Jaarvergadering "Opbouw"
1976-03-26
Het is de bedoeling dat de volgende stellingen als uitgangspunt dienen voor de bespreking op de jaarvergadering van Opbouw op 3 april a.s.- Jaargang 20
- nummer 13
Ze zullen ter vergadering kort toegelicht worden, waarna er in kleine groepen over gediscussieerd kan worden. De vragen en opmerkingen waarin de groepsgesprekken resultaten, zullen in de middagvergadering toegespeeld worden aan een forum, gevormd door een aantal leraren, die werkzaam zijn bij het middelbaar onderwijs. (O.a. de heren Stoop, Vrijmoeth en Lakerveld.) Hoewel bij schoolgaande jeugd in eerste instantie gedacht is aan mavo-, havo en vwo-leerlingen, is de aangesneden problematiek een zaak van heel de kerkelijke gemeenschap en daarom ook van belang voor broeders en zusters die geen studerende kinderen hebben in de genoemde categorie. Na lezing van de stellingen zult u daar overigens wel van overtuigd zijn.
Het christelijk (middelbaar) onderwijs en onze jongens en meisjes.
Een uitdaging voor gezin en kerk.
1 Het maatschappelijke, politieke en culturele leven ontwikkelt zich de laatste tientallen jaren dermate snel, dat de jongeren opgroeien in een wereld die wezensvreemd is aan die waarin hun ouders groot geworden zijn. Naast het signaleren van positieve punten in deze ontwikkeling, moeten we constateren dat, terwijl de samenleving van weleer nog wel een min of meer christelijk stempel droeg, die van uit uit alle macht bezig lijkt te zijn zich van het laatste restje "christelijkheid" te ontdoen.
2 Een geweldige ommekeer heeft zich ook voltrokken binnen de protestants-christelijke levenssector, met name binnen de gereformeerde wereld (gereformeerd in de betekenis van "gereformeerde gezindte").
We hadden als gereformeerden een centrale plaats binnen de burcht van het christelijke organisatieleven, waarin we ons volledig thuisvoelden. We spraken over ónze ARP, óns CNV, 6nze christelijke school, enz. De grenzen waren duidelijk: de bijbel in zijn totaliteit als woord van God was richtsnoer, vrijzinnigen hielden we buiten de poort.
Nu, in 1976, lijkt deze "gereformeerde" wereld volledig op drift geraakt. Zaken als het Schriftgezag en de leer der verzoening zijn geen punten meer die alleen in "vrijzinnige" kring in discussie worden gebracht. Voor veel christenen is het stemmen op een niet-christelijke politieke partij een volkomen vanzelfsprekende zaak.
In de levensstijl onderscheiden christenen zich soms maar weinig van anderen.
Het etiket "christelijk" is vaak geen waarborg meer voor echt christelijke "inhoud".
3 Dit geldt ook, misschien wel in het bijzonder, t.a.v. de christelijke school, vooral de christelijke middelbare school.
Onze kinderen worden op school geconfronteerd met religieuze en politieke opvattingen, met een maatschappijvisie en een levensstijl, kortom met een milieu, dat totaal verschilt van het geestelijk milieu, waarin zij zijn opgegroeid.
Ze hebben te maken met leraars, die ze waarderen, met wie ze in een goede verstandhouding leven en die toch het milieu, waarin onze kinderen zijn opgegroeid als bekrompen aan de kaak stellen.
Daar komt nog bij, dat tegenwoordig (door de externe democratisering) veel kinderen naar de middelbare school gaan van ouders, die zelf maar weinig onderwijs genoten hebben. Daardoor is ook al vaak een behoorlijke kloof ontstaan tussen ouders en kinderen.
4 Gevolg van het onder 3 genoemde is, dat de leerlingen een stortvloed aan informatie te verwerken krijgen, waar ze nauwelijks raad mee weten. Doelwit van die informatie: de harten van onze jongens en meisjes die in geestelijk opzicht kwetsbare pubers zijn. Die deel uitmaken van een generatie die anders geaard is dan de vorige. Een generatie, die al vroeg, ook in geestelijk opzicht, op eigen benen wil staan, die zich in staat acht zelf over alles een oordeel te hebben, die kritisch is ten aanzien van eigen geestelijk milieu; met een scherp oog voor wat wezen1ijk is en wat net, als het om dat milieu gaat.
Een en ander heeft vervreemding van gezin en kerk in de hand gewerkt, soms totale verwijdering.
5 Gezin en kerk zijn jammer genoeg niet voldoende voorbereid op de gegroeide situatie. Enerzijds wordt die situatie gebagatelliseerd, anderzijds kun je een zich afzetten constateren tegen alles wat nieuw is, wat gemakshalve vaak maar samengebracht wordt onder de noemer "links". Veel ouders sluiten zich af voor de school zonder er iets positiefs in te zien. Angst voor het nieuwe, voor "afglijden" heeft soms een krampachtig conservatisme tot gevolg, ongeacht of het nu om wezenlijke of om uiterlijke dingen gaat.
6 Het is een illusie te menen, vooral door het onder stelling twee genoemde, dat we (maar dan in kleinere kring) het oude, vertrouwde levensklimaat zouden kunnen behouden. We mogen ons niet afsluiten voor de wereld, maar we moeten de confrontatie aandurven. (zout zijn, licht zijn, getuigen, enz.). Als door de Here Jezus verloste en dus blije kinderen van de Vader moeten we de wereld instappen, het "gij geheel anders" waar maken, een positieve levensvisie (niet verkondigen, maar) demonstreren, die een antwoord is op het denken en de problemen van onze tijd. (Dat is iets totaal anders dan verontrust klagen!)
7 Het zal duidelijk zijn dat we niet geloven in de mogelijkheid via schoolverenigingen en besturen actie te gaan voeren om de christelijke scholen weer in het "rechte spoor" te brengen. En, zo het stichten van "eigen" reformatorische scholen al te realiseren zou zijn, we betwijfelen of onze moeilijkheden op deze manier op e lossen zijn. De problemen zitten dieper: We zullen moeten leren leven te midden van een geseculariseerd christendom, waarin de school niet meer een verlengstuk is van het gezin.
8 Dit betekent niet dat u de christelijke school wel als afgeschreven kunt beschouwen. Integendeel.
Wees alert en belangstellend voor alles wat er op school gebeurt. Informeer er voortdurend naar. Probeer naast uw kind te gaan staan en ga op zijn problemen in. En als u er geen oplossing voor weet, laat merken dat u er naar zoekt. Neem de tijd ervoor.
De kinderen hebben te maken met leraren die ze terecht fijne mensen vinden, die het oprecht menen, als ze zeggen dat ze christen zijn.
Gebruik het lerarenspreekuur en de ouderavond en om te laten zien hoe er in uw gezin gedacht en geleefd wordt.
9 Voor uw kind nog belangrijker is, dat het, door wat het thuis ervaren heeft, weet, dat de band met de Here een realiteit is. Het heeft die band geproefd in de gesprekken, in het gebed, in het samen met en vanuit de bijhel bezig zijn, in het samen contact onderhouden met en geld geven voor het "Redt-een-kind", enz.
Een christelijke levensvisie, die niet een zienswijze is, maar een zijnswijze, is bestand tegen geweldige aanvallen.
10 Wat voor het gezin geldt, gaat m.n. ook op voor de kerk. Dit heeft consequenties voor de kerkdiensten (misschien hebben de jongeren die veel harder nodig dan de ouderenl), de catechisaties, de jeugdverenigingen, enz.
11 Het gaat om belangrijke zaken - niet aldeen om het behoud van onze kinderen, maar ook om de wijze waarop zij straks hun taak in de maatschappij als leesbare brieven van Christus zullen vervullen.
Misschien moeten we om ouders en kinderen te helpen vormingsweekenden of -weken gaan houden voor schoolgaande jongeren (en/of hun ouders?) en (regionale?) oudergespreksgroepen gaan vormen.
In elk geval ligt hier ook een raak voor kerkeraden en pers.
12.Voor OPBOUW zijn er in dit kader mogelijkheden die m.i. tot nu toe onvoldoende zijn onderkend.
Deze opmerking betreft zowel de onderwerpen waarover geschreven zou moeten worden (zie 2, 3, 10), als de vorm waarin de artikelen gegoten worden. In heel wat artikelen wordt te weinig rekening gehouden met het niveau van de gemiddelde lezer.