Houd elkaar scherp

2012-09-15
  • Jaargang 56
  • nummer 18
Van het vertrouwen dat mensen in de kerk hebben, is weinig meer overgebleven. Willen we daar als kerken verandering in brengen, dan is zelfreinigend vermogen onontbeerlijk. Spreek elkaar aan. Houd elkaar scherp. Wees op genadige wijze kritisch. Dan zal het zout weer zout zijn en het licht weer licht.

November vorig jaar verscheen een onderzoek over het vertrouwen dat de Nederlandse bevolking in instituten heeft. Radiozenders genieten opmerkelijk genoeg het meeste vertrouwen: driekwart van de bevolking gelooft hen op hun woord. Ook de politie (73 procent), het leger (71 procent) en de geschreven pers (66 procent) worden betrouwbaar gevonden.
De Tweede Kamer, de regering en politieke partijen genieten beduidend minder vertrouwen. Ongeveer de helft van de Nederlanders heeft vertrouwen in de politiek. Maar het minste vertrouwen geniet – het is uiterst pijnlijk om te zeggen – de kerk. Iets meer dan een derde van de bevolking heeft nog vertrouwen in de kerk.
De oorzaak hiervan is de wijze waarop de kerk de afgelopen jaren in het nieuws kwam. Rooms-katholieke geestelijken bleken zich in de jaren ’50 en ‘60 van de vorige eeuw in groten getale schuldig te hebben gemaakt aan seksueel misbruik van kinderen en jongeren. Leidinggevenden waren hiervan minstens ten dele op de hoogte, maar traden niet doortastend tegen de daders op.
Ook protestantse kerken en voorgangers kwamen in opspraak door seksueel misbruik, financiële malversaties of andere redenen. Het gevolg is dat kwetsbare mensen zijn beschadigd, de naam van Christus in diskrediet is gebracht en de kerk aan geloofwaardigheid heeft verloren.
Dit uiterst pijnlijke en beschamende feit stelt ons voor een vraag: hoe is dat vertrouwen terug te winnen?

Lef
Uit bovengenoemde ontsporingen blijkt dat er in een kerk een ‘ons kent ons’-sfeer kan ontstaan, waardoor we in vergaande mate toegeeflijk worden tegenover elkaars overduidelijke zonden en elkaar niet meer aanspreken op wat niet deugt. Blijkbaar kan de sfeer van genade waarin we dankzij Christus’ liefde leven verworden tot slapheid en halfheid.
Die sfeer is de Bijbel geheel vreemd. Juist leidinggevenden worden daarin krachtig aangesproken op hetgeen in hun leven niet spoort met Gods Woord.
In de tijd na de ballingschap doen zich allerlei uiterst ernstige misstanden in Juda voor. Uit Nehemia 5:1-5 blijkt dat het ene deel van de bevolking is verarmd en dat het andere deel de crisis gebruikt heeft om zichzelf te verrijken. Nehemia, nog maar kort terug in Juda, reageert zowel zeer geprikkeld als doordacht en doortastend. ‘Ik werd woedend toen ik hun klachten en de aangedragen feiten hoorde. Ik ging bij mezelf te rade en besloot de vooraanstaande burgers en de bestuurders ter verantwoording te roepen.’ Dat laatste doet hij publiekelijk en de uitkomst daarvan is dat de leiders van het volk zweren de grond die zij zich toegeëigend hebben terug te geven, de schulden kwijt te schelden en de slaven vrij te laten. Dankzij het lef van Nehemia om hetgeen niet deugt aan de kaak te stellen, wordt aan het onrecht een eind gemaakt.
Dit is een doorgaande lijn in de Bijbel. De profeet Natan spreekt koning David aan op de moord op Uria. Paulus zelf heeft eens publiek het gehuichel van Petrus en Barnabbas gehekeld (Galaten 2:11-14). En Timoteüs schrijft hij: ‘Wie gezondigd hebben moet je in aanwezigheid van alle anderen terechtwijzen, zodat ook zij gewaarschuwd zijn’ (1 Timoteüs 5:20). Een ‘ons kent ons’-sfeer is de Bijbel geheel vreemd. Sterker nog: spreek elkaar aan, houd elkaar scherp en wees op een gezonde manier kritisch tegenover elkaar. Dát is de sfeer.

Vingertje
Nu moet de gemiddelde Nederlander er niets van hebben om op zijn gedrag aangesproken te worden. En gebeurt dat toch, dan is z’n eerste reactie: ‘Bemoei je met je eigen zaken!’ Het zal mede vanwege die mentaliteit zijn dat wij er in de kerk tegen opzien om elkaar aan te scherpen. Daarbij komt dat het geheven vingertje ook ons steeds meer is gaan tegenstaan. Per slot van rekening leerde de Heiland zelf dat we niet mogen oordelen.
En dus tolereren we zaken die niet getolereerd mogen worden… Worden kwetsbare mensen daarvan de dupe… Komt de naam van Christus in opspraak… Verliest de kerk recht van profetisch spreken in een samenleving die tegenspraak juist zo hard nodig heeft...
Het is eigenlijk vreemd dat we ook in de kerk zo’n moeite hebben elkaar aan te scherpen en door elkaar aangescherpt te worden. Onze aanscherpingen zinken immers in het niet bij het Evangelie zelf. Jezus Christus moest sterven voor onze zonden.
Kan het scherper, pijnlijker, confronterender? Binnen die sfeer van genade zingen we samen: ‘Maak mij rein voor U, als gelouterd goud en zuiver zilver.’ Kritiek is altijd een kans om dichter tot Christus te komen en nog meer van zijn heilige liefde in je leven te laten zien. Daar kan geen volgeling van Jezus Christus iets tegen hebben.
Willen de kerken in Nederland een lichtend licht en een zoutend zout zijn, dan zal er sprake moeten zijn van een zelfreinigend vermogen. Dan zullen we het elkaar moeten toestaan op genadige wijze kritisch tegenover elkaar te staan. Sterker, dan zullen we het niet moeten afkeuren, maar moeten toejuichen wanneer een ander ons aanspreekt op wat niet goed is in ons leven, om te beginnen binnen de kring van hen die leiding geven aan de gemeente.

Zullen we dus toch maar weer op de een of andere wijze censura morum invoeren...?

Drs. Jan Mudde is predikant van de Wilhelminakerk in Haarlem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief