Het huwelijk geen sacrale aangelegenheid
1976-04-09
Het huwelijk is een inzetting van God en het is voor de gemeente van de Here van grote betekenis, wanneer huwelijken in de Here gesloten worden. Als het zo geschiedt dat man en vrouw, die elkander voor Gods aangezicht trouw hebben beloofd, begeren ‘hun huwelijksleven in de naam van God te beginnen en zalig tot Zijn lof te voleindigen'.- Jaargang 20
- nummer 15
Dat jonge mensen die ten huwelijk gaan daarover in het midden van de gemeente Gods zegen vragen, is dan ook alleszins betamelijk. En dat heel de gemeente daarin hartelijk meeleeft is geheel naar de Schrift: Verblijdt u met de blijden!
Maar hoe gewichtig en verblijdend deze inzetting van God is, en welke betekenis ze ook voor de kerk van de Here mag hebben, daarmee is nog niet gezegd dat het huwelijk van een broeder en zuster der gemeente ambtelijke bekrachtiging en kerkelijke sanctie nodig heeft.
Dat er dán eerst ten volle van een christelijk huwelijk sprake kan zijn, als een dienaar des Woords in een expresse samenkomst van de gemeente dat huwelijk officieel, zoals dat dan heet, bevéstigd heeft.
Daarin werkt toch onbewust, ook in onze protestantse kerken, de roomse sacramentsopvatting in zake het huwelijk na.
Als twee jonge of oudere mensen elkaar trouw hebben beloofd en hun trouwbeloften voor de burgerlijke stand als voor Gods aangezicht hebben uitgesproken, dan is daarmee het huwelijk voltrókken.
Des zondags kan dan een openlijke voorbede voor het bruidspaar of voor het echtpaar geschieden. Heel de gemeente leeft mee. En als herder der gemeente kan de dienaar van het Woord op de trouwdag in de familiekring zijn pastoraal bezoek brengen. Bovendien is er op een christelijke bruiloftsviering, ruimschoots gelegenheid, dat een van de ouders of familieleden de getrouwden onderwijzend en vermanend toespreekt ij uit Gods Woord op de betekenis van het huwelijk wijst.
Zo kan de feestelijke gebeurtenis in goede orde en in de vreze des Heren geschieden, zonder het decorum van een kerkelijke plechtigheid met knielbank, handoplegging en zegenspreuk.