Kerknieuws
1976-02-20
Heerenveen - De kerk van Heerenveen heeft kandidaat P. Busstra na met goed gevolg preparatoir geëxamineerd te zijn door de Regionale Vergadering van de Noordelijke kerken te Haren (Gr.) op 16 februari jl, beroepbaar gesteld in de Geref. Kerken (Vrijg.).- Jaargang 20
- nummer 8
Het adres van kandidaat Busstra is: Engwirderweg 129, Lunjebert, tel. 05131-218.
Kort verslag van de landelijke vergadering van Nederlandse Gereformeerde Kerken gehouden op zaterdag 7 februari 1976 in de Nieuwe Kerk te Kampen.
Ds H. Stolk opende namens de roepende kerk te Kampen de vergadering.
Hij stelde in zijn openingswoord, de vraag naar de identiteit van de gereformeerde kerken (“buiten verband") aan de orde. In Ezechiël 16 toont de HERE ons het gelaat van de gemeente: weggegooid op het vlakke veld en vertrapt in haar geboortebloed maar Hij toont ook Zijn gelaat: de gemeente wordt door Hem opgeraapt.
Onze identiteit ligt in het: "Leef in uw bloed". Dat bewaart voor hoogmoed, wanneer wij beseffen, dat wij zijn weggerukt van de vuilnishoop. Ds Stolk wees op de heerszucht, die we niet alleen van anderen hebben ervaren, maar ook in ons eigen kerkelijk verleden hebben voortgebracht. De wereld let niet op ons! Kampen is geen Nairobi, maar God, de Vader ziet ons hier bezig.
Vervolgens werd een moderamen gekozen. Uit de stemmingen resulteerde tenslotte, dat ds W. Vis te Kampen praeses werd met 57 van de 88 stemmen en ds G. van Leeuwen te Bilthoven tweede praeses.
Ouderling H. Faber uit Haren (Gr.) werd eerste scriba, terwijl ds J. D. Houtman van Wezep als tweede scriba werd verkozen.
Ds A. Koers te Warmer vond, dat eigenlijk de agendering anders moest zijn. Eerst zou gesproken moeten worden over de toenadering tot de Chr. Geref. Kerken.
Ds J. C. Janse uit Zaandam gaf als voorzitter van de kommissie kerkverband een toelichting op de verhouding tot de Chr. Gereformeerden.
De Chr. Geref. Kerken hebben te kennen gegeven, dat zij de oude D.K.O. niet kwijt willen. Os Janse had aan de Chr. Geref. gezegd, dat de "buitenverbanders"
alle plaatselijke kerken erbij willen houden, Ze willen eerst komen tot reformatie van het kerkverband en van die regels voor de kerkelijke samenwerking. Prof. dr W. van 't Spijker had laten doorschemeren, dat hij wel begrip kon opbrengen voor deze "buitenverbandse poging. Een voorstel van Doorn om eerst de kommissie een uitgebreidere opdracht te geven betreffende de materie van het karakter van kerkelijke vergaderingen voordat men gaat besluiten over de wijze van samenkomen in dergelijke vergaderingen vond niet voldoende instemming.
Tijdens de diskussie zei de afgevaardigde van de kerk te Oegstgeest, br. Mollema, het te betreuren, dat de voorgestelde artikelen in het kader van een gereviseerde kerkorde staan. Hij pleitte ervoor de artikelen over het bijeenkomen in regionale en landelijke vergaderingen onder te brengen in een afzonderlijk reglement.
Ds O. Mooiweer te Enschede sprak namens de vergadering van kerken binnen het klassikaal ressort Enschede zijn teleurstelling uit over het rapport als geheel. Hij tastte daarin een verwijdering van het konsept K.O. van de vorige kommissie en vond, dat zo de distantie ten opzichte van de oude D.K.O. groter geworden was.
Waarom is de lijn van Bunschoten-Spakenburg verlaten? De kommissie-rapporteur br. C. Huizinga gaf hierop ten antwoord, dat het Convent van Utrecht aan de kommissie een .bepaalde opdracht had verstrekt om het wenk van de vorige kommissie te bezien en opnieuw te redegeren. Men heeft deze arbeid zeker niet opzij geschoven.
Dat zou zelfs onchristelijk geweest zijn. Bij de behandeling van de voorstellen betreffende de afzonderlijke artikelen leverden ds Mooiweer en br. Faber kritiek op de slotzinsnede van het nieuwe art. 31/1: "Zij (de kerken) mogen daarbij. niet over elkaar heersen, maar zullen geduld met elkaar hebben en samen de tijd van God verwachten waarin Hij de weg duidelijk zal maken". De genoemde brs. achtten deze woorden tenderend in de richting van een verkeerde mystiek. Maar br. Huizinga en ds Janse ontkenden dat. Dit betekent niet een opwekking tot lijdelijkheid! Daarbij komt, dat een akkoord van kerkelijk samenleven niet al te juridisch moet zijn.
Tot slot werden de art. 31, 32 en 33 met enkele wijzigingen door de vergadering aanvaard. De praeses schorste daarop de vergadering tot zaterdag 6 maart a.s. O.M.