LEZERS SCHRIJVEN

1976-03-12
  • Jaargang 20
  • nummer 11
Het is voor een schrijver een eervol genoegen, op- of aanmerkingen te krijgen op zijn werk. Want op- of aanmerkingen: hij heeft contacten.
En daar schrijft hij voor. Om anderen aan het denken te zetten.

Heb ik daar onlangs beweerd, toen het ging over de brief van negen topfunctionarissen uit het bedrijfsleven: " ... dat een groepje grote ondernemers, gedrongen door de nood der tijden, de regering in een open brief aanspreekt, is uniek bij mijn weten". Die laatste vier woorden deden een broeder uit Exloo besluiten, mij een uitknipsel uit het Nieuwsblad van het Noorden toe te sturen. En wat staat daar te lezen? Dat ook 37 jaar geleden als topfiguren een schrijven richtten tot het kabinet. Jawel, negen topfiguren schreven het kabinet-Colijn aan, in 1938. Het waren lieden als mr D. Crena de Jongh (Ned. Handelmaatschappij, nu Algemene Bank Nederland), Gottfried H. Crone (KvK Amsterdam), mr dr A. v. Doorninck (oudthesaurier-generaal), F. H. Fentener van Vlissingen (Oudvoorzitter KvK en president AKU), J. B. v. d. Houven van Oordt (Ver. Ned. Scheepvaart-Mijen), mr W. G. F. Jongejan (voorz. Ondernemingsraad), mr K. P. v. d. Mandele (Roba), mr L. J. A. Trip (pres. Ned Bank) en C J. Ph. Zaalberg (Nat. Scheepvaartbelangen).
De heren schreven onder meer: "Het Nederlandse volk, in al zijn geledingen, leeft op een te grote voet. Het is niet doordrongen van de onevenwichtigheid, die bestaat tussen die levensvoet en de ongunstige ontwikkeling van de economische en financiële wereldomstandigheden".
Alstublieft, Geen nieuws onder de zon. En een rechtvaardiging van Colijn, die er op werd aangezien, dat hij het was, die ons doctrineerde de broekriem aan te trekken.

Het voorgaande sloeg op mijn artikel "Potverteren". Dat kreeg een telefonische instemming van een topfiguur uit de "synodale" kerken, die zich niet te goed acht, regelmatig ons blad te lezen. Waarvan dankbaar acte zij,genomen.

Een wijze oudere broeder uit een van onze kerken schrijft een waarschuwing, dat we in onze kolommen voorzichtig moeten zijn. "Wij hebben al heel wat meegemaakt in ons kerkelijk leven: scheuring, haat en nijd om dingen, die vaak met ... de kern van het Evangelie niéts te maken hebben. Vaak heeft men er dat wel van gemaakt; maar het was in wezen niet zo. En zo zijn broeders en zusters, die de Heere Jezus hartelijk liefhebben, uitgestoten. Ik hoef daar verder niet op in te gaan. U begrijpt dat. Ik heb wel eens gezegd: er worden er nergens meer afgemaakt dan in de kerk.

Aan de andere kant moeten we zeggen: laten wij toch ook vooral voorzichtig zijn en proberen geen aanleiding te geven; opdat wij niet gaan vechten over dingen, die onder ons geen zekerheid hebben. Geen twistvragen opwerpen. Ik meen dat de Heere door middel van Paulus daar ook voor waarschuwt". Hij denkt aan de leeftijd van de schepping en aan wat daarover onder ons (tot nu toe) vast staat.

Wel, voor zulk een brief ben ik hartelijk dankbaar. Zo'n brief geeft me de ongezochte gelegenheid nog eens duidelijk uit te spreken, dat ik de Bijbel van het begin tot het eind geloof en aanvaard; en dat ik Gods openbaring in zijn schepping van het begin tot het eind geloof en aanvaard.

Napraten van wat onder ons al zo vaak beweerd is, brengt ons niet vooruit en is ook niet voorzichtig. Zoeken naar harmonie tussen wat schijnbaar met elkaar in tegenspraak is, lijkt mij echter een goed en godvruchtig werk. Waarbij wij niet voorzichtig genoeg kunnen zijn.

Dan was daar een heerlijke brief uit Durban, Zuid-Afrika. Heerlijk vooral om het sappige Afrikaans. Lees eens mee: "AI jare voel ek lus om u te skrijf en u te laat weet hoe ek die stukkies waardeer wat u gereeld in Opbou skrijf. Gewoonlik krij ek Opbou 'n driekwart jaar na publikasi en dan sommer 'n hele klomp op 'n slag.
Die belangstelling en ook liefde vir so baie sake, wat in u artikels uitkom, laat 'n mens onmiddellik 'n Christen herken wat aanvoeling het vir die grootsheid en rijkdom in ons Vader se skepping, U waardering vir "vreemde" geloviges is vir mij bemoedigend veral vanuit die Vrijgemaakte Nederlandse kringe (waarin ek self ook geboor is). Dis in verband daarmee dat ek u nou skrijf.
In u artikel "Watergate - Waterpoort" (Opbou 19 JUlli1975) verwijs u na die V.s.A. as " ... een land, dat de God van Israël niet kent". Ons was vir 18 maande in Salt Lake City en in die tijd ander idees gekrij omtrent die V.s.A. en sij Christene. Daar is sekerlik baie Christene in die V.S.A. (ek praat nie van Mormone nie). Dit is waar dat die Satankulrus aktief is in California, maar daar vandaan kom ook van die beste Bijbelstudie organisasies."

"Antitese is sterk in die V.S.A. Ons indruk was die van lewendige Christene wat openlik en aktief as Christene in die volle lewe wil staan.
Die Ohristene (en andere Amerikaners) daar is besonder vrij mense; innerlijk vrij. Dit behoort natuurlik eintlik 'n tipies Christen trek te wees."
Hartelijk dankbaar ben ik deze broeder, niet alleen om zijn jacht-invitatie op "takbokke" - maar om zijn correctie en aanmoediging. Zo'n brief komt in mijn plakboek.

Het artikel "Met zegeningen vervullen" (eigenlijk een doodgewone boekbespreking, maar dan van een indrukwekkend boekje) gaf diverse reacties. Een onbekende Opbouw-lezeres belde op, om haar waardering uit te spreken. Een arts, die ik gevraagd had zélf het boekje te behandelen, schreef: "geen spijt van mijn weigering gekregen". En een gebedsgroep ergens in ons goede vaderland nodigde me uit, deel te nemen aan een "Dienst der Gebeden en der Genezing". Daar kon ik echt niet op ingaan - maar het gebaar wordt wel begrepen ,en wel gewaardeerd.
Een voorganger uit een Baptistengemeente schreef: "Van bevriende zijde ontvang ik regelmatig "Opbouw". De inhoud van dit zeer goede blad interesseert mij bijzonder". Hij vraagt, of er nog meer preken van wijlen ds C. H. Lindeboom in omloop zijn. Hij vond die "bijzonder fijn, wondermooi en op de man af". Ja, zo was Lindeboom. Bij mijn weten zijn er geen persklare preken beschikbaar buiten het bundeltje, dat destijds vlot in twee maal 300 exemplaren zijn weg vond. Niettemin kreeg ik van een goede broeder te Capelle aan de IJssel een van de band opgenomen en uitgetypte preek toegezonden. Ik hoop die nog eens persklaar te kunnen maken en voor een habbekrats beschikbaar te stellen; na toestemming verkregen te hebben.

Een bezorgde broeder uit contreien als de vorige, schreef een bezorgde brief. Hij wil "niet ondankbaar zijn voor wat in Opbouw thans geboden wordt", schrijft hij. "Velen doen hun best iets goeds te schrijven en iets actueels". Maar hij wenst "dat we opbouw krijgen in het geestelijke leven, in je geloofsleven, in de dagelijkse wandel met de Heer. De geloofspraktijk moet besproken worden. Kerkelijke kwesties kunnen minder aandacht krijgen. Wèrkelijke problemen moeten besproken worden.

Hij noemt namen als Wiersinga en Kuitert; wil hen besproken zien met een kans voor hen om zich te verweren.
"En hoe moeten onze kerken zich reformeren?" vraagt hij. "Er moet meer over nagedacht worden. Binden onze samenkomsten samen? Komt de enkeling tot zijn recht, wordt werkelijk gemeenschap beoefend? Is het niet noodzakelijk, dat er meer menselijkheid komt in onze samenkomsten op zondag? Moet niet gestreefd worden naar verwelkoming bij binnenkomst, naar gezamenlijk koffiedrinken na elke kerkdienst als onderdeel-van-de-dienst, naar preek-besprekingen, naar kinderen aan het avondmaal, naar deelname aan de dienst (Schriftlezing, gebed, maaltijdbediening enz.) door anderen dan de predikant? Moeten we er niet mee rekenen, dat eenmaal de officiële kerkdiensten uit de tijd zullen zijn (zoals in Rusland en andere landen thans het geval is) en dat we dan moeten doorgaan in kleine kringen?"

"Soms schrikken we, als er ergens een kring-gebed gedaan wordt; maar hoe kon men in de eerste christengemeenten uren bidden, zonder dat meer dan een persoon voorging? Moeten we niet veel leren aan openheid, eerlijkheid, directheid, enthousiasme van de Youth for Christ, Pinksterkringen, charismatische groepen, baptisten? Hoe moet het als een baptist wil toetreden? Moeten we hem weigeren als kerklid, al herkennen we hem als christen? Moeten we niet in levend contact staan met andersoortige christenen en hen uitnodigen, wat in Opbouw te schrijven? Wat al te gemakkelijk wordt soms gezegd, dat we gereformeerd moeten blijven.

Wat is gereformeerd? We blijven soms liever gereformeerd dan dat we voluit christen zijn. Wat is dus gereformeerd? Is dat niet voor honderd procent hetzelfde als christen? Laten we ons dan alstublieft christenen noemen".

Het vorenstaande wordt niet opgenomen om daarmee te zeggen: zo en zo alleen behoren we te denken. Wanneer bladen u voorschrijven hoe u hebt te denken, dan deugen die bladen niet. Nauwelijks kan een goed blad u aansporen 6m te denken. En dat probeert ons blad. Er worden vaak vragen gesteld - waar u het antwoord op moogt zoeken. Er worden vaak vragen gesteld, waarvoor het antwoord alleen in de Schrift en in uw geloof Egt. En de vragen uit de vorige pericoop ... Welnu, denkt u er eens over na. Niet vrijblijvend natuurlijk. Het zijn tenslotte niet de vragen van een onbekende - maar uw eigen vragen.

Dan het onnozele artikel "De Heer is mijn Herder". Dat gaf allerlei aardige reacties - wie kon dat nu weten? Een plaatselijk predikant belde op. Het kerkblaadje van de Kohlbrugge-groep had het letterlijk en zonder zetfouten overgenomen. Met een leuk onderschrift. Naar ik hoor zou ook het Fries Dagblad het hebben overgenomen; de enige goede krant die we nog hebben, zegt een van mijn vrienden vaak. Daar zat nu eens geen studie of wat ook achter; echt een onnozel stukske, in argeloze pret geschreven, Maar theologen zeggen: je hebt de exegese van de stok en de staf vooruitgeholpen. Het zij zo.

Een bevriende vogelkenner, die "In de Spreeuwpot" gelezen had, zei me dat goudhaantjes hier niet bij uitzondering, maar regelmatig broeden.
Het was me niet bekend. Het vuurgoudhaantje is een uitzondering, zei hij. En het ei van zo'n vogeltje is niet 2 1/2 mm. Dat was me bekend. Ik had 12 1/2 mm geschreven - maar die inflatie, weet u.

Tenslotte het verhaal van het onzichtbare mannenkoor tussen Europoort en Hull, Langs ondoorgrondelijke wegen kwam het terecht bij het Ulft's Mannenkoor. En dat koor was zo goed niet, of het stuurde me een grammofoonplaat, een portret en een leuke brief. Schrijft die secretaris: " ... heb ik het genoegen, u bijzonder hartelijk dank te zeggen voor uw zo positief en gevoelig geschreven woord, naar aanleiding van uw opgedane ervaring op de nachtboot van Europoort naar Hull.
Voor ons koor was uw reactie uiteraard erg plezierig. Immers op deze wijze wordt de reis opnieuw beleefd terwijl ook nog beter beseft wordt, dat op zo'n manier onvermoede genoegens kunnen worden verschaft aan onbekenden".

Zo - dat is met elkaar heel wat. Een compleet artikel, ditmaal niet door mij geschreven. Maar lezenswaardig, dacht ik.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief