Opvoeding

1976-02-20
  • Jaargang 20
  • nummer 8
Een oude broeder vertelde me een aantal jaren geleden eens, dat hij pijnlijk getroffen was door die opmerking van een dominé. Bij het belijdenis-doen voor God en Zijn gemeente van een van zijn kinderen sprak die dominé in het dankgebed over de weg van de christelijke 'opvoeding, waar langs zijn kind o.a. tot dat bewuste kiezen voor God was gekomen. En toen moest die broeder opeens aan zijn ei:gen kinderen denken. Een deel van hen vervreemdde van God, terwijl ook hij oprecht had geprobeerd om hen voor hun leven iets mee te geven van wat de bijlbel ons geeft. Het ging echter anders dan hij verwachtte. En daar hadden hij en zijn vrouw veel verdriet om gehad.
Ik heb die broeder toen gezegd, dat die dominé de plank aardig (beter: onaardig) mis had geslagen.
Die dominé mocht best blij en dankbaar zijn, dat één van zijn kinderen zijn geloof beleed, maar op die christelijke opvoeding had hij -zeker nu het één van zijn eigen kinderen betrof - maar niet zo de nadruk moeten leggen, 't Leek me goed dit verhaal eens door te geven. Want ook vandaag worstelen veel ouders met het probleem dat hun kinderen anders denken dan zij.
Ook Izaäk zal daar wel mee geworsteld hebben. Jakob en Ezau kregen dezelfde opvoeding, maar de één geloofde en de ander niet.
En als Jakob sterven gaat en hij zijn zonen bij zich roept, wordt wel duidelijk, dat er bij die kinderen veel verschillen waren. Jakob gaat alles nog eens in vogelvlucht na. Hij roemt niet in wat goed ging hij klaagt niet over wat verkeerd gi'ng, maar midden in zijn laatste toespraak (Gen. 49) zegt hij: "Op Uw heil wacht ik, 0 HERE". (vers 18). In een andere vertaling staat: "Op Uw redding hoop ik, Jahwe."
Op Uw redding.
Daarop hoopt hij, voor zich zelf en voor zijn kinderen.
Dát moeten we allemaal- die oude broeder, maar ook die dominé - Jakob maar nazeggen.
Op Uw redding!
Niet: op ons opvoeden.
Op Uw redding!
Niet: op ons werken.
Aan deze eenvoudige waarheid had die dominé moeten denken.
Want zijn manier van opvoeden was waarschijnlijk geen haar beter dan die van die oude broeder.
Niet ons, 0 Heer, niet ons, Uw Naam alleen zij om Uw trouwen goedertierenheid alle eer en roem gegeven ...
hls onze kinderen bij het ouder worden de Here blijven vrezen, moeten we maar stil zijn.
Still zijn, omdat God doet wat Hem behaagt.
Stil zijn en zó danken.

Natuurlijk is een christelijke opvoeding van veel belang. Maar als we onze kinderen leren bidden, leren bijbel-lezen, leren vragen naar Gods wil, dan moeten we daar maar niet groot van denken, daar niet op vertrouwen, niet te veel verwacihten van ons aandeel in dat alles.
Want ons geloven is onvolkomen.
En ons gelovig-Ieven nog onvolkomener.
Wij maken fouten.
Wij vergissen ons.
En ondanks al dat geklungel van ons wil God redden.
Niet ouders brengen hun kinderen tot leven, De Geest maakt levend (Joh. 6 : 63).
Niemand kan tot de Here Jezus komen, als het hem of haar niet door de Vader gegeven is (Joh. 6 : 65).

Een Hervormde dominé zei het eens zó tot me: "Als de kinderen klein zijn spreken de ouders met hun kinderen over God. A!lsde kinderen groot zijn geworden, spreken de ouders met God over hun kinderen."
Als het eerste niet meer kan, blijft het laatste altijd mogelijk.
Dat is een grote troost, voor die oude broeder die dit stukje wel lezen zal. En voor vele anderen.
Het zij ook een les, voor die dominé die terloops misschien deze regels ook leest. En voor allen, die geneigd zijn te roemen in iets van zich zelf.
En wie roemen wil, roeme in God.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief