Eén Heer, één tafel, één beker
2012-09-15
Een heel boek over de vraag of het avondmaal gevierd zou moeten worden met één beker. Dat nodigt niet direct uit tot lezen. Maar voor kerken die overgingen op het gebruik van kleine cupjes is het een relevante vraag. En de expertise van de auteur en de eerste positieve reacties beloven kwaliteit.- Jaargang 56
- nummer 18
Mooi vond ik het verhelderende overzicht dat Tigelaar biedt van de gebeurtenissen rondom de Mexicaanse griep. Haar expertise als analist klinkt door in onderbouwde uitspraken over het geringe gezondheidsrisico van het drinken uit een gezamenlijke beker. En het leest als spannende onderzoeksjournalistiek wanneer ze belangenverstrengeling van sleutelfiguren in herinnering brengt.
Goed is het als ze wijst op de plaats die angst mogelijk had in de besluitvorming.
Jammer zijn de momenten dat de nuance verdwijnt. Bijvoorbeeld wanneer gedegen onderzoek op één lijn geplaatst wordt met anekdotisch bewijs. Daarmee is haar conclusie dat in kerkelijke besluitvorming angst de motor was minder overtuigend.
Hygiëne
Goed is het wanneer in het tweede deel de Bijbel opengaat en onze aandacht gevestigd wordt op de positieve gevolgen van veel bijbelse wetgeving op het gebied van hygiëne en gezondheid en Gods voorzienigheid. Dat de Mexicaanse griep ook wel bekend werd als varkensgriep is in dat licht een saillant detail.
Jammer is het dat ze in haar betoog wel heel sterk leunt op de bestseller van Hobrink, Moderne wetenschap in de Bijbel, dat vanwege het plagiaat en de vaak gebrekkige wetenschap kritischer door haar gebruikt had mogen worden. Als ze dit hygiëneaspect beknopter behandeld had, had ze ruimte kunnen nemen voor bespreking van de betekenis van de veelheid van bekers in de tempel (Ezra 1:10), van de vijf broden en twee vissen of van de reikwijdte van de christelijke vrijheid in de vormgeving van de eredienst. Ook de bespreking van Paulus’ woorden over de ene beker, het ene brood in relatie tot de eenheid van de kerk verdient meer ruimte, nuance en perspectief.
Minpunt is ook dat Tigelaar een ongelijk speelveld creëert tussen voor- en tegenstanders door het debat vooral aan te gaan met de schrijvers van twee in verhouding korte artikelen. Haar behandeling van de relatie van het avondmaal met het Pascha is wat mij betreft theologisch eenzijdig en qua argumentatie zwak. Dat is vooral ook jammer omdat ze wel degelijk mooie bijdragen levert.
Fresco
In het derde deel, over de traditie en de geschiedenis, is het bijzonder om te lezen over het hygiënedebat dat in de tweede eeuw en later binnen de Angelsakische traditie in de negentiende en twintigste eeuw gevoerd werd. Ook van de discussie die ontstond toen het Westen voor het eerst met aids geconfronteerd werd, valt veel te leren.
Minder overtuigend zijn de citaten van kerkvaders uit de eerste eeuwen.
Waarom de teksten gekozen zijn, of ze wel representatief zijn en in hoeverre ze het gebruik van één beker bewijzen, blijft de vraag. En waarom is er gekozen voor een fresco uit de catacomben van Rome met de afbeelding van een tafel met één beker wijn daarop, en niet voor de fresco uit diezelfde catacomben zonder beker wijn op tafel (een fresco die in de allereerste Opbouwuit 1957 besproken werd)?
Eenheid
In het vierde deel voert Tigelaar haar pleidooi voor eenheid rondom het avondmaal. Ze had dit voluit bijbelse punt ook in het hoofdstuk over de Bijbel mogen maken, maar mooi is dat ze oog heeft voor de maatschappelijke relevantie en missionaire dimensie van onze wijze van avondmaal vieren.
Niettemin is het de vraag of die maatschappelijk en missionair zo belangrijke eenheid alleen gewaardborgd wordt door het één voor één drinken uit één beker. Maakt het gebruik van kleine cups het niet mogelijk dat ieder conform Paulus’ instructie op elkaar wacht om vervolgens ook de eenheid tot uitdrukking te brengen, maar dan in het gelijktijdig drinken van de wijn?
Wanneer Tigelaar voorstelt om voor avondmaalsviering met één beker de kinderen gewoon wat langer op de zondagschool te laten, dan is dat wat mij betreft een pijnlijke blinde vlek in haar visie op Gods ene gemeente.
Oog voor de gehele gemeente, althans de volwassenen, spreekt ook uit Tigelaars slotpleidooi voor het betrekken van de gehele gemeente bij de besluitvorming rondom het avondmaal.
Maar wanneer kerkenraadsleden verkozen zijn door de gemeente en kerkenraden besluiten nemen bij meerderheid of consensus, dan doet Tigelaar hun geen recht door te spreken over minderheden die hun wil aan meerderheden opleggen.
Ondanks deze kanttekeningen toch van harte aanbevolen voor die kerken die overgingen tot het gebruik van kleine cupjes en dat willen evalueren.
Tigelaar, S.F. (21012), Eén Heer, één tafel, één beker. Free Musketeers Zoetermeer. 288p. € 20,95.
Ds. Peter Sinia is predikant van de NGK Ede.