• Günther

1976-04-02
  • Jaargang 20
  • nummer 14
U herinnert zich misschien, dat ik een tijdje geleden schreef over die duitse jongen, die ik in de gevangenis bezocht. Voor een betrekkelijk kleine fout - klein in verhouding tot allerlei andere fouten die berecht worden - kreeg hij een flinke straf: tien maanden. Bovendien mag hij gedurende vijf jaren niet meer in Nederland wonen.

Op 8 maart waren er tien maanden om en nu is Günther weer vrij. Hij heeft naar die dag uitgekeken met verlangen én met huivering. Met verlangen omdat de omheining rond hem dan verdwenen zou zijn, met huivering omdat de veilheid voor hem niet zonder problemen zou zijn. Want wat betekende die vrijheid voor hem? Weg uit Nederland waar hij enkele goede vrienden heeft waar hij wel een tijdje zou hebben kunnen wonen. Terug naar Duitsland waar hij eigenlijk niet heen wil, omdat er niemand op hem wacht, Zijn ouders hebben geen belang bij hem, nooit gehad en nu nog niet.
En dus koos Günther een andere weg: naar België, naar Gent waar hij een tijdje studeerde en werkte, waar hij ook kennissen heeft die hem misschien wel verder kunnen en willen helpen.
Als je tien maanden in de gevangenis hebt gezeten, moet je weer op gang komen, weer zélf op weg gaan. Tien maanden lang werd die weg uitgestippeld: van de cel naar het bezoeklokaal en terug, van de cel naar de werkplaats en terug, van de cel naar de douche en weer terug ...
Günther had met die komende vrijheid moeite, hij hoopte op hulp maar was aan de andere kant ook bang om hulp te aanvaarden.

En zo was hij dan 's morgens op 8 maart vrij. Dat betekende voor hem, dat hij in een politiewagen naar de grens werd gebracht. Die laatste weg móest hij nog gaan.
Dat hij werd "uitgewezen" begreep hij wel, maar dat hij in Roermond nog met een handboei aan een politieman werd gekoppeld terwijl hij al vrij was, was hem wel wat te gortig, mij ook trouwens, Maar goed, eindelijk was het dan zo ver. Na een bezoek aan de Duitse grenspost kwam hij de deur uit, vrij. En daar stond hij alleen met zijn tas waarin al zijn
bezittingen.

Eén vraag is die dag en ook daarna zich aan mij op blijven dringen.
Waarom werd er voor deze jongen niet wat meer gedáán?
Natuurlijk, hij kwam uit Duitsland en de Nederlandse reclasseringsdienst kon niets met hem beginnen. Maar is er dan werkelijk niemand geweest die zich even heeft afgevraagd wat het voor deze jongen betekende – ook
is hij dan inmiddels 21 jaar zóal zijn vrijheid te herkrijgen?
Geen ouders die op hem wachtten.
Geen mens die naar hem uitkeek.
Alleen wat mensen in Nederland maar daar het bordje "verboden toegang".

Op de reis van Roermond naar Gent hebben we veel gepraat, over hoe het nu verder moest, ook over wat er in het verleden allemaal is geweest, over water in Günther's leven verkeerd ging.
Met het verleden kun je wel breken, dat betekent echter niet dat het wég is uit je leven, We hebben samen gebeden.
Gebeden of God hem verder helpen wil bij het opnieuw beginnen, bij het zoeken naar werk, bij het vinden van huisvesting, bij het weer terugvinden van zijn meisje die hem eerst wel bezocht in de gevangenis maar een paar maanden geleden het "uit maakte".
Gebeden of God hem wil vasthouden.
Want dat wil hij graag en dat heeft hij zo nodig.
Günther gelooft in God, misschien op een wat andere manier dan U en ik Hij mist een kerkelijk verleden wat ook een voordeel kan betekenen.
Hij gelooft in het verzoende werk van de Here Jezus, hij leest in de bijbel en bidt regelmatig. Maar bidden en danken bij het eten vindt hij niet nodig, hoewel hij voor dat eten toch wel echt dankbaar is.
Hij weet van de bijbel wel wat af, maar van belijdenisgeschriften heeft hij nog noodt gehoord.
Günther gelooft in G0d, maar dat is toch alles, dat is toch echt léven?
Ik hoop, dat hij in Gent contact zoekt met de protestantse gemeente en dat die gemeente hem dan ook wat mee te geven heeft.
Want dat is belangrijk, dat je vanuit de woorddiensten, vanuit het gemeenteleven iets mee krijgt.
Iets mee van God!

Toen we in Gent afscheid van elkaar namen, hadden we het allebei wat moeilijk En daar ging hij dan, alleen, met zijn tas.
Waarom ik dit verhaal vertel?
Omdat er zoveel van zulke jongens zijn. Misschien komt U er ook eens één tegen.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief