Karl Marx en Lenin als kerkvaders

1976-03-26
  • Jaargang 20
  • nummer 13
Dit merkwaardige opschrift is de titel van een boek van prof. A. J. Visser, hoogleraar theologie in Groningen.
Prof. Visser ziet tot z'n ergernis en verontrusting dat christenen in deze tijd flirten met het marxisme. Er zijn zelfs theologen die doen alsof er reeds een huwelijk tussen het christendom en het marxisme gesloten is. Zij kiezen voor de oproerkraaierige Thomas Münzer, een tijdgenoot van Luther.
Prof. Visser begint z'n boek met Münzer, vervolgens schrijft hij over Dorothee Sölle, Lenin, Solzjenitzyn, Thomas van Aquino, bisschop Gijsen, de paus en over de filosoof Kant.
Het is een interessant boekje, dat ik in z'n geheel genomen met genoegen heb gelezen.

Hervormer of revolutionair
Prof. Visser begint met een verhaal over Münzer. Deze revolutionaire en woelige tijdgenoot van Luther schijnt velen tegenwoordig te bekoren. Op puntige wijze beschrijft prof. Visser, dat Münzer sterk afweek van het evangelie en ook van inzichten van Luther, Een fanatiek-mystieke leer was de basis van Münzers revolutionaire gedachten. Prof. Visser heeft weinig goede woorden voor Münzer over.
Ook het wraakzuchtige in Luthers optreden verdedigt hij niet, maar z'n keus is duidelijk: tegen de revolutionair en voor de hervormer.

Bloch
Degenen die tegenwoordig nogal met Münzer sympatiseren, kennen hem meestal uit tweede- en derdehands literatuur. Vooral her boek van Ernst Bloch over Münzer is bekend geworden.
Prof. Visser noemt dit boek van Bloch een slecht en geschiedenisvervalsend boek. Van de theologische achtergronden van Luther en Münzer blijkt Bloch geen kaas gegeten te hebben.
Van een dialoog christendom-marxisme moet prof. Visser niet veel hebben.
Volgens marxistisch georiënteerde theologen is deze dialoog er al en zij volgen de weg van Bloch. Maar als christenen deze weg kiezen, plegen ze volgens prof. Visser religieus zelfmoord; christendom en marxisme staan tot elkaar als water tot vuur.
Het enige gesprek dat van de kant van christenen met het marxisme gevoerd kan worden is: vragen om godsdienstvrijheid voor christenen dáár, waar ze die, in marxistische landen niet hebben. Men kan daarbij als argument nog aanvoeren dat ook de eerste christenen loyale burgers van het antichristelijke Romeinse Imperium waren, zolang dat Rijk geen dingen vroeg waarop men moest antwoorden met: "We moeten God meer gehoorzamen dan de mensen". (blz. 50) Tot zover iets uit het kleine, maar nuttige boekje van prof. Visser.

Dialoog
Het is volstrekt duidelijk, dat het geloven in God en Jezus Christus, en het konsekwente marxisme als een atheïstische levens- en wereldbeschouwing - waarin de mens geen hogere waarde dan zichzelf heeft - lijnrecht en kompromisloos tegenover elkaar staan.
Terecht wijst prof. Visser er op, dat de dialoog tussen christendom en marxisme een wat lege zaak is, want wat is het christendom en wat is het marxisme. Er zijn natuurlijk overal ter wereld gesprekken gevoerd tussen christenen en marxisten, d.w.z. tussen konkrete mensen. En er zijn marxisten geweest die diepgaand met christenen gesproken hebben en die zover kwamen dat ze iets van de waarde van de christelijke religie begonnen te erkennen.
Zij verdedigden het marxisme niet meer als atheïstisch zonder meer.
Behalve enkele medestanders waren deze marxistische nieuwlichters al spoedig bij hun achterban verdacht.
En in de kommunistische landen hebben deze gesprekken niets of uiterst weinig uitgehaald. Maar christenen die met marxisten in gesprek gingen, waren bij de achterban ook spoedig verdacht. Verschillende delen van het evangelie werden door hen namelijk anders uitgelegd. Jezus werd vaak meer als een maatschappij vernieuwer dan als zaligmaker gezien; de zonde werd eerder gezien als iets dat in de verkeerde maatschappijstrukturen zit dan in de mens; het woord 'God' en 'rijk van God' werd eerder de toekomstige samenleving met rechtvaardige inkomensverdeling dan het rijk dat God zal vestigen vanuit de hemel.

Toch gesprekken
Hoe moeilijk en riskant het gesprek tussen christenen en marxisten ook mag zijn, toch zal het veel christenen tegenwoordig gebeuren dat ze marxistisch denkende mensen ontmoeten en met hen in gesprek komen. Ik heb deze gesprekken met marxistische studenten zeer regelmatig; er gaat eigenlijk geen week voorbij waarin deze ontmoeting niet plaats vindt. Eigenlijk gaat het dan nog niet eens altijd om echte marxistische studenten. 'r Zijn meestal ex-gereformeerde en ex-katholieke jongeren die vanuit een wat traditioneel denkend milieu afkomstig zijn en die aan de universiteit ineens met marxistische literatuur onder hun arm lopen. Meestal zijn zij oprecht verontrust over de ontwikkeling van onze westerse samenleving en over allerlei bekende problemen die we dagelijks in de krant kunnen lezen.
Ze worstelen om de waarheid; ze zoeken er naar. Ik ben er van overtuigd dat hun ongerustheid ècht is; ze menen wat ze zeggen. Evenzeer ben ik er van overtuigd, dat als ze het geloof in God en Jezus Christus vaarwel zeggen, ze principieel op de verkeerde weg zijn. Maar dit laatste wordt me niet gemakkelijk gemaakt: ze spreken me aan op m'n christen-zijn, wat het geloven voor mij persoonlijk betekent en welke konsekwenties het heeft en behoort te hebben' in de samenleving en in de politiek.
Ook bij grote existentialistische, marxistische en andere denkers kunnen we een worstelen om de waarheid zien. Marcuse, Bloch, Sartre, Heidegger, Jaspers en noem maar op. Het is voor studenten niet overtuigend om alleen maar te zeggen hoe slecht en goddeloos mensen als Marx, Nietzsche en Sartre zijn.

Hun probleem, ons probleem
Zijn hun problemen, op z'n minst gedeeltelijk ook niet de problemen waar wij mee bezig zijn? Ze zijn evenals wij bezig met de problemen van hun tijd. Uit hun werken spreekt een echte ongerustheid over de mens, het leven, de kultuur, de techniek en de toekomst. Niet minder dan christenen worstelen ze met deze problemen. Ze wijzen wegen naar een oplossing, die we in veel opzichten niet kunnen volgen, maar we herkennen dat zij met Gods schepping bezig zijn - zonder dat zij dit erkennen. Toch valt er iets te leren.
God heeft de mens veel vermogens
gegeven om Zijn schepping te bestuderen en tot ontplooiing te brengen.
Achter elk mensenleven, achter elke filosofie gaat de geschiedenis schuil van de verhouding van een konkreet mens met God.
Werkt de Geest van God niet waar hij wil? Is God niet overal aanwezig en is de strijd met Hem ook niet bespeur baar in het leven en in het werk van andersdenkenden?
De vaak eenzijdige en onvolledige en agressieve wijze waarop marxisten, existentialisten en anderen hun zaken aan de orde stellen, vraagt onze aandacht.
Marxisten wijzen bijvoorbeeld steeds op de financieel en ekonomisch scheve verhoudingen in de samenleving; ze zien deze als een bron van al het andere kwaad. Ze verafschuwen dat de mens in onze samenleving zo vaak als een ding beschouwd wordt.
Veel marxisten in het westen hebben deze kritiek ook op oosteuropese samenlevingen.
Ook existentialistische denkers als Sartre hebben op het probleem gewezen dat de mens tot een ding kan worden gemaakt.
Christenen herkennen iets van deze nood schreeuwen. Ze kennen de zonde, maar willen er niet bij blijven staan.
Ze kennen ook de weg die God de mens wijst.
Er is niet zo veel fantasie voor nodig om de ,zorg van marxisten en anderen en de felheid van hun akties te begrijpen.
Er schuilt iets 'tragisch' in: de scherpheid, soms grootsheid van hun inzicht enerzijds en de machteloosheid om tot een oplossing te komen anderzijds.
We kunnen natuurlijk altijd de kritiek op de andersdenkenden uitmeten en vooral de aandacht vestigen op hun tekorten en mislukkingen. Dat is op zichzelf ook niet onjuist. Integendeel!
De gruwelijke praktijken in kommunistisch-
marxistische landen zijn te ernstig, dan dat we ons zouden kunnen verkijken op goede bedoelingen en schoon klinkende slagzinnen van marxistische studenten. Toch wil ik ook niet graag altijd op mijn fouten en tekortkomingen gewezen worden.
Elk mens wil ook beoordeeld worden naar wat hij zo graag zou willen zijn.
Deze strijd ken ik zelf, zie ik ook bij andere christenen, ook bij andersdenkenden.

Geen synthese
Over het bovenstaande heb ik reeds vaker geschreven en er op gewezen dat men de zonde en de gebreken van het leven niet alleen in de maatschappelijke strukturen moet zoeken; zelfs niet in de eerste plaats. De mens is de primair verantwoordelijke; in hem schuilt de zonde, maar hij is naar het beeld van God geschapen en geroepen naar deze bestemming te leven en de samenleving in te richten. Een dialektische maatschappij opvatting, evenals de diepste motieven van marxistische filosofen en theologen heb ik meerdere keren afgewezen Tegelijk ben ik me er van bewust, dat christelijke kritiek op niet-christelijke denkers altijd iets voorzichtigs, vragends heeft en ook iets radikaals.
Voorzichtig en vragend, omdat zij ook met de problemen van deze tijd bezig zijn, met de waarheid worstelen en ook naar oplossingen zoeken. In hun werk kan iets zichtbaar worden van Gods bemoeienis ook met hen. Daar komt bij, dat christenen bepaald niet in de uitwerking van hun levensvisie t.a.v. allerlei problemen de wijsheid in pacht hebben.
Radikaal, omdat we steeds naar de diepste overtuiging, hun mens- en maatschappijbeeld vragen. Ondanks herkenbare waarheidselementen bij hen, aarzelen we niet hun levensvisie als verkeerd aan te wijzen. Geen synthese tussen christendom en marxisme (of een andere stroming) wordt beoogd!
Evenmin wens ik andere denkrichtingen alleen maar voor te stellen als slecht en goddeloos; ik ben geen marxistenvreter.
Maar zowel in het uitwerken van een eigen standpunt, als in de onontkoombare gesprekken met anderen, houden we vast aan Hem die ons roept en gezegd heeft: Gij zult mijn getuigen zijn.

N.a.v. A. J. Visser, Karl Marx en Lenin als kerkvaders, Uitg. Voorhoeve, Den Haag 1975,110blz. f 12,50.
(N.B. Over enkele weken hoop ik iets te schrijven over het conflict rondom communistische studenten aan de V.U)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief