Buurman's leed troost
1976-03-19
Werkelijk?- Jaargang 20
- nummer 12
Als er vandaag één ding is, dat duidelijk kan maken hoezeer onze samenleving de christelijke waarden geperverteerd heeft, dan is dat te vangen met het woord "leedvermaak". Een afschuwelijke zaak - maar kenmerkend voor het klimaat, waarin wij leven. De een zijn dood is de ander zijn brood, zegt men. Struikelt een gezien man, dan hebben velen daar plezier in. Misschien wel, omdat juist zij niet gesnapt zijn. Ja, een van de gemeenste spreekwoorden van onze Oosterburen luidt: die reinste Freude ist die Schadenfreude; het zuiverste geluk is het geluk om andermans leed.
Daar zit natuurlijk oorspronkelijk iets achter, dat zo menselijk is dat het aanvaardbaar mag heten. Wie bij een plotseling opkomende regenbui op een holletje onder dak weet te komen is gelukkig. Wie uit de gure kou zijn behagelijke woning binnenstapt is gelukkig met de warmte.
Wie een kind uit de straat naar het ziekenhuis ziet gaan kijkt er zijn eigen kinderen des te gelukkiger op aan. Wanneer wij de moeite, de tegenslag, het verdriet van de naaste zien, ondergaan we onze zegeningen meer bewust. Door de tegenstelling. Dat is algemeen menselijk en, zo lang het gezond menselijk blijft, is het gezond.
Maar wanneer mensen hun geluk puren uit het ongeluk van de medemens wordt het ernstig. Wanneer mensen grof geld betalen voor een bokswedstrijd en zich gelukkig voelen wanneer menselijke lichamen beurs gebeukt worden, is het schandelijk. De huiver om andermans pijn, doodsgevaar, ondergang, kan vol medelijden zijn; maar wanneer die huiver gezocht wordt als onmisbaar levensgeluk - dan is dat rondweg satanisch.
Dat klinkt als ernstige taal, wilt u zeggen. Zo is het ook bedoeld. Want de jaarlijkse World Press Photo Competition heeft voor de 19e maal haar prijzen uitgereikt aan persfotografen. Er zijn tien categorieën - voor negen kon een bekroning worden uitgereikt. En voor welke categorie dan niet? Voor de categorie "kunsten en wetenschappen" was niets ingezonden, dat voor een prijs in aanmerking kwam. Wilt u dat onthouden?
Niet minder dan 564 fotografen uit 42 landen zonden in totaal 3349 foto's in ter beoordeling. Krantenfoto's, wel te verstaan. En nu kent u onze dagbladen wel om te weten, wat in aanmerking komt voor publicatie.
Dat is nooit van het beste . Als iemand zijn lastige broeder vergeeft, komt dat niet in de krant. Als iemand zijn lastige broeder de schedel inslaat - ja, dan wel. Als iemand een paar bejaarde buren onderdak, kleding en voedsel geeft, hoort u er niets van. Maar als iemand van zijn naaste buren in drie weken geen levensteken hoorde en dit toevallig doorgeeft ... komt het in de krant: echtpaar lag weken lang dood in huis.
Zo zijn wij vandaag. Onze kranten bieden ons dat, waar we voor betalen: sensatie, afschuwelijkheden, realisme, keiharde waarheid. Opdat we ons gelukkig mogen voelen, zo lang die ellende onze deur voorbij gaat.
Ook Nederland zond persfoto's in en kwam voor prijzen in aanmerking.
Nee, er zou narigheid van wereldformaat zijn - en ons land zou er niet bij zijn, niet vooraan staan? Goed, we waren dus present met inzendingen.
En wat voor onderwerpen, denkt u? Een blond duinlandschap? Een zonsondergang boven het Naardermeer? Een schuchter ree aan de Brabantse vennen? Een tak bloeiende meidoorn, een patiënt die het ziekenhuis mag verlaten of een verzoening tussen twee kijvende buren? Welnee.
Dat zijn geen dingen, die in de krant komen.
Wat dan wel bekroond werd? Persfoto's van de gijzelingen in Wijster en Amsterdam natuurlijk. Een jonge, geblinddoekte onderwijzer op het balkon in de Brachthuyzerstraat, met de strop losjes om zijn nek geknoopt, de loop van een wapen goed zichtbaar. Zo, volmaakt weerloos onder vuur gehouden - heerlijk om te huiveren vanuit onze geriefelijke stoel bij de haard.
Nog een foto. Van een man in de deuropening van een stilstaande trein.Een seconde later is hij eruit geduwd en doodgeschoten. Een bekróónde foto. Want de gemiddelde krantenlezer voelt zich happy bij dat plaatje; hém niet gezien in die gekaapte trein! Hoe erger de shock, hoe groter ons geluk. Zo voelen we ons pas "senang", om in de taal van de kapers te blijven. Intussen. Het zal onze broer maar zijn. Of uw zoon. En hoewel onze minister van justitie zijn afkeuring over deze foto's heeft te kennen gegeven, kunt u het hele zootje in april gaan bekijken in het Van Gogh-museum.
De beste foto van het jaar 1975 was een actiefoto van het zuiverste kaliber. Bij een brandende torenflat in de Verenigde Staten wist de 30-jarige Stanley Joseph Forman een verdraaid goed plaatje te schieten van een moeder en kind, die, toen het balkon het begaf, de bodemloze diepte instortten, Het plaatje - u mocht het eens hebben gemist - geeft moeder en zoontje weer, tegen de achtergrond van een losgeraakt balkon en een paar vallende bloempotten. Het gruwelijke ogenblik is meedogenloos vastgelegd.
Beide personen hebben armen en benen gespreid. Het gezicht van de moeder is achter haar linkerarm niet te zien. Maar ze heeft de rustige houding van een zwemster, getroffen in een elegante zweefduiksprong.
Je zou nog kunnen denken dat ze wel goed terecht komt - als niet een bloempot met een bloeiende plant voor haar uit ging, En als niet het verwrongen gezicht van het jongetje afgrijselijke paniek verraadde.
De beste persfoto van 1975. De zachte moederborsten zullen meteen het eerst de grond raken. Direct daarop haar hoofd en armen, die ze een seconde geleden nog voor haar kind nodig had. Dan zal haar onderlichaam worden vermorzeld en het laatst de ranke benen. Zo vale moeder te pletter, of - zoals het harde vakjargon zegt: - wordt een spiegelei.
De beste persfoto van1975. Het kind valt in staande houding. De wind blaast een broekspijp open. Zijn kieltje waait open en laat een bloot buikje zien. Er komt u een verlaat gebed op de lippen: "Heere, gebied Uw engelen dat ze hem op de handen dragen. Het is een kind, een negerkind, naar Uw beeld geschapen, U hebt gezegd dat het koninkrijk der hemelen voor zulke kinderen is, U wilt niet de dood van een zondaartje maar zijn leven!"
U bent te laat met dat gebed. Maar God verhoort soms eer wij roepen'.
Het kind heeft inderdaad de val overleefd. Hoe? Heeft de moeder met de ruïne van haar lichaam de val van haar kind gebroken? Dat is lang niet uitgesloten, als u de realistische foto hoopvol beziet. Maar wanneer u ooit het restant van een menselijk. lichaam na zulk een vrije val hebt moeten zien - dan gelooft u aan het Goddelijk wonder van hulpbiedende engelen. Zijn ze niet alle gedienstige geesten, ter hulp uitgezonden voor hen die gered worden?
Kijk, ook dat zit in die beste persfoto van 1975. De realiteit van de machtige God, die bouwt en uitrukt, die bewaart en verwerpt, die opheft en die neerwerpt. Twee mensen op het balkon van een brandend huis. De een is gered - de ander verloren. En geen van deze valt ter aarde zonder de wil of de toelating van onze hemelse Vader. En niemand van ons, die Hem ter verantwoording roept. Alleen een stem die zegt: ze waren niet schuldiger dan wij; maar als wij ons niet bekeren zal het ons niet beter vergaan dan die 18 bouwvakkers aan de toren van Siloam, Zo heeft deze beste persfoto van 1975 ook ons iets te zeggen. "Tel uw zegeningen, tel ze een voor een. Tel ze alle en vergeet er geen". "En ge ziet Gods liefde dan door alles heen".
Zo lief had God deze zijn schepping, dat Hij zijn enige zoon gegeven heeft om neer te vallen in het dodenrijk. Opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren zou gaan.
Wilt u liefde zien? Zuivere liefde? Een moeder, die in haar doodsmak aan haar kind denkt. Een ter dood veroordeelde, die bidt: Heer, help die ander - ik kom wel terecht.
Wilt u liefde zien? Dan háát u elke vorm van leedvermaak; elke gelukssensatie-vanwege-andermans-ongeluk. De liefde is niet blij met wat misgaat. Ze is blij met wat goed gaat. Alle narigheid bedekt zij. Alle goede dingen gelooft zij. Alle goede afloop hoopt zij. In alle verzoekingen blijft ze overeind.
We zijn dus blij met de blijden. En dragen leed met de lijdenden. We mogen geloven. We mogen hopen. Maar vooral: we mogen liefhebben.