hebben immers, net als u, Gods beloften gezien en in het geloof omhelsd en daaraan tastbare uitdrukking gegeven.
Op de omslag van het boek staat het interieur van het kerkje van Zeerijp afgebeeld. Ontroerend schoon, en dan van ongeveer 1350. Ik ga het u niet beschrijven - u moet zelf maar kijken. Het is onbeschrijflijk schoon. Als u ooit in de kapel van de evangelieprediker Columba bent geweest, op het Schotse eiland Iona, en u hebt die rust een uur ingedronken - dan hebt u zich voor goed verloren aan oude kerkgebouwen.
Bent u wel eens in Calvijn's Pieterskerk geweest te Geneve? Of in John knox' Gileskarhedraal in Edinburgh?
Gaat u maar binnen, als u zo een kerkgebouw vindt, dat de eeuwen doorstond. Gaat u maar op de achterste bank zitten. Zet uw eigen rumoerige gedachten eens stil. Ontbindt de schoenen van uw voeten: het is heilige grond. De kerk is een Godshuis, Daar woont Hij zelf, daar wordt zijn heil verkregen.
U hóórt de evangelieverkondiging. Als u de ogen sluit ziet u gedachten in steen. U ontmoet geloof en twijfel - ja die beide. U ziet offervaardigheid en menselijke ijdelheid, ja die beide. U ziet mensen in hoogste geloofsextase, tot het plafond optornend, de hemel bestormend. En u ziet ook mensen ... , ten dode vernederd en onder blauwe zerken begraven, het kerkvolk na hun dood kwellend met kwalijke gassen en giftige epidemieën. U ziet kruisen - harde, gestyleerde, vriendelijke en primitieve - maar alle symbool van Christus- Iijden voor ons; ook symbool van ons eigen leven, dat altijd dwars op onze plannen verloopt. U ziet gebrandschilderde ramen: tot stichting van de vromen en tot meerdere ere Gods geschonken ... door gevers, die zichzelf en passant lieten afbeelden en zo in het huis des Heeren mochten blijven, tot in lengte van dagen, Zo zijn de "kerken" grens tussen het menselijk kunnen en het menselijk falen; paradoxale verbindingen tussen geloefsovergave en menselijk zelfvertrouwen; symbolen van doodsangst en tegelijk herauten van opstandingsgeloof.
Leesbare brieven voor analfabeten, lichtende lichten vanuit duistere middeleeuwen.
De mens heeft alle eeuwen door zijn geloof beleden in zijn kerk. In dubbele zin. En daarom staat de kerk in het midden, centraal in het menselijk leven.