Paasfeest met ongezuurde broden

1976-04-16
  • Jaargang 20
  • nummer 16
• Vreemde roem

Kent u de vreugde van het bezit van iets zeldzaams en kostbaars?
Een echte Rembrandt of Vermeer, de eerste postzegel van Mauritius of iets anders waar u heel erg trots op bent? Stel u dan voor dat een kenner in één keer al uw vreugde vergalt door te zeggen: dat schilderij, die zegel is vals ... Zo schreef Paulus aan een gemeente: uw roem deugt niet, is niet van goed allooi, geen 24 karaats (1 Cor. 5 : 6-8). Denk nu niet dat ze daar in Corinthe zelfvoldaan met de duim in het vest liepen dik te doen over zichzelf. Weliswaar prezen ze zichzelf. Maar ze prezen zich op het punt van hun christenzijn.
Ze gaven er over op, dat ze zich het evangelie zo vergaand eigen hadden gemaakt. Ze hadden, als echte Grieken, de consequenties ervan doorgedacht en waren tot scherp belijnde conclusies gekomen.
't Mag zijn dat die conclusies, althans voor een gewoon mens, een tikkeltje apocrief waren. Maar dat illustreerde alleen maar hun durf, hun moed om tot het einde toe hun christen-zijn "waar te maken" zonder bang te zijn. Hoor maar wat Paulus zegt: "inderdaad, men spreekt van hoererij onder u, en zulk een hoererij als zelfs onder heidenen niet voorkomt dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader (5 : 1).

• Zuurdeeg

Nee, dat is geen kwestie van pikanterie.
Ook niet een bewijs dat het in die gemeente een grote troep was. Evenmin dat in die gemeente van de vele gaven (hfdst. 14!) de opzieners er voor spek en bonen bijzaten. Evenmin betreft het een heimelijk schandaal: men spréékt er ronduit over. Sterker: men roemt erover, is er kinderlijk trots op ("opgeblazen"), in plaats van zich te bedroeven! Zelfs een heiden - Paulus is haast grof - haalt zijn neus op voor wat de gemeente als echt-christelijk roemt. Niet voor niets kan Paulus zeggen dat er op het fundament, door hem gelegd, soms gebouwd wordt met hooi en stro (3 : 10-15). Goed bedoeld, Maar waardeloos.
In die vreemde situatie laat Paulus het woord "zuurdeeg" vanen. U weet: een stukje deeg van gisteren bewaard voor het deeg van vandaag.
Een stukje maar: een weinig.
Maar voldoende om het hele deeg van vandaag te verzuren. Een stukje van het oude, heidense leven opgenomen in het nieuwe, christelijke leven. Een stukje maar voldoende om het hele christelijke leven te verzieken.

• De vreemde vergissing

Wat is dat stukje zuurdeeg dan?
Bijna zouden wij vragen: hoe kwamen ze zo gek? Tegen de achtergrond van het toenmalig denken van sommige Grieken is dat o.i. wel te verklaren. De gemeente had het evangelie der verlossing gehoord, maar kiende er voordien ook al een. Het lichaam zou niet meer dan een gevangenis zijn, een kooi waarin de edele ziel van de mens gekerkerd was - als "straf op de zonde".
Daarom is het goed een souvereine minachting te koesteren voor het lichamelijke leven. Waar het op aankomt, is dat je ervan verlost wordt - daarvoor is dan Christus gekomen.
Het lichaam gaat t.z.t. naar het laatste destructiebedrijf. Wat je ermee doet is totaal onverschillig.
Als de ziel' maar uit zijn kooi bevrijd wordt en weer vrij kan opwieken, verlost van het logge, lompe, onhanteerbare lichaam.
Voor dié verlossing, menen ze, is Christus gekomen! En in Hem geloven ze van harte (1 : 2). Zij het niet in de (lichamelijke) opstanding der doden (15 : 12 v.v.) terug naar de gevangenis? Dal zou al te zot zijn ...
Ziedaar het stukje zuurdeeg dat in het evangelie van Christus is binnengedrongen: een klein stukje van de oude heidense denkwereld.
Ze zijn Christus gevolgd maar hebben, als Rachel, een paar “terafim" meegesmokkeld.

• De taal van het zuurdeeg

Paulus is mild. Maar hij weet ook hoe gevaarlijk dit is. En dat weet hij met één slag duidelijk te maken: weet gij niet dat een weinig zuurdeeg het hele deeg zuur maakt?
Nee, hij heeft het niet over "één rotte appel in de mand", één persoon (hoewel hij wel een appeltje met hem te schillen heeft (5 : 3-5).
Maar zijn verwijt raakt de hele gemeente: uw roem deugt niet.
Hun hele christelijke bestaan is er mee gemoeid als ze, hoe weinig ook, meesmokkelen: dat kleine stukje verzurend, bedervend om zich heen: je christen-zijn gaat er mee aan!
En nu maakt Paulus een gedachtesprong: gij immers zijt ongezuurd!
Daarbij denkt hij aan het Pascha. Israël (de gewoonte bestaat nog steeds!) moest het oude zuurdeeg wegdoen, het moest zoeken in alle gaten en hoeken: er mocht geen kruimel van overblijven.
Ze begonnen immers een nieuw leven: ze zouden het slavenbrood van Egypte niet meer eten.
Geen kruimel ging er van mee.
Egypte - met zijn dood en verderf zaaiende farao - was een afgedane zaak. Definitief verleden.
Ms "ongezuurd" volk ging zij een nieuw bestaan tegemoet: een leven met God. Als vazal van Jahweh, voorzien van" wetten ten leven"
op pad naar een land van melk en honing!

• Het nieuwe Paasfeest

Geen wonder dat Paulus als vanzelf kan vervolgen: ook Ons Paaslam is geslacht! Pascha markeerde de grens van twee werelden, van het oude en het nieuwe leven.
Dat feit moest Israël zijn geschiedenis lang levend houden: wij wáren slaven in Egypte, maar de HERE heeft ons met een sterke hand daar uit geleid (Deut. 6 : 20 v.v.). En: het is een paasoffer voor de HERE, die in Egypte aan de huizen der Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen spaarde (Ex. 12 : 25 v.v.). Jahweh's tussenkomst betekent voor Israël leven, in alle mogelijke variaties. Uit de dood van Egypte stapten zij het leven-met-God binnen.
En dat houdt Paulus ook aan de gemeente van Corinthe voor. Ook ons Paaslam is geslacht! Ook voor ons geldt, dat met Jezus Christus, het oude heidense) leven heeft afgedaan en dat je kunt zeggen: nu vangt het nieuwe leven aan. Het "oude" mèt al zijn gebruiken, tradities, beschouwingen, vertegenwoordigt de dood. Het nieuwe is een en al leven! Geen minachting van bijv. het lichamelijk bestaan (daarover 1 Cor. 16, 17; 5:1-6:20).
Maar zelfs de verlossing van het lichaam bij de opstanding der doden (1 Cor. 15).

• Feest van de puurheid

De conclusie ligt voor de hand: feestvieren! Niet met oud zuurdeeg, d.w.z. met zuurdeeg van slechtheid en boosheid het oude bestaan. Maar feestvieren met het ongezuurde brood van puurheid en waarheid. Op die manier is het christelijk paasfeest inderdaad een keerpunt, ook een keerpunt 1976.
Puurheid, reinheid zegt immers: onvermengd, 24 karaats, op alle punten overeenkomstig Gods wetten-ten-leven. Niet deze wereld ontlopen, maar In deze wereld een puur leven leiden. Met een zuiver hart: kristalhelder, doorzichtig, als iemand die niets te verbergen heeft. Voor wie het oude leven totaal heeft afgedaan. Een "heiden" moet er de echtheid, de oprechtheid, de waarheid van kunnen herkennen en erkennen.
Anders begrijpt hij er ook niets van en herkent hij ook niet het "gij geheel anders". Christenen kunnen en mogen geen onduidelijke christenen zijn. Want nog eens: Pasen markeert de grens tussen twee werelden. De grens tussen oud en nieuw. De grens tussen dood en leven!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief