Nogmaals het moeilijke woordje "is”!

1976-03-19
  • Jaargang 20
  • nummer 12
• Jakobus 1 : 27

De tekst Jakobus 1 : 27 zou nog onze aandacht hebben. Ze luidt als volgt: "Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren". Daar staat dan weer dat woordje "is".
Misschien vindt u het erg overdreven van zo'n eenvoudige en direkte tekst een probleem te maken.
Dat zou ik dan ook niet willen doen. Maar je kunt er niet blind voor zijn, dat anderen het wèl doen. En dat ze ons in naam van de éénvoud een weg op sturen die we zelf niet zouden kiezen. Een weg die ons voert naar één van de domeinen van wat we wel de "nieuwe" theologie noemen. Ik zei het al: Dat gebeurt hier juist in de naam van de bijbelse eenvoud. Met de vermaning toch simpel te lezen wat er staat. En dat is een gevaarlijke vermaning, omdat we er zo gevoelig voor zijn. Wie zou de bijbelse eenvoud uit zijn leven willen wegsturen!
En dan komen we toch weer terug op het aangesneden onderwerp: Wat betekent het woordje "is" eigenlijk? Brengt het een totále gelijkheid tot uitdrukking, zodat we de volgorde in de zin kunnen omkeren zonder fouten te maken (Twee maal twee is vier; Vier is twee maal twee)? Of is de betekenis beperkter van omvang, zodat je géén = teken kunt gebruiken en de volgorde van de zin niet kunt wijzigen zonder ongelukken te maken?

• Omkeerbaarheid?

En wat gaat er nu gebeuren met Jakobus 1 : 27? Wel, als we aan het woordje "is" een totále betekenis gaan toekennen, dan wordt dat tekstzinnetje omkeerbaar! En dan verbeelden we ons dat we geen fout maken!
"Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk ... " - dat was de letterlijke tekst. Maar we kunnen dan éven goed zeggen: "Omzien naar wezen en weduwen in hun druk is zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader ... ". Met andere woorden: Als we omzien naar de verdrukten in deze wereld, dan is dat zonder meer de dienst van God. We dienen God in het dienen van de naaste. Het dienen van God, de Vader, heeft feitelijk geen eigen gestalte meer! Wie bij de naaste start heeft God daarmee vanzèlf de nodige eer bewezen, Wij ontmoeten God uitsluitend in de naaste! Wie de naaste ontmoet heeft God ontmoet.
Ziet u de moderne theologie hier niet duidelijk? Die moderne theologie is niet verkeerd omdat ze de problemen van de wereld op de kànsel wil brengen. Neen, het kwaad van het "nieuwe" zit hierin, dat we God alléén nog maar kunnen bereiken in onze sociale en politieke geëngageerdheid. We ontmoeten Jezus Christus alléén nog maar in figuren als Ché Guévara en Salvador Allende. We zijn alléén nog maar christelijk in onze daadwerkelijke bewogenheid met de verdrukten, omdat Christus uitsluitend in hèn voor ons werkelijkheid kan zijn!
Er is geen werk van God meer, dat aan al ons werken vooràfgaat, Er is geen verlossing en verzoening, die àl onze verlossingsgedachten is vóórgegaan, die nu al die gedachten draagt èn oordeelt. Het Kruis van Golgotha heeft geen eigen betekenis meer en geen verlossende betekenis in al het "kruis en leed" dat we in deze wereld aantreffen!
Jezus Christus staat model voor alle verdrukten; 't sanhedrin voor alle verdrukkers; het kruis voor het leed; de opstanding voor de uiteindelijk door ons te bevechten overwinning!
Het tweede gebod is niet meer "daaraan gelijk" (Matth. 22 : 39).
Neen, het heeft het eerste eenvoudig verslonden!
Ik heb hier de bedoelde tak van de nieuwe theologie in haar extreme vorm beschreven. Misschien hebben nog niet zo velen dat keiharde einde gehaald. Maar ik vrees wel erg, dat velen op wèg zijn!

• Masker van bijbelse eenvoud

Wanneer we protesteren tegen die nieuwe en vreemde gedachtengang omdat we onze Here Jezus Christus en die gekruisigd als de Verlosser willen blijven belijden en omdat we de verlossing van Golgotha niet willen laten "uitsmeren"
over de lange, lange baan van onze eigen menselijke geëngageerdheid, dan kan een tekst als die van Jakobus soms een vreemde dienst gaan doen. Tegen alle bedoeling in wordt ze dan zoveel als een "verschaffer van schaapskleren" (Matth. 7: 15). We worden gepakt met onze eigen bijbelgetrouwheid.
Het staat er toch maar!
Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is (niets anders danl) omzien naar wezen en weduwen in hun druk... Niets anders dan ... ! Waar het omzien naar verdrukten aanwezig is, daar is de ware dienst van God. En daarmee basta! Het staat er!
In naam van de bijbelse eenvoud, volgt het nieuwe spoor!

• Wat betekent "is" ook weer?

Misschien herinneren we ons nog wel dat voorbeeld van verleden keer: het menselijk embryo. Dat embryo is een trosje van cellen die zich gedurig delen. In dat zinnetje werd, zo zager- we, het menselijk embryo teruggebracht tot zijn organisch aspekt, bekeken van de organische kant. Daar mag je het woordje "is" zeker wel voor gebruiken, als je maar onthoudt, dat het hier een bepèrkte betekenis heeft. Je mag géén = teken zetten!
Zo gebruikt Jakobus het woordje "is" om de dienst van de HERE naar zijn onmisbare sociale aspekt te tekenen. Een ware dienaar van God is een man, die naar wezen en weduwen omziet. Doet hij dat niet, dan heeft hij de ware godsdienst vervalst. God en de naaste.
Er is een allernauwst verband.
Maar Jakobus dènkt er niet aan God in de naaste te laten opgaan!
Dan is er in feite geen sprake meer van verband. Maar van een versmelting!
Zo mag ik God dienen in het "rechtstreekse" van mijn gebed en van mijn geloof. Zo heb ik God te dienen in de ontmoeting met de naaste. Het is alles de éne dienst van de HERE. Maar die dienst wordt juist gebroken als ik de naaste ga vergoddelijken (Voor mij is hij God) en als ik de HERE ga "verschepselen" (God is mijn naaste). Het isoleren van het twééde gebod (Matth. 22: 39-40) uit zijn verband is de oer- en kernzonde tegen het éérste gebod (afgoderij, onttroning van God).
Geweldige dingen, gegroepeerd om een simpel woordje, dat we allemaal zo goed denken te kennen en dat we zo heel gemakkelijk hanteren! Het woordje "is"! De taal is niet maar een handig instrument voor onze omgang. Ze is ook weer een macht, die ons gaat leiden en die ons helemaal verkéérd kan leiden.
Ook hierin geldt: Ziet toe hoe gij hoort (en leest)!

• De wèrkelijke tegenstelling

Jakobus leert ons tegelijk nog iets anders. We laten ons wel eens aanpraten, dat de "orthodoxe" christen zijn naasten en met name de "wezen en weduwen" daaronder aan hun lot overlaat, terwijl de "progressieve" christen het mededogen kent. Jakobus zegt ons, dat het anders ligt.
Een orthodox christen mag het omzien naar de wezen en de weduwen niet aan anderen overlaten!
De vraag is niet: Zie je àl dan niet naar de wezen en de weduwen om?
De werkelijke vraag is: Zie je naar weduwen en wezen om onder of zonder opzien naar God?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief