Voor de jeugd
1976-03-05
In Opbouw van 2 januari jl. heeft U voor het laatst iets gehoord over onze kleine actie ten behoeve van ons jeugdwerk.- Jaargang 20
- nummer 10
Geroutineerde bedelaars onder ons hebben mij verteld, dat ik het er niet zo best af breng. Je moet zorgen, zeggen ze, dat je iedere week iets van je laat horen. Anders wordt het niks.
Het schijnt te maken te hebben met bepaalde traagheidswetten.
Nu zit voor mijn besef aam traagheid de massa vast.
En welke voorstelling een mens ook mag hebben van het lezersbestand van Opbouw, een massa is dat zeker niet.
Ik ga maar door op mijn manier.
Laat ik U eerst iets mogen vertellen over het werk, dat gedaan wordt.
Uit de kring van hen die enige leiding geven aan ons jeugdwerk, de jeugd zelf, ouderen met wat ervaring op het gebied van schetsen schrijven en enkele predikanten is een soort commissie gevormd, die kijkt wat er moet gebeuren.
De gesprekken lopen voornamelijk over twee vragen:
a. Over welke onderwerpen moeten schetsen verschijnen? en
b. Welke vorm kunnen die schetsen het beste hebben.
Het is helemaal niet zo gemakkelijk, op die beide vragen een gloed antwoord te geven.
Wat het eerste betreft wordt rekening gehouden met voorhanden materiaal en in onze kring aanwezige of eenvoudig verkrijgbare studieboeken.
Met betrekking tot de volgende onderwerpen is een eerste stap gezet:
- de eerste hoofdstukken van Genesis.
- enkele hoofdstukken van Jesaja.
- de twaalf artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis.
de Tien Geboden.
- de beden van het Onze Vader.
Proefschetsen worden geschreven en zullen worden besproken.
Ook wordt bekeken, of iets kan worden gegeven over zgn. kernwoorden in de Heilige Schrift (gerechtigheid, vrede, verbond etc.) en ook die, welke betrekking hebben op de mens (geest, ziel, hart etc.).
dat wij U vragen, is bedoeld als startkapitaaltje, om uitgaven te kunnen voorfinancieren.
Tienduizend gulden is toch echt niet zoveel. En de zaak waarom het gaat is erg belangrijk Toe, helpt U even (nu ben ik echt aan het bedelen!).
De medewerkers doen dat pro deo, Gireert U dan pro deo.
Het gironummer is: no. 992662 t.n.v. C. Huizinga, Ketting 11, Heerenveen. Op het strookje vermelden "voor de jeugd".
Ook de vormgeving is, zoals gezegd, onderwerp van bespreking. Waarschijnlijk is het zo, dat verscheidenheid de voorkeur verdient. Er zijn nu eenmaal verschillen tussen onze jongelui naar leeftijd, opleidingsniveau, belangstelling, omgeving, werkkring enz. Daarbij komt nog, dat ook niet alle jeugdverenigingen of -clubs dezelfde werkwijze hebben. Het lijkt met name de overweging waard schetsen zo in te richten, dat zij geschikt zijn om een groepje aan het werk te zetten, en niet slechts voor een inleider om een inleiding te maken.
Bij dit alles is het van zo groot belang, of er plaatselijk enkele jongelui zijn, die het vermogen hebben, om aan een verenigingsavond op een vruchtbare manier leiding te geven.
Ik moge U er nog eens aan herinneren, dat wij praktisch opnieuw moeten beginnen. Het geld, Hier volgt de verantwoording van ontvangen giften toten met 20 februari 1976. De eerste drie cijfers zijn de laatste drie van het gironummer van de gever, daarachter het bedrag.
Stortingskaart J.H./428/959 i.o.v. D.H.W,D./tien gulden, 970 Lo'.V.J.v.D. - vijftien gulden. 945twintig gulden. 959 LG.v. A.Z./360/374/075/936/ 114/923 - vijfentwintig gulden. 802 i.o.v, J.B. veertig gulden. 111/803 - vijftig, gulden. 224 honderd gulden.
Totaal f 480,-. Ontvangen tot 30 nov. f 1.670,-
totaal ontvangen per 20 februari '76 f 2.150,-.
Alle goede gevers hartelijk dank.
U groeten de vrienden.