Drie kruisen 1)
1976-04-09
Lukas 23 : 39-43- Jaargang 20
- nummer 15
In Amsterdam-zuid aan de Apollolaan staat een oorlogsmonument.
Het stelt drie mensen voor die gefusilleerd zullen worden. Ze staan daar in drie verschillende houdingen: de één, de man in het midden, staat er bij met een opgericht hoofd. Zijn voorkomen verraadt overtuiging en moed.
Naast hem staat een man die zijn vuisten balt en wrokt. De derde is duidelijk bang. Wat opvalt bij deze beeldengroep is de gelijkheid in lot en het verschil in houding.
Ik weet niet of de kunstenaar het bedoeld heeft, maar er is iets van Golgotha in deze voorstelling.
Golgotha met z'n drie kruisen, Onze Here Jezus - de man in het midden, die stierf met een opgericht hoofd. (Immers zegt de evangelist, dat Jezus pas op het allerlaatst het hoofd boog en de geest gaf.) Hoe zeer ook gekweld door aanvechting (Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?), Hij was duidelijk bezig met zijn lijden als gehoorzaamheid en met zijn dood als daad: Ik stel mijn leven voor de schapen.
En dan de medegekruisigden, de één ter rechter, de ander ter linkerzijde. Inderdaad, de één opstandig, de ander bang. De één zoekt woedend naar een middel om van dat kruis af te komen, De ander zegt, dat hij God vreest en door de helle terechtstelling heen diens rechtvaardig vonnis voelt.
Deze drie (van wie de één volstrekt uniek is; ik vergeet dat niet) - hoe totaal verschillend hebben ze het kruis ondergaan en op het kruis gereageerd! Zouden de evangelisten daarom van meer kruisen berichten, om te laten zien, hoe verschillend een mens daaronder kan zijn, bij alle gelijkheld van de uiterlijke omstandigheden?
Twee zullen er aan een kruis hangen, de één zal aangenomen en de ander zal verlaten worden. De apostel Paulus schrijft ergens: met Christus ben ik gekruisigd en hij duidt met dat woord op een geestesgemeenschap met de gekruisigde Jezus. Maar Golgotha met zijn drie kruisen toont aan, dat een mens met Christus gekruisigd kan zijn zonder enige geestelijke gemeenschap met Hem te hebben. Ik doel op de kruiseling die Jezus lasterde.
Dit is belangrijk. Er zijn in de loop van de geschiedenis zeer veel mensen gekruisigd of op een vergelijkbare wijze ter dood gebracht.
En het gebeurt ook vandaag nog.
Mensen die tegen de gevestigde machten zijn aangebotst, omdat hun idealisme niet strookte met het systeem. Zij zijn op de een of andere manier gekruisigd, maar hoorden ze dáárom bij Christus?
En omgekeerd: Christus is gekruisigd, maar behoort Hij dáárom bij hen, is Hij dáárom één van hen, misschien zelfs hun eerste?
Golgotha vertoont ons drie gelijke kruisen, waaraan drie verschillende lijders. En uit het gesprek dat zij voeren, blijkt dat er een antithese, een kloof tussen hen gaapt, met aan de ene kant het paradijs en aan de andere kant de hel.
De ene gehangene lastert Jezus en zegt: Zijt gij niet de Christus? De Messias? Red Uzelf en ons! De man had' zo z'n eigen opvatting over de messias. Hij was zelf een aanhanger van het radicale joodse messianisme van die tijd, dat er niet tegen opzag om voor de verlossing en de bevrijding van het volk over lijken te gaan. De lucht gonsde in die dagen van dit gewelddadige politieke messianisme.
Als dan ook de evangelisten de medegekruisigden van Jezus 'moordenaars' of 'misdadigers' noemen, moet U niet denken aan gewone criminelen, maar aan bedrijvers van politiek geweld, zoals bij voorbeeld in onze dagen leden van het palestijnse bevrijdingsfront of, dichterbij, de treinkapers van Beilen. Met zulke mensen heeft Jezus aan het kruis gehangen.
Dat geeft achtergrond aan de laster van die ene moordenaar. Die had opgevangen, dat ze Jezus de Messias noemden. Maar Jezus' gedrag klopte voor hem helemaal niet met die titel. Messias? Maar waarom had hij of zijn aanhang dan geen verzet geboden? En trouwens, ook nu kon dat nog. Een messias, de messias, moest toch over middelen beschikken om van het kruis af te komen? Om Zichzelf te redden? En hen en anderen en iedereen? Voor deze man was de messlas diegene, die de beschikking had over meer dan menselijke, goddelijke kracht. De messias was voor hem een krachtfiguur, een machtfiguur, een geweldfiguur.
Nou dan? Wat aarzelt Hij? Red uzelf en ons!
En och, dat is toch voor ons allemaal zeer herkenbaar? Wij willen toch allen de problemen van het leven wel eens oplossen door macht en kracht? Door de macht van het geld of door de kracht van het geweld? Of, als dat alles faalt, hebben we Jezus nodig.
Maar Die stelt, zo te hulp geroepen, teleur. Want Hij stelt macht niet op de eerste plaats. Terwijl Hij 't toch als geen ander zou kunnen. Zoals Hij zelf zei: Ik hoef maar een kik te geven en de Vader stelt legioenen van engelen aan mijn zij. Hij zou 't meer dan wie ook kunnen: verlossen door macht en kracht en geweld. In zijn nabijheid zou niemand behoeven te lijden.
Maar Hij is vóór alles de messias van het recht. Van het recht van God. Daarom kiest Hij voor lij/den en dood en stelt Hij zijn ziel tot een schuldoffer, om aan het recht van God te voldoen. Eerst moet de rechtsvraag beantwoord worden.
Dat gebeurt op goede vrijdag.
Dan kan op pasen zijn macht aan het woord komen in de opstanding.
Eerst recht, dan macht.
Eerst verzoening, dan verlossing.
Eerst het probleem van zonde en schuld, dan pas het probleem van de dood. Eerst goede vrijdag en daarna pasen. Jezus was de messias die aansloot bij wat de profeet al gezegd had: Sion zal door recht verlost worden. Deze voorrang is kenmerkend voor Hem.
Dat heeft de andere moordenaar gevoeld, Zeker, hij was óók een politieke geweldenaar; had hetzelfde gedaan als z'n makker. Had óók het leven in termen van macht benaderd, zoals praktisch de hele wereld in het machtsdenken gevangen zit: De macht van de revolutie tegenover de macht van de orde, de macht van de armen tegenover de macht van de rijken, de macht ven de zwarten tegenover de macht van de blanken, de macht van de werknemers tegenover de macht van de werkgevers, de macht van de zieke tegenover de macht van de dokter, de macht van de vrouw tegenover de macht van de man. "Macht tegenover macht" - dat was ook de levensfilosofie van de tweede moordenaar geweest. Maar nu, met de dood voor ogen, vreest hij, omdat hij voor een vraag komt te staan, die niet met macht is op te lossen.
Hoe verschijn ik voor God? Hoe ben ik rechtvaardig voor God?
Want het is de mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel. Ziehier de rechtsvraag van ons leven, die vooraf gaat aan de machtsvraag.
Deze tweede moordenaar had gemeend, dat tegenover de romeinse overheid alles geoorloofd was. Net zoals zijn makker dat dacht en zoals zovelen dat denken. Daarvoor wist hij zich nu aan het kruis terecht gesteld, Maar daaroverheen weet hij nog van een goddelijlk vonnis, dat hem te wachten staat. Met het oog daarop beroept hij zich op Jezus, de man naast hem, "die niets onbehoorlijks gedaan had". Hij heeft in Jezus de messtas van het recht Gods erkend, die bezig was de slagboom van de schuld ie verwijderen en zo de deur naar Gods koninkrijk te openen. "Jezus, gedenk mijner als Gij in Uw koninkrijk komt."
Hij heeft zich niet in Jezus vergist.
"Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn," zei de Heiland.
Hij had tot dit woord het recht, en dan ook de macht.
Onthoud die volgorde: recht en dan macht. Wie alleen in termen van macht denkt, begrijpt van Golgotha niets. Die ergert zich aan de messlas Gods die aan het kruis hangt en blijft hangen en laat hangen; die alle ellende kan verhelpen en dat toch niet onmiddellijk doet. Maar dat wordt anders voor wie heeft leren zien, dat niet de dood, niet de ziekte, noch ook het gebrek onze grootste menselijke problemen zijn, maar de zonde en wat daaraan vast zit. Zoals Paulus zegt: de prikkel van de dood is de zonde. Daarom gaat goede vrijdag aan pasen vooraf.
Geen pasen zonder goede vrijdag, geen vernietiging van de dood, zonder vernietiging van de zonde.
Geen bevrijding van leed zonder bevrijding van schuld. Eerst een goed geweten, dan een goed leven.
1) Toespraak 'alle-dag-kerk' op woensdag, 7 april 1976.