Vernieuwing in de moderne theologie

1976-03-05
  • Jaargang 20
  • nummer 10
Verleden maal hebben we stilgestaan bij de verbijstering die vele christenen bij het luisteren naar de preek overvalt. Een verbijstering die ontstaat wanneer ze moeten ervaren, dat Jezus hun een tekst, een gedachte, aanreikt om vervolgens eigenlijk zèlf terug te treden. Hij zèlf is bij de verwerkelijking van het gezegde in feite overbodig. Wij realiseren het koninkrijk en de gerechtigheid. En de weg iszo uitgestippeld dat net gelóóf in Hem een overbodige luxe gaat lijken.
Hoe is dat mogelijk? Hoe kan het komen tot een christendom waarin de Christus zèlf op de achtergrond komt te staan? We moeten hier, dacht ik, oog hebben voor één van de merkwaardige vernieuwingen in de moderne theologie. Zelfs een moderne theologie kent nog het vernieuwingsverschijnsel!

• De historische Jezus en de Christus van de evangeliën

Zoals we weten maakte de moderne theologie onderscheid tussen Jezus van Nazareth èn wat de christelijke gemeente van Hem gemaakt zou hebben. Jezus heeft ongetwijfeld een geweldig diepe indruk gemaakt op zijn volgelingen.
En daaruit is het te verklaren dat Hij in de evangeliën zulk een wonderlijke gestalte wordt, ja, dat Hij zelfs vergoddelijkt wordt, Eerst was er de diepe indruk; toen de overtuiging dat Jezus niet in de dood kon blijven het opstandingsgeloof; vanuit dat opstandingsgeloof is het maar een korte weg naar de Thomas-belijdenis "Mijn Here en mijn God!".
Zo heeft Jezus van Nazareth volgens de modernen een enorme schaalvergroting ondergaan, hoe groot zijn echte historische betekenis dan ook geweest mag zijn.
En vanuit deze gedachte ging men dan op zoek naar de juiste maat staven en gegevens om de historische Jezus uit de enorme overbloeseming van de evangeliën te "reconstrueren". Wat kon men nog als historisch beschouwen en wat niet meer? Het onderscheid werd een scherpe tegenstelling!
Op zoek naar de historische Jezus!

• Vernieuwing

Daarin is nu een grote kentering gekomen die zich meer en meer doorzet. Deze kentering betekent niet, dat men principieel anders denkt over het onderscheid tussen de historische Jezus en de Christus van de evangeliën. Dat in geen geval. Maar men verwijt de vorige generatie wel vaak, dat ze in feite nog bij zulke"orthodoxe" criteria is blijven hangen: een typisch historisch-feitelijk waarheidsbegrip , en - daarmee verband houdend - een koncentratie van de belangstelling op de ene persoon van Jezus! Is dat in werkelijkheid niet zinloos?
Als een sneeuwballetje van de bergtop rolt, dan zal het een grote kracht uitoefenen op de sneeuw die het onderweg tegenkomt. En omgekeerd zal de sneeuw op die weg er telkens weer iets aan toevoegen!
Als dan tenslotte de lawine neerstort in het dal, dan heeft toch niemand zin het oorspronkelijke sneeuwballetje te reconstrueren Het is één gebeuren geworden - één lawine. Zo is het ook met het Christus-gebeuren, De werking van Jezus is zo wonderlijk groot geweest, dat Hij bij zijn volgelingen het geloof aan de koningsheerschappij van de dood gebróken heeft. Dat is zijn uitwerking; dat is tegelijk een nieuwe toevoeging aan het ene Christus-gebeuren. Elke generatie ontvangt de reeds verrijkte boodschap en voegt er vanuit de eigen leef- en denkpatronen iets aan toe, wanneer zij de boodschap weer aan de volgende generatie overlevert.
Zo is er eigenlijk geen sprake meer van Christus èn zijn gemeente. Neen, de gemeente van nu is de voortzetting van het éne Christus-gebeuren, dat door Jezus van Nazareth is ontketend en dat door ons als de laatste ontvangers aan de volgende generatie wordt overgeleverd. Als ontvangers staan we tegenóver de Christus, als doorgevers nemen we aan Hem déél en staan wij aan zijn kant (denk aan het sneeuwbalvoorbeeld).
Wij zijn ontvàngers van Gods openbaring, maar als doorgevers zijn wij ook weer orgánen van die openbaring. "Wij in Hem en Hij in ons!" - een gewaardeerd thema. Maar waar is het geloof IN Hem gebleven?
Waar is de Christus in Wie we zouden kunnen geloven? Wie de vernieuwing van de moderne theologie niet kan meemaken (wat naar ik vast geloof alleen maar gelukkig is), die staat hier voor een "gat" in de preek dat hem in verbijstering brengt.
Maar in de moderne schematiek is eigenlijk niets normaler dan dat Jezus van Nazareth over de eeuwen heen aan de prediker van nu een gegeven aanreikt, dat deze dan "verrijkt" met zijn eigentijdse politieke- en maatschappelijke beschouwingen als bóódschap des Heren aan de gemeente doorgeeft om vervolgens de preek te besluiten.
Volgens de orthodoxe hoorder is Jezus Christus er helemaal uit.
Volgens het moderne schema zit de Christus er helemaal in! Men moet hier ook durven konstateren, dat de spraak verward is en niet eindeloos in een niet-begrijpende verbijstering blijven steken!

Kleine samenvatting

Ik zou het tot nu toe gezegde even kort willen samenvatten. Als kenmerkende verschijnselen van de vernieuwing, die ik in haar extreme vorm heb willen beschrijven, zou ik wijlen noemen:

1. Vervaging van de grens tussen Christus en zijn gemeente. Wij nemen vandaag deel aan het grote Christus-gebeuren dat eenmaal door Jezus van Nazareth is ontketend.

2. Vervaging van het geloof in Christus. Christus is in feite niet identiek met Jezus van Nazareth.
Waar is Hij in Wie we moeten geloven?
Is geloof in Hèm niet tevens zèlfvertrouwen?

3. Vervaging van de openbaring Gods. Wij nemen aktief deal aan het Christusgebeuren de eeuwen door. We zijn daarbij niet alleen ontvangers maar ook organen van de openbaring, waarbij onze eigentijdse politieke en maatschappelijke ideologieën als toeleveringsbedrijven welkom zijn - Een versubjektivering en verhorizontalisering van het openbaringsbegrip!

4. Verschraling van het geloofsleven tot een verhorizontaliseerde "heiligmaking". Uiteindelijk worden we na de preek als "doe-het-zelvers" de wereld ingestuurd. "In Christus' kracht" en "in eigen kracht" zijn niet meer helder te onderscheiden.

• Slotopmerking

Zou iedere vlotte moderne predikant nu ook in die theologische zin van het woord modern zijn?
Zou elke preker, die de wereldproblematiek in de preek breed vermeldt, deze moderne theologische omscholing hebben meegemaakt?
Dat mag en wil ik helemaal niet beweren. Maar men kan wel in argeloosheid kómen waar men niet wil zijn. In een zucht naar aktualisering kan men toch dat “gat" in de preek laten vallen, waar de rechtzinnige hoorder terecht verbijsterd over is. Maar ook die hoorder zou iets nieuws en iets aktueels kunnen eisen, omdat hij de evangelieboodschap "zo langzamerhand wel kent". Weinigen zullen de vernieuwd-moderne achtergrond hèbben. Maar je kunt daar terèdhtkomen. Dan zie je het "gat" in de preek niet meer. En zo zijn we komen tot een vernieuwd-moderne ijver onder christelijk verstand.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief