"De minste van mijn broeders"
1976-03-19
Dezer dagen las ik ergens: 'De verkondiging (van het evangelie) vraagt vóór alles om een reële plaatsbepaling op de weg van de Mensenzoon, En waar anders zou dat zijn dan bij zijn minste broeders in hun verdrukking: de naakten, de hongerigen, de gevangenen, de zieken, zij die zijn als de doden. Want God weet en de christelijke gemeente mag dat mee weten, dat dáár en nergens anders de tekenen van Pasen, van de laatste bevrijding, zijn te verwachten.- Jaargang 20
- nummer 12
De solidariteit met de verdrukten, dn praktijk en theorie, gaat voorop.' Aldus schreef een predikant, die gerekend wil worden tot 'de Christenen voor het socialisme'.
En hij trekt hier een rechte lijn vanuit het evangelie naar de solidariteit met de verdrukten in deze wereld, de naakten, de hongerigen, de gevangenen ... Die allen vat hij samen als 'de minste broeders van Christus'.
Daar wil ik hier iets van zeggen.
Maar direct aan het begin wil ik ook een mogelijk misverstand afsnijden. lik behoor niet tot de christenen voor het socialisme, en ik wil daar ook niet bij horen, Maar dat betekent natuurlijk niet, dat ik meen, dat er voor de verdrukten, de naakten, de hongerigen, de gevangenen, de zieken in de wereld niets behoeft te worden gedaan. Integendeel: ook hier hebben we een roeping en een taak.
Dat we die taak slecht volbrengen, wanneer we aan deze mensen het marxistische socialisme brengen, laten we thans lopen. Door die wijsheid worden deze mensen niet verlost en niet bevrijd.
Maar er is iets anders: Aan deze mensen in praktijk en theorie gebrachte hulp geeft de schrijver de naam van hulp aan 'de minste broeders' van Christus.
U kent dat woord uit Mattheüs 25.
De Here Jezus zal straks in de dag van het gericht tot de zijnen zeggen: ,,Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en Gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht."
En wanneer de gelovigen dan zeggen dat zij zich daar niets van herinneren, zal de Koning antwoorden: "Voorwaar Ik zeg u: Al wat gij gedaan hebt voor een der g e r i n g s t e n v a n m ij n b r o e d e r s hebt gij voor Mij gedaan.' Vereenzelvigt de Here Jezus zich hier nu met àl de hongerigen, àl de dorstigen, àl de vreemdelingen, àl de naakten, àl de zieken en àl de gevangenen van alle tijden en aan alle plaatsen-zonder onderscheid ?
Is elke gevangene in deze wereld een broeder van Christus, een van wie Hij zegt: Ik ben in hem in de gevangenis? Maar zo spreekt de Heiland nergens. Nooit noemt Rij alle mensen zonder onderscheid zijn broeders, Die naam is slechts voor de zijnen, voor de gelovigen, voor zijn vrienden voorbehouden.
Hén heeft Hij op het oog, wanneer Hij op de morgen van zijn herrijzenis tot Maria van Magdala zegt: "Ga heen en zeg tot mijn broeders: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, tot uw God en mijn God." En wanneer de Heer in Mattheüs 25 spreekt over 'de minste van zijn broeders', dan heeft Hij het over de ohriste1ijlke broederschap, de gemeenschap der heiligen.
De hongerende, dorstige, vervolgde en verdreven christenen, de naakte, de zieke en gevangen christenen worden ons op het hart gebonden. Onze broederschap in de wereld. Die lijden in deze wereld-om-Christus-wil,
Het is er mee als met wat we lezen in de brief aan de Hebreeën: "Denkt aan de gevangenen alsof gij met hen gevangen waart. ' 13 : 3. Daar worden ons ook niet alle mogelijke gevangenen-zonder-onderscheid op het hart gebonden, Al ligt hier ook voor ons een taak: we mogen best meedenken over de drie van Breda ...
Maar het gaat hier over gevangenen, die lijden als christen, om de 'slachtschaapkens Christi'. Van hen zei de Heiland in Mattheüs 25: Ik was in de gevangenis ...
We moeten de Bijlbel goed lezen.
We moeten de Bijbel ook goed gebruiken.
En Bijbelteksten niet misbruiken als brandstof voor antibijbelse, marxistische leer en praktijk.